De index beschermt de lonen en inkomens tegen de stijgende levensduurte. Zolang de inflatie tegen een slakkengangetje (2 à 3 procent) vooruitgaat morren de bazen niet te veel. Maar zodra de prijzen uit de pan swingen wordt er met scherp geschoten op de koppeling van de lonen aan de verbruikersprijzen.

Een loom ‘déjà vu'-gevoel overvalt ons dan. Vooral in de jaren '70, later in de jaren '80 en dan opnieuw in de jaren '90 werd de index beschuldigd van alle plagen van Jeruzalem. Men stelde de index vooral verantwoordelijk voor - geloof het of niet - de inflatie zelf. Ook werd de massale werkloosheid toegeschreven aan de loonstijgingen. Een Britse conservatieve premier vatte deze zienswijze als volgt samen: "De loonstijging van de ene man is de prijsstijging van de andere man." De voorzitter van de Europese Centrale Bank, Trichet, herhaalt dit oude refrein vandaag. Vreemd genoeg vergeet hij erbij te zeggen dat dankzij de index de lonen de prijsstijgingen volgen en niet omgekeerd. De loonstijging via de index is een reactie op de inflatie en niet omgekeerd. Het is de inflatie die de vraag naar hogere lonen uitlokt. De laatste tien à vijftien jaar werd, dikwijls met de zegen van de vakbondstop, loonmatiging of zelfs loondaling geruild voor onwaarschijnlijk jobbehoud. Sinds 2001 is in de Europese Unie het aandeel van de lonen in het nationale inkomen met 6 procent gedaald, ten voordele natuurlijk van de inkomsten uit kapitaal.

Een paraplu

De index is als een paraplu voor ons inkomen bij slecht weer. Met een inflatie van maar liefst 4,3 procent, de hoogste in 22 jaar, hebben we twee indexsprongen van 2 procent gekend in nauwelijks vijf maanden. Mogelijk komt er nog een derde aanpassing dit jaar. En wat wil het patronaat? Onze paraplu afpakken! Voor wat dient een regenscherm als we het niet kunnen gebruiken bij regen en hagel? Meer dan ooit hebben we de index nodig. Toegegeven, in de paraplu zitten grote gaten. De gezondheidsindex knipte lappen stof eruit. De sterke prijsopstoot van energie- en voedselprijzen wordt vandaag maar ten dele weerspiegeld in deze index. Met verschillende maanden vertraging worden de lonen dan aanpast.

Samen met het Groothertogdom Luxemburg is België het enige land met een indexmechanisme in de EU. De hogepriester van de Europese bankiers, Trichet, heeft onlang de druk opgevoerd tegen dit systeem. Het opzet is doorzichtig: een nieuwe loonmatiging voorbereiden. De vakbonden hebben terecht elke discussie over de afbouw van de index verworpen. Ook de ‘all'-in akkoorden waarbij een maximumloonstijging in geen geval mag overschreden worden, vegen ABVV en ACV van tafel. Zeer goed. Nochtans bestaat zo'n akkoord reeds in de bouw. Dat is een gevaarlijk precedent. Ook de loonnorm moet verdwijnen. Net zoals de onrechtvaardige gezondheidsindex. Mensen met goede bedoelingen, bezorgd over de onvolmaaktheid van de huidige index, willen deze ook veranderen. Er is zo sprake van een index waar enkel de basisproducten worden in opgenomen.

Een index enkel met basisproducten?

Spirit (deze links-liberalen hebben geen goede bedoelingen) wil ook dat de luxeauto's uit de prijzenmand verdwijnen. Vandaar hun stunt met de Porsche: "De Porsche uit de index". Hoe sympathiek die slogan ook lijkt, het zal een totaal onbeduidend effect hebben op de index. Eigenlijk is dat voorbeeld demagogisch. Een rechtvaardige index begint met het weer opnemen van de brandstof en de sigaretten. Er wordt beweerd dat een index met enkel basisproducten rechtvaardiger is voor de laagste inkomens. De groep met lagere inkomens besteed immers een groter deel van hun gezinsbudget aan basisproducten (woning, verwarming, voedsel). Het zijn net die producten die het meest in prijs zijn gestegen de laatste maanden. Eerder dan een index met enkel basisproducten zou de indexkorf beter meer gewicht moeten geven aan deze producten tegenover andere.

Daarnaast is er het pleidooi om de indexaanpassingen in centen in plaats van procenten uit te drukken. Een procentuele stijging van het loon zorgt immers voor een grotere opslag bij hogere lonen dan bij lagere lonen. Het antwoord hierop is volgens ons niet de afschaffing van stijgingen in procenten. De discussie over de ongelijkheid in inkomens mogen we onder geen beding voeren over lage en hoge lonen tussen de arbeiders en de bedienden onderling. Als we dit doen verdoezelen we de echte ongelijkheid tussen de inkomens uit arbeid en deze uit kapitaal. Dit is de echte graadmeter van de uitbuiting en ongelijkheid in de maatschappij. Wij zijn voorstanders van het behoud van de procentuele stijging, maar ook van een nominale stijging van de lage lonen en uitkeringen met bijvoorbeeld 100 of 200 euro netto.

West- en Oost-Europa in strijd voor meer loon

Het patronaat heeft in veel bedrijven in het voorjaar loonstijgingen moeten toestaan onder druk van de stakingsgolf, de volle orderboeken en de krappe arbeidsmarkt. Overal in Europa staat de stijging van de lonen op de agenda als een onmiddellijke eis. De erosie van de koopkracht zwengelt overal stakingen aan, ook in Oost Europa. Symbool voor de loonstrijd in Oost-Europa is de staking door de automobielarbeiders van Dacia (overgenomen door Renault). Zij staken er voor een loonstijging van 148 euro per maand! Op veel plaatsen in het Oost-Europa durven de arbeiders nu weer looneisen te stellen. In Slovenië staakten op 12 maart 145.000 arbeiders en bedienden voor meer loon. Een paar maand tevoren betoogden in de hoofdstad 70.000 vakbondsmensen voor ‘Europese lonen'. In Duitsland onthulde een recente peiling dat 43 procent van de loontrekkenden bereid is een loonstijging van 10 procent te eisen.

Het Europese Vakverbond eist ‘betekenisvolle loonstijgingen'. Die eis werd kracht bijgezet door een eurobetoging in Ljubljana waar 35.000 syndicalisten zich hadden verzameld. De International Marxist Tendency, waartoe Vonk behoort, deelde er een pamfletpamflet uit in vijf talen. De hoofdeis van het pamflet was een automatische koppeling van de lonen aan de levensduurte in heel Europa. Dat is een veel juister eis dan de vage oproep voor hogere lonen. De verdediging van de index in België moet daarom geen achterhoede gevecht zijn maar een voorhoedestrijd voor een index in heel Europa.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken