Organiseer het verzet!

D'Orazio en Marra riskeren jarenlange gevangenisstraf!

De rijkswacht en het gerecht hebben het grof geschut naar boven gehaald. Niet minder dan negentien gewelddadige misdrijven worden aangewreven aan dertien delegees, militanten en arbeiders van de Forges de Clabecq. Al deze "misdrijven" grepen plaats tijdens de voorbeeldige strijd tegen de sluiting van de staalfabriek van december '96 tot juni '97. Roberto D'Orazio en Silvio Marra spannen de kroon. De twee vakbondsleiders verzamelen op hun naam het grootst aantal misdrijven. Gaande van ontvreemding van een videocassette van de RTL met behulp van geweld of bedreiging (maximum gevangstraf 5 jaar) tot "aanval of verzet met geweld of bedreiging van de rijkswacht met opstand door meerdere personen met voorbedachte rade en gewapend".

Dat is natuurlijk geen toeval. De burgerij begrijpt zeer goed de rol van delegees. Zij zijn de ziel van de vakbond. Marx vertelde ooit dat de arbeidersklasse zonder vakbondsorganisatie slechts "brute grondstof is, klaar om uitgebuit te worden". De bijzonderheid van deze rechtszaak is dat vakbondsleiders verantwoordelijk worden gesteld voor misdrijven als gevolg van hun "toespraken op vergaderingen of op openbare plaatsen, ofwel door middel van eender welke geschriften, drukwerken of afbeeldingen of emblemen (...) die directe aanleiding gaven tot het begaan van een misdaad (...)".

Dit is ongehoord. Er wordt hier teruggegrepen naar een wet van de vorige eeuw, toen de arbeidersbeweging pas in haar kinderschoenen stond. De strafwet werd in 1867 aangepast op aandringen van de meest conservatieve krachten in de maatschappij om het gerecht te wapenen tegen sociale onlusten (de algemene stakingen voor het algemeen stemrecht) op initiatief van de arbeidersorganisaties. Het gerecht had toen wanhopig gepoogd arbeidersleiders te veroordelen voor hun onrechtstreekse rol in de sociale uitbarstingen van die periode. Dit was echter niet mogelijk op basis van de bestaande strafwet, dus werd deze aangepast om een efficiënter wapen te worden tegen de arbeidersbeweging.

De parlementaire debatten rond deze aanpassing van de strafwet bekenden duidelijk kleur. Arbeidersacties die het sociale regime aantasten werden geviseerd. Laten we deze keer ook niet verblind zijn: wat de delegees en arbeiders van de Forges echt wordt verweten zijn hun syndicale en politieke visies. De manier waarop hun strijd werd gevoerd (interprofessionele uitbreiding en veralgemening aan de basis van de bedrijfsstrijd via de Veelkleurige Marsen voor Werk), de doelstellingen ervan (verwerping van de sociale begeleiding, verdediging van elke job) en de antikapitalistische stellingnamen vormde toen een keerpunt in de syndicale cultuur. Hun strijd gaf aan veel werkers nieuwe hoop, maar was een vernedering voor te veel vakbondsleiders en socialistische politieke leiders.

Deze aanval is niet te onderschatten

De strijd van de Forges was een kaakslag voor het patronaat en zijn schaduwen in de arbeidersbeweging. Zoiets wordt niet vergeven door de burgerij. Ook de rijkswacht heeft bijzondere grieven tegen de arbeiders van de Forges. Bij de ordehandhaving werd duidelijk een politiek van twee maten en twee gewichten gevoerd. Zo konden de arbeiders van Renault-Vilvoorde zonder boe of ba de TGV tegenhouden, terwijl de arbeiders van de Forges onmiddellijk werden aangevallen bij het betreden van een autosnelweg. De arbeiders van de Forges waren hierbij echter niet bereid om hetzelfde lot te ondergaan als de Franstalige studenten een tijdje voor hen. Toen werden de Franstalige jongeren en leraars gretig neergeslagen bij hun acties door de rijkswacht. De arbeiders van de Forges bezorgden op de fameuze autosnelweg de "moedige ordehandhavers" dan ook een serieuze vernedering. Vandaag slaat het gerecht terug door de leiders te betichten van het volgende misdrijf: "vernietiging of beschadiging (...) als bendeleider of aanstoker met behulp van geweld of bedreiging van 8 vrachtwagens, 2 waterkanonnen, rails, wegbakens, palen en aanplantingen". Allemaal de schuld van... jawel, onze twee krachtpatsers: D'Orazio en Marra.

Dit proces is een zuivere uitdrukking van sociale wraak. Het is ook een waarschuwing aan het adres van alle andere delegees in dit land. Protesteren is wel toegelaten, maar je mag door je actie vooral niet een aantal funderingen van het kapitalisme zelf in vraag stellen. Indien de arbeiders schuldig worden bevonden, riskeren zij een gevangenisstraf en een zware boete. Vergeet ook niet dat velen onder hen nog steeds werkloos zijn. Geen enkele andere delegee of militant is dan nog veilig in dit land.

Dit alles kadert in een strategie van verhoogde staatsrepressie tegen syndicale acties, witte comités enzovoort (zie de deurwaarders voor de fabriekspoorten en het artikel 342). Deze strategie is gebaseerd op de criminalisering van syndicale acties. Dit proces is ook maar mogelijk dankzij de uitsluiting van de belangrijkste vakbondsdelegees door de ABVV-leiding. De vakbondsleiding zette hierdoor het licht op groen voor het gerecht en de rijkswacht om hun gang te gaan. De 13 "verdachte" delegees en arbeiders zijn echter niet allemaal uitgesloten, ook al verandert dat niets aan het feit dat ze juridisch en syndicaal verdedigd moeten worden. De 13 zijn een echte doorsnede van arbeidersbeweging: op de zwarte (of liever rode) lijst prijken ABVV-militanten, ACV-leden, en ook bekende en minder bekende PS-militanten.

Het is waarschijnlijk dat na deze groep ook andere arbeiders die aan al deze acties hebben deelgenomen worden uitgepikt voor gerechtelijke vervolging. Er werden reeds honderden andere dossiers aangelegd. Het recht staat wel aan hun kant, maar het gerecht staat aan de kant van het patronaat en de geprivilegieerden. Hun verdediging voor de rechtbank, de pleidooien van hun advocaten enz zullen hun belang hebben. Maar arbeiders in strijd hebben eigenlijk geen verantwoording af te leggen tegenover deze rechters. De enige verantwoording die ze hebben af te leggen is tegenover de arbeiders en hun gezinnen: meer dan duizend jobs werden gered door de sociale mobilisatie van de Forges. Als het van de debatten in de rechtskamer zou afhangen was hun lot al lang bezegeld. Daarom is massa-mobilisatie nodig tijdens de zittingen van de rechtbank.

Alle syndicale delegaties en besturen moeten het proces van de Forges op de agenda plaatsen van hun vergaderingen. In alle bedrijven moet de betekenis uitgelegd worden van deze aanval. De vakbondsleiders moeten onder druk gezet worden opdat niet alleen de gerechtskosten zouden gedragen worden door de beweging, maar dat er ook een mobilisatie op gang wordt gebracht. Ook het media-embargo moet doorbroken worden door kopieën van de protestmoties naar de redacties van de verschillende kranten en tijdschriften te sturen enzovoort. Maar als eerste stap is er vooral de mobilisatie van veel volk nodig tijdens de eerste zitting van de rechtbank op 26 november om 8 uur op de Place de Nivelle te Nijvel.

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 2 mensen, lachende mensen, tekst

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken