Otto Rühle / Karl Marx

Het Kapitaal



Geschreven: 1867 (Marx) / 1939 (aanpassing door Rühle)
Eerste publicatie: 1939, in de Verenigde Staten
Deze versie: verkorte uitgave, bewerkt door Theo Wiering, Amsterdam 1972



 

Cover van de oorspronkelijke Duitse uitgave van Het Kapitaal uit 1867

Eerste deel: Waar en geld

I. De waar

1. De twee factoren van de waar: gebruikswaarde en waarde
2. Het dubbelkarakter van de in de waren belichaamde arbeid
3. De waardevorm of de ruilwaarde

a. Eenvoudige, enkele of toevallige waardevorm
b. Totale of ontwikkelde waardevorm
c. Algemene waardevorm
d. De geldvorm

4. Het fetisj-karakter van de waar en zijn geheim

II. Het ruilproces

III. Het geld of de warencirculatie

1. De waardemaat
2. Circulatiemiddel

a. De metamorfose van de waren
b. De omloop van het geld
c. De munt: het waardeteken

3. Geld

a. Schatvorming
b. Betalingsmiddel
c. Wereldgeld

Tweede deel: De verandering van geld in kapitaal

IV. De verandering van geld in kapitaal

1. De algemene vorm van het kapitaal
2. Koop en verkoop van de arbeidskracht

Derde deel: De productie van de absolute meerwaarde

V. Het arbeidsproces en het proces van meerwaardevorming (Verwertungsprozess)

1. Het arbeidsproces
2. Het proces van meerwaardevorming (Verwertungsprozess)

VI. Constant en variabel kapitaal

VII. De meerwaardevoet

1. De uitbuitingsgraad van de arbeidskracht
2. De productenwaarde uitgedrukt in evenredige delen van het product
3. Het meerproduct

VIII. De arbeidsdag

1. Grenzen van de arbeidsdag
2. De geeuwhonger naar meerarbeid; fabrikant en bojaar
3. Dag- en nachtarbeid; het aflossingssysteem
4. De strijd om de normale arbeidsdag

IX. Meerwaardevoet en hoeveelheid meerwaarde

Vierde deel: De productie van de relatieve meerwaarde

X. Het begrip relatieve meerwaarde

XI. Coöperatie

XII. Verdeling van de arbeid en manufactuur

1. Dubbele oorsprong van de manufactuur
2. De deelarbeider en zijn werktuig
3. De beide basisvormen van de manufactuur
4. Verdeling van de arbeid binnen de manufactuur; verdeling van de arbeid binnen de maatschappij
5. Het kapitalistische karakter van de manufactuur

XIII. Machinerie en grootindustrie

1. Ontwikkeling van de machinerie
2. Waardeafgifte van de machinerie aan het product
3. Directe invloeden van het machinale bedrijf op de arbeider

a. Vrouwen- en kinderarbeid
b. Verlenging van de arbeidsdag
c. Intensivering van de arbeid

4. De fabriek
5. Strijd tussen arbeider en machine
6. De compensatietheorie met betrekking tot de door de machine verdrongen arbeiders
7. Afstoting en aantrekking van arbeiders bij de ontwikkeling van het machinale bedrijf
8. Revolutionering van manufactuur, ambacht en huisarbeid door de grootindustrie
9. Fabriekswetgeving
10. Grootindustrie en landbouw

Vijfde deel: De productie van de absolute en de relatieve meerwaarde

XIV. Absolute en relatieve meerwaarde
XV. Kwantitatieve verandering in de prijs van de arbeidskracht en meerwaarde
XVI. Verschillende formules voor de meerwaardevoet

Zesde deel: Het arbeidsloon

XVII. Verandering van waarde, respectievelijk prijs van de arbeidskracht in arbeidsloon en meerwaarde

XVIII. Het tijdloon

XIX. Het stukloon

XX. Nationale verschillen in arbeidslonen

Zevende deel: Het accumulatieproces van het kapitaal

XXI. Eenvoudige reproductie en meerwaarde
XXII. Verandering van meerwaarde in kapitaal

1. Het kapitalistische productieproces op vergrote schaal
2. Verdeling van de meerwaarde in kapitaal en revenu
3. Omstandigheden die — onafhankelijk van de proportionele verdeling van de meerwaarde in kapitaal en revenu — de omvang van de accumulatie bepalen: uitbuitingsgraad van de arbeidskracht; productieve kracht van de arbeid; groeiend verschil tussen geïnvesteerd en geconsumeerd kapitaal; grootte van het voorgeschoten kapitaal

XXIII. De algemene wet van de kapitalistische accumulatie

1. Met de accumulatie toenemende vraag naar arbeidskracht bij gelijkblijvende samenstelling van het kapitaal
2. Relatieve afneming van het variabele kapitaal bij voortgang van de accumulatie en de daarmee samenhangende concentratie
3. Groeiende productie van een relatieve overbevolking of van een industrieel reserveleger
4. Verschillende bestaansvormen van de relatieve overbevolking; de algemene wet van de kapitalistische accumulatie

XXIV. De zogenaamde oorspronkelijke accumulatie

1. Het geheim van de oorspronkelijke accumulatie
2. Onteigening van het plattelandsvolk van grond en bodem
3. Bloedwetgeving tegen onteigenden sinds het eind van de 15e eeuw; wetten ter verlaging van het arbeidsloon
4. Geboorte van de kapitalistische pachters
5. Terugslag van de agrarische revolutie op de industrie; schepping van een binnenlandse markt voor het industriële kapitaal
6. Geboorte van de industriële kapitalisten
7. Historische tendens van de kapitalistische accumulatie

 


Inleiding tot deze versie

‘Das Kapital, Kritik der politischen ökonomie’ van Karl Marx verscheen in 1867. Sindsdien is het boek in ontelbare oplagen in bijna alle talen uitgegeven. ‘Het Kapitaal’ is een klassiek boek geworden. Het is altijd meer geweest dan louter ‘vakliteratuur’, het gaat iedereen aan. Maar wat meer is, het heeft niet slechts geschiedenis geschreven, maar ook geschiedenis gemaakt.

‘Het Kapitaal’ is een deel van onze cultuur geworden. Het eerste deel van het boek, door Marx als afgesloten eenheid geschreven, leest aanzienlijk makkelijker dan de beide volgende, niet voltooide delen. Maar ook dit eerste deel bevat een groot aantal voorbeelden, citaten, polemieken die of slechts van historisch belang zijn, of niet noodzakelijk voor het begrijpen van het werk, hoewel ze zeker tot het theoretisch fundament van het marxisme behoren.

In deze, door Otto Rühle bekorte uitgave zijn die gedeelten weggelaten. De verkorte uitgave is bestemd voor hen die door omvang en vorm van het origineel niet aan het lezen ervan toekomen.

Het is en blijft echter Marx die hier tot de lezer spreekt. Het fundamentele van de marxistische visie op de economie is dan ook in deze inkorting van het origineel bewaard gebleven.