“Niets doen is geen optie,” verklaart George W. Bush die redenen zoekt om de ‘oorlog tegen het terrorisme’ uit te breiden van Afghanistan naar Irak. Het kabinet van Bush heeft het gebruik van tactische nucleaire wapens niet uitgesloten. Ook de Engelse regering onder leiding van de Amerikaanse marionet Blair, heeft het gebruik van nucleaire wapens niet uitgesloten. Het conflict in Afghanistan is echter nog niet voorbij, integendeel! De eerdere uitspraken van Tony Blair dat de Taliban verslagen waren en de ‘overwinning’ van de Coalitie voor stabiliteit zou zorgen, zijn inmiddels als bedrog ontmaskerd. De recente zware gevechten tussen de troepen van de VS en de Coalitie tegen de Taliban die zich blijkbaar hebben gehergroepeerd, betekenen dat de oorlog in Afghanistan verre van gedaan is.

Bush en Blair beweerden dat alles ‘done and dusted’ was en dat men enkel nog een grote opkuisactie moest ondernemen. Afghanistan bleek echter niet zo eenvoudig te zijn. De Taliban werden niet echt militair overwonnen, ze evacueerden gewoon hun troepen van de steden naar de bergen om een soort guerrilla-oorlog te voeren en om daar te wachten op het uiteenvallen van de Noordelijke Alliantie. Een nieuw stadium in de Afghaanse oorlog neemt vorm aan. Als reactie vroeg generaal Tommy Franks van het Amerikaanse Hoofdkwartier in Tampa aan de regering van Blair om meer troepen in Afghanistan te stationeren. Zo’n 1 700 mariniers werden op weg gestuurd om de Amerikaanse strijdkrachten te helpen bij hun strijd tegen het verzet van duizenden Talibanstrijders.

De krachten van het imperialisme, met aan het hoofd het imperialisme van de VS, hebben zich volledig misrekend. De ‘oorlog tegen het terrorisme’ die Bush na de gebeurtenissen van 11 september afgekondigd had, was een blinde reactie zonder duidelijke strategie of perspectief. Ze dachten dat luchtaanvallen een snelle overwinning tegen de Taliban zouden inhouden. De oorlog toonde echter de werkelijke, beperkte, macht van de VS aan. Operatie Anaconda waarin troepen van de VS, Afghanistan en de Coalitie de overgebleven al Qaeda en Taliban strijders ten zuiden van Gardez, dichtbij de Pakistaanse grens hard gingen aanpakken, zou slechts 72 uren duren. De strijd duurde drie weken. Zeven Amerikaanse soldaten stierven. “De Amerikaanse 10de Bergdivisie vond Gardez een harde strijd,” stelde de Financial Times (21 maart 2002). “Er zullen meer troepen getraind in het vechten in de bergen nodig zijn om de strijdkrachten van al Qaeda en de Taliban, geschat op zo’n twee- tot tienduizend man, te bevechten. De mariniers zullen aangewend worden om ontsnappingsroutes af te snijden bij toekomstige operaties.” De krant gaat verder: “Zelfs als alles goed gaat dan zal het zeker duren tot het midden van het jaar vooraleer de rebellen grotendeels uit de bergen verdreven zijn.” Als het conflict niet evolueert zoals gepland, dan zou het echter veel langer kunnen duren. “De Russen kwamen twintig jaar geleden te weten dat het niet zo’n eenvoudige taak was,” becommentarieerde de Financial Times.

Er is een groeiend besef dat de eerdere aanspraken op een overwinning in de oorlog tegen het terrorisme voortijdig waren, om het zacht uit te drukken. De militaire strategen beginnen ook te beseffen dat een overwinning niet alleen met luchtaanvallen kan behaald worden en dat grondtroepen voor een lange tijd noodzakelijk zullen zijn. Het gebruik van Afghaanse troepen en de strijdkrachten van de Coalitie wordt echter elke dag ingewikkelder, aangezien de krijgsheren, met nieuwe wapens van de VS, hun invloed en macht willen uitbreiden. Tijdens de operatie in de Shah-i-kot vallei werd één flank geleid door Kamal Khan. Zodra de strijd afgelopen was, doodde hij een geallieerde commandant, Haji Suba Khan, die al lang zijn vijand was. Door het einde van de strijd kent het leven opnieuw zijn gewone loop in Paktia en de naburige Khostprovincie, ten minste voor de Afghaanse bevelvoerders: plannen smeden, verraad en bloedvetes. Door te steunen op lokale troepen slaagden de VS erin geen zware verliezen te lijden. Bovendien versterkten ze zo de indruk dat de oorlog door de Afghaanse regering wordt gevoerd. Volgens een officier van de Amerikaanse ‘special forces’ die alleen bekend staat als Luitenant Kolonel Mark, is het probleem dat “voor deze grote operatie deze mensen elkaar wilden bekampen.” De interne machtsstrijd is nu dus opnieuw begonnen. De Amerikanen steunen op de krijgsheren en tillen de Afghaanse oorlog zo op een nieuw niveau.

Zalamai Khililzad, de speciale gezant van de VS in Kaboel, beschreef “warlordism” als de voornaamste uitdaging voor de VS om stabiliteit in Afghanistan te brengen en te handhaven. “Onze zorg is dat de krijgsheren onafwendbaar, omwille van een misrekening of door een gebrek aan vertrouwen of door een gevoel van onzekerheid, dingen kunnen doen die opnieuw tot oorlog leiden,” zei hij. Ondertussen bewapenen de Amerikaanse imperialisten de krijgsheren tot de tanden met wapens en geld om de strijd in hun plaats te voeren. Nog erger is dat de VS bedrogen worden door deze krijgsheren omdat ze via hen informatie over al Qaeda denken te kunnen inwinnen. Abdul Wali, de neef van Kamal Khan, trachtte gedurende maanden om de Amerikaanse luchtmacht ervan te overtuigen om de stad Gardez te bombarderen, die gecontroleerd wordt door de Ahmed Zeys, een vijandige stam. “We hebben de Amerikanen verteld dat iedereen in Gardez van al Qaeda is,” zei hij, “ik begrijp niet waarom de VS hen niet bombarderen.”

De rivaliteit tussen de Zadrans en de Ahmad Zeys heeft zich waarschijnlijk naar de strijd van Shah-i-kot uitgebreid, volgens generaal Mateen Hassan-Kheil, de bevelvoerder van Gardez. Hij beweert dat zijn troepen in een hinderlaag waren gelopen omdat de Zadrans een geplande aanval op de al Qaeda versterkingen achterwege hadden gelaten. Abdul Wali heeft een andere versie van dit verhaal. Hij bevestigt dat hij niet aangevallen heeft, maar zegt dat dit niet de afspraak was. Het was enkel toen hij Abdul Mateens troepen zag “weglopen als schoolkinderen” dat de Amerikanen hem smeekten om zijn troepen in de strijd te sturen. Sommigen beweerden zelfs dat al Qaeda op de hoogte was van de aanval. De vijandschap tussen de Ahmad Zeys en de Zadrans gaat diep. Onlangs duidde de interimregering een Zadran aan, Padshah Khan, als gouverneur van de Paktia provincie, maar de Ahmad Zeys namen hier aanstoot aan. Toen Padshah Khan in januari zijn post wilde opeisen, beschoten ze zijn troepen tot hij zich terugtrok. Kaboel zag zich dan genoodzaakt een andere interimgouverneur aan te duiden. Abdul Wali heeft deze reeds als een oplichter gebrandmerkt. Hij waarschuwt ‘dat ze wel aan het onderhandelen zijn met de voorlopige regering, maar mocht er geen rechtvaardigheid geschieden, dat ze dan Gardez zélf zullen innemen.’ Hij beweert zelfs dat de leider van de Ahmad Zeys, Saifullah, zelf van al Qaeda is. Hetzelfde beweert hij van Zakim Khan, de krijgsheer die een bondgenoot is van de VS.

De VS vermoeden dat sommige guerrillastrijders die in de Shah-i-kot bergen gevochten hebben, ontsnapt zijn via de grens die 45 mijlen zuidwaarts ligt. De bevelvoerder van de Amerikaanse troepen, majoor-generaal Franklin Hagenbeck wilde hen tot over de grens achtervolgen. Hij werd echter door een Amerikaanse functionaris gewaarschuwd. De veronderstelde leider van de Taliban en al Qaeda troepen in dat gebied, Jala Uddin Haqqani, onderhield immers nauwe banden met lokale Pushtun stammen sinds 1978. De functionaris zei dat ze op verzet konden stuiten en dat ze aanzien zouden worden als indringers. De troepen van de Coalitie werden onlangs nog aangevallen in Khost, Oost-Afghanistan. “Het escalerende geweld in de provincies doet velen vrezen voor de toekomst van het breekbare vredesproces in Afghanistan dat vorig jaar in Bonn is begonnen,” stelt de Financial Times (21 maart 2002).

Ze plukken de wrange vruchten van hun eigen daden. Het conflict in de regio is helemaal niet ten einde, het is pas begonnen. Het Westen heeft Bin Laden getraind, bewapend en gesponsord, net zoals de Mujaheddin, de Taliban en zelfs Saddam Hoessein in de jaren ’80, zolang het nodig leek. Het Westen bewapende Saddam Hoessein zodat hij Iran kon aanvallen. Nu wordt Irak door Bush en Blair gebrandmerkt als een schurkenstaat en als een bedreiging voor de Westerse beschaving. Alles wordt gebruikt om de daden van de imperialistische machten te rechtvaardigen.

Onlangs onthulde een geheim rapport van de Amerikaanse regering militaire plannen voor ‘onvoorziene omstandigheden’ waarbij het gebruik van atoomwapens op Rusland, China, Libië en de staten van de ‘as van het kwaad’ – Irak, Iran, Noord-Korea en Soedan – niet uitgesloten werd. Irak werd uitgekozen voor een aanval door de VS en Groot-Brittannië. Het idee als zou Irak een gevaar voor het Westen betekenen is nonsens. Het werd reeds lang militair verslagen en is grondig verzwakt door het economisch embargo. Het kan zelfs de schending van het grondgebied door de geallieerde luchtmacht niet voorkomen. Irak werd gedwongen om wapeninspecteurs toe te laten. Deze waren hoofdzakelijk spionnen van de CIA, zoals onthuld werd door de voormalige wapeninspecteur Scott Ritter. Deze bekentenis leidde tot zijn ontslag, tezamen met twee andere hoog gewaardeerde VN inspecteurs. Het afzetten van Saddam Hoessein is de taak van het Irakese volk, niet van het Amerikaanse of Britse imperialisme. De krachten van het imperialisme zullen alleen geïnteresseerd zijn om, zoals in Afghanistan, een marionettenregering te installeren.

Imperialisme, grootgrondbezit en kapitalisme hebben een verschrikkelijke ellende veroorzaakt in de vroegere koloniale landen. De daden van het imperialisme scheppen een grotere instabiliteit en chaos, zoals we nu ook in het Midden-Oosten kunnen bemerken. Deze daden leiden enkel tot de versterking van de crisis. Het conflict kan uiteindelijk uitmonden in een revolutionaire brand die elk land in de regio zal aansteken. De mensen zullen naar een alternatief beginnen zoeken. Hun belangen werden verraden door eerst het stalinisme, en dan door het fundamentalisme. Op basis van gebeurtenissen en ervaringen zullen arbeiders en jongeren een weg proberen zoeken uit deze ellende. Alleen de revolutionaire omverwerping van de reactionaire regimes in deze regio en de oprichting van een socialistische federatie kan een uitweg betekenen uit deze nachtmerrie.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken