Sinds dit artikel werd geschreven, hebben de parlementaire verkiezingen op zondag 30 augustus plaatsgevonden. De Democratische Partij wordt nu met 42,4 procent van de stemmen de grootste partij van Japan. Hiermee haalt de partij 308 zetels op een totaal van 480. De regerende Liberale Partij haalt nauwelijks 26,7 procent of 119 zetels. Dit is de ergste nederlaag voor een uittredende regering in de moderne politieke geschiedenis van het land. De score van de Communistische Partij is echter teruggevallen naar 7 procent (bijna 10 procent met de vorige verkiezingen). De partij slaagt er wel in haar negen zetels te behouden. De Communistische Partij is ondanks de gunstige voorspellingen het slachtoffer van het aanzuigeffect van de Democratische Partij. Dit resultaat duidt op een overweldigende zwenking naar links in de tweede grootste economie van de wereld.

In Japan heeft premier Taro Aso onlangs het parlement ontbonden en opgeroepen om op 30 augustus verkiezingen te houden. Alles wijst er op dat de regerende partij, de burgerlijke Liberaal-Democratische Partij (LDP) - met uitzondering van een periode van 10 maanden aan het begin van de jaren 1990 - de macht voor het eerst sinds 1955 zal verliezen. Rechts gezinde commentatoren spreken nu van een 'politieke revolutie' in Japan.

Een interessant artikel in The New York Times heeft het over een "brede opwelling van frustratie" in de Japanse samenleving. Het artikel stelt dat de frustraties zich politiek beginnen te uiten, vooral nu vrijwel zeker is dat de regerende partij de macht zal verliezen. De Japanse politiek leek tientallen jaren stabiel aangezien dezelfde partij meer dan 50 jaar het beleid bepaalde. Dit maakt de huidige verandering nog interessanter en bijzonderder.

Het artikel in de New York Times verwijst naar de economie als beslissende factor. De kop "Economie voorspelt problemen voor regerende partij in Japan" alleen al laat er geen twijfel over bestaan. Het artikel citeert Masary Kaneko, een hoogleraar economie van de Keiko Universiteit in Tokyo:

"Kiezers worden uiteindelijk tot actie gedwongen omdat hun levensstandaard begint af te brokkelen." Het artikel stelt dat de huidige golf van massale ontslagen als gevolg van de economische crisis de doorslaggevende factor is geweest.

Levensstandaard daalt

Ook volgens de Wereldbank is het gemiddelde inkomen per huishouden gedaald tot het laagste niveau in 19 jaar. Het bruto binnenlands product per hoofd daalde van het derde hoogste van de wereld in 1991 tot achttiende vorig jaar. De doorsnee Japanner heeft in de afgelopen periode zijn economische situatie steeds onzekerder zien worden.

Sinds 1990 is er een grote toename van tijdelijke arbeidscontracten. Naoorlogs Japan stond bekend als een land waar je heel je leven op dezelfde plaats kon werken en waar ontslagen en werkloosheid eigenlijk een relatief onbekend fenomeen waren. Alle sociale diensten, zelfs huisvesting, werden afgehandeld op de werkplaats. Dit onderstreept de ernst van je baan verliezen in Japan.

Werkloosheid

Tegenwoordig worden een derde van alle werknemers in Japan ingehuurd via flexibele en tijdelijke contracten - tenminste als ze al een baan vinden. Sinds oktober vorig jaar werden 216.000 werknemers ontslagen. De jongeren zijn bijzonder hard getroffen, want zij zijn degenen met de meest flexibele contracten. In mei steeg de werkloosheid bij jongeren in de leeftijdscategorie tussen 15 en 24 jaar tot 9 procent. Dat is bijna het dubbele van de gemiddelde werkloosheidgraad.

De tijdelijke en flexibele werknemers ontvangen ook een lager loon dan hun contractuele collega's. Bij fabrieken zoals Toyota en Canon verdienen ze minder dan de helft. Op deze manier hopen de Japanse kapitalisten de arbeidersklasse te verdelen en te verzwakken.

Veiligheid is verdwenen

De Japanse economie is in snel verval. De Japanse economie nam een duik van 15,2 procent op jaarbasis in het eerste kwartaal van dit jaar, haar grootste val ooit. Zelfs wanneer volgende kwartalen zouden helpen de val te breken (wat verre van zeker is), kunnen we nog steeds spreken van een spectaculaire en steile val die het bewustzijn van brede lagen van de Japanse arbeidersklasse en jeugd geschokt heeft. Elk gevoel van comfort is verdampt zoals water op een gloeiend hete braadpan.

Ondertussen zijn ook de arbeidsomstandigheden verslechterd en de lonen gedaald. Het aantal Japanners die minder dan 2 miljoen yen per jaar (15.000 euro) verdienen, is gestegen tot meer dan 10 miljoen. De omstandigheden in grote fabrieken zoals Toyota en Canon zijn nog ondraaglijker geworden. De meeste Japanners herinneren zich nog het verhaal van een 45-jarige werknemer bij Toyota die stierf omdat hij onder druk werd gezet om 80 uren overwerk per maand te presteren. Helaas is dit geen geïsoleerd geval. In het Japans bestaat er een woord voor "plotselinge dood door overwerk" - Karoshi. Dit op zich toont de onmenselijke druk waaronder gewone Japanse werknemers lijden.

Communisten winnen

Het is deze omgeving van meedogenloze druk op de werkende klasse, gepaard met een plotselinge golf van massale ontslagen, die het begin van verandering in het Japanse politieke landschap heeft ingeluid. Naar alle waarschijnlijkheid zal de burgerlijke Democratische Partij (DPJ) de tweede grootste partij zijn na de verkiezingen in augustus. Opiniepeilingen geven deze partij ongeveer 30 procent van de stemmen, tegenover 20 procent voor de LDP.

Maar pas echt interessant is de duidelijke beweging naar links, te merken aan de steun voor de JCP, de Communistische Partij. Verwacht wordt dat de JCP het beter zal doen dan de Nieuwe Komeito Partij, een boeddhistische conservatieve partij die in een coalitie zit met de LDP. Hierdoor zal de JCP de derde grootste partij in Japan worden.

Jeugd wordt communistisch

Volgens een artikel in de Telegraph heeft de JCP 14.000 leden gewonnen in de afgelopen 18 maanden. Eén op de vier van deze nieuwe leden is jonger dan 18 jaar. Dit wijst op een duidelijke beweging naar links bij de Japanse jeugd. Dit is een generatie die opgroeide zonder de relatieve stabiliteit en het gevoel van veiligheid te ervaren dat in Japan tijdens de naoorlogse periode van economische opgang bestond. Deze generatie heeft alleen harde omstandigheden ervaren - omstandigheden die er toe hebben geleid dat belangrijke lagen van de jeugd revolutionaire conclusies zijn gaan trekken.

Akahata (de Rode Vlag), het dagblad van de JCP, is ook toegenomen qua verspreiding de laatste periode. Het blad heeft nu een oplage van 1,6 miljoen exemplaren. De JCP beweert uit meer dan 400.000 leden en 25.000 afdelingen te bestaan. Dit maakt de JCP de tweede grootste communistische partij in de G8-landen. Alleen de Russische communistische partij is groter.

Literair socialisme

De groeiende steun voor de JCP wordt zelfs door conservatieve commentatoren verklaard als een duidelijk teken van het verlangen naar radicale verandering in de samenleving. Een 42-jarige arbeider van een transportbedrijf in Tokyo zei: "Bedrijven zijn alleen geïnteresseerd in hun winsten en de bescherming van hun management. Ze geven niet om hun personeel. Ze zien ons als vervangbaar."

Deze arbeider heeft tijdens de laatste verkiezingen voor de Nieuwe Komeito Partij gestemd, maar nu heeft hij zich tot de JCP gewend.

De verschuiving naar links komt ook tot uiting in de literatuur. Kanikosen, een klassieke Japanse roman over een groep van werknemers op een krabverwerkingsschip in Noord-Japan, vechtend tegen de werkgevers, die 80 jaar geleden geschreven werd door Takiji Kobayashi, een communist die door de staat vermoord werd, is uitgegroeid tot een bestseller. Meer dan 500.000 exemplaren werden reeds verkocht. Een mangastrip van hetzelfde verhaal verkocht meer dan 200.000 exemplaren.

Ook het Kapitaal van Karl Marx werd als mangastrip gepubliceerd. In de eerste twee dagen nadat het werd gepubliceerd alleen al werden er 6000 exemplaren van verkocht.

JCP leiders sturen naar rechts

Op hetzelfde moment dat deze verschuiving naar links in de maatschappij plaats vindt, houden de JCP-leiders een rechtse koers aan. Deze leiders verklaren openlijk dat ze geen socialistische revolutie willen maar een "democratische revolutie" om "democratische veranderingen in de politiek en de economie door te voeren".

Partij leiders zoals voormalig partijvoorzitter Fuwa Tetsuzo praten over "de verwezenlijking van het socialisme in fasen in Japan" en "en een weg naar het socialisme via een markteconomie."

De leiders van de JCP zullen onder druk gezet worden door de bestaande omstandigheden. Het Japanse kapitalisme zit in een diepe crisis. In zo'n periode betekenen de open verklaringen van de JCP leiders in het voordeel van de markteconomie het accepteren van ontslagen, loonsvermindering en bezuinigingen in de openbare sector. Dat is precies het tegenovergestelde van wat aanhangers van de partij willen. De nieuwe generatie van communisten wil strijden voor een radicale verandering, terwijl de leiders op hetzelfde moment alles doen wat ze kunnen om binnen de grenzen van de status quo te blijven. Dit is een recept voor interne machtsstrijd in de JCP.

De DPJ zal wanneer zij aantreedt eerder vroeg dan laat in diskrediet komen. Zij zullen enkel verkozen worden door de haat ten opzichte van de LDP. Die kiezers die de LDP weg willen om "iets anders" te verkrijgen, zullen de DPJ gewoon een andere partij van de heersende klasse vinden. Dit betekent nog grotere kansen voor de JCP. Indien de JCP gebruik wil maken van deze mogelijkheden zal zij een alternatief voor werkloosheid, armoede en de kapitalistische crisis moeten bieden en op een duidelijke mannier de verdediging van de werkende klasse op zich nemen. Dit kan alleen gebeuren op basis van een echte communistische koers - een terugkeer naar het marxisme. In de loop van de gebeurtenissen zullen zonder twijfel, door ervaring, steeds meer mensen in en rond de JCP in de richting van de ideeën van het marxisme evolueren.

Frederik Ohsten, 28/08/2009

 

 

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken