Onder de titel Beethoven: The Symphonies brengt het Symfonisch Orkest van de Munt bij BOZAR de negen symfonieën van Beethoven, verspreid over vijf concerten. De eerste twee concerten vonden in november plaats. Om de revolutionair in Beethoven beter te begrijpen vroegen de organisatoren aan Alan Woods van In Defence of Marxism naar een essay.

U kunt het lezen van pagina 30 tot 34 in de programmabrochure: Beethoven, de man, componist en revolutionair

We publiceren het hier ook integraal.

BEETHOVEN: MENS, COMPONIST EN REVOLUTIONAIR

“Beethoven is de vriend en de tijdgenoot van de Franse Revolutie die hij altijd trouw is gebleven, ook toen filantropen met zwakke zenuwen, van het slag van Schiller, haar tijdens de Jakobijnse dictatuur voor bekeken hielden. Zij wilden de tirannen liever met kartonnen zwaarden te lijf gaan op het theaterpodium. Beethoven, die geniale plebejer, stuurde met geheven hoofd keizers, prinsen en magnaten wandelen. Die Beethoven bewonderen we om zijn onverwoestbare optimisme en zijn viriele droefheid, om het bezielde pathos van zijn strijd en de onverzettelijke vastberadenheid waarmee hij het lot bij de keel greep.” (Igor Stravinsky)

Als er ook maar één componist het predicaat ‘revolutionair’ verdient, is het Ludwig van Beethoven (1770-1827) wel. Het woord ‘revolutie’ hebben we te danken aan Nicolaus Copernicus die in de 16de eeuw vaststelde dat de aarde omwentelingen – of revoluties – rond de zon maakt, en zo onze kijk op het universum en op onze plek in het heelal voorgoed veranderd heeft. Beethoven van zijn kant tekende voor wat wellicht de grootste revolutie was die de moderne muziek ooit heeft gekend. Hij was ontzettend productief en componeerde onder meer negen symfonieën, vijf pianoconcerto’s, een aantal concerto’s voor viool, strijkkwartetten, pianosonates, liederen en één opera. Hij veranderde de manier waarop muziek werd gecomponeerd en beluisterd. Tot aan het eind van z’n leven is hij de grenzen van de muziek blijven verleggen.

Na Beethoven kon er onmogelijk nog teruggegrepen worden naar de tijd waarin muziek beschouwd werd als een slaapmiddel voor gegoede mecenassen. Zijn muziek brengt geen rust, maar schokt en verontrust de toehoorder. Het is muziek die je doet nadenken en voelen.

De beginjaren

Het verschil tussen Frankrijk en Duitsland, aldus Karl Marx (1818-1883), was dat de Fransen revoluties ontketenden, terwijl de Duitsers er alleen maar over fantaseerden. Om diezelfde reden kende het filosofische idealisme in Duitsland op het eind van de 18de en in het begin van de 19de eeuw een grote bloeiperiode. In Engeland voltrok zich onder impuls van de burgerij een revolutie op wereldschaal op het vlak van de industriële productie, terwijl de Fransen aan de andere kant van het Kanaal een al net zo ingrijpende politieke revolutie voerden. In het terughoudende Duitsland, waar de sociale verhoudingen achterbleven op die in Frankrijk en Engeland, was de enige revolutie een revolutie in de geesten. Filosofen als Immanuel Kant, Johann Gottlieb Fichte, Friedrich von Schelling en Georg Wilhelm Friedrich Hegel debatteerden over de aard van de wereld en wisselden ideeën uit, terwijl de mensen in andere landen zich hadden voorgenomen de wereld en de geesten radicaal te veranderen.

Sturm und Drang belichaamde als beweging dat typisch Duitse fenomeen. Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) stond onder invloed van de Duitse idealistische filosofie en liet zich vooral leiden door de ideeën van Kant. In die stroming weerklinken de echo’s van de Franse Revolutie, zij het zo veraf en vaag dat ze er niet in slagen de grenzen van de abstracte wereld van de poëzie, de muziek en de filosofie te overstijgen. Sturm und Drang was een afspiegeling van het revolutionaire karakter van het Duitsland van het eind van de 18de eeuw, een periode waarin de ratio en het intellect hoogtij vierden. De Franse filosofen leidden de revolutionaire gebeurtenissen van 1789 in met hun aanval op de ideologie van het oude regime. In zijn boek Anti-Dühring verwoordde Friedrich Engels (1820-1895) dat als volgt: “De grootse mannen, die de Franse geesten lieten rijpen voor de op til zijnde revolutie waren zelf extreme revolutionairen. Ze erkenden geen enkel soort gezag van buitenaf. Godsdienst, natuurbeschouwing, de maatschappij, de staatsorde… dat alles werd zonder onderscheid het doelwit van hun nietsontziende kritiek; alles moest zijn bestaan kunnen rechtvaardigen voor de rechtbank der rede, of zijn bestaan prijsgeven. De rede werd de enige maatstaf waarmee alles werd gemeten. Het was de tijd waarin, zoals Hegel stelt, de wereld op zijn kop werd gezet, vooreerst in die zin dat het hoofd van de mens, en de principes die voortsproten uit het denken, golden als de grondslag van het hele menselijke handelen en samenleven, maar later ook in de ruime zin: de werkelijkheid die met deze stellingen in strijd was, diende inderdaad op haar kop te worden gezet.”

De impact van die prerevolutionaire woelige periode in Frankrijk oversteeg de landsgrenzen en liet zich voelen tot in Duitsland, Engeland en zelfs Rusland. In de literatuur moesten de oude, hoofse stijlen steeds meer terrein prijsgeven. Dat kwam ook tot uiting in de poëzie van Goethe, de grootste dichter die Duitsland ooit heeft voortgebracht. Faust, zijn grootste meesterwerk, is doordrongen van een dialectische geest. Mephistopheles is de levende geest der loochening die overal in doordringt. Deze revolutionaire geest weerklonk later ook in werken van Mozart, meer bepaald in Don Giovanni. Toch was het wachten op Beethoven tot de geest van de Franse Revolutie ook daadwerkelijk tot uiting kwam in de muziek.

Een revolutionair tijdperk

Beethoven zag het levenslicht in een wereld die in een staat van beroering was, een wereld die zich in een overgangsperiode bevond en werd gekenmerkt door oorlogen, revoluties en contrarevoluties. In 1776 slaagden de Amerikaanse kolonisten erin de vrijheid te veroveren met behulp van een revolutie die was uitgegroeid tot een nationale bevrijdingsoorlog tegen de Britten. Dat was het eerste bedrijf van een groots historisch drama.

De idealen van de individuele vrijheid die de Amerikaanse Revolutie uitdroeg, waren schatplichtig aan de Franse Verlichting. Iets meer dan een decennium later lieten de ideeën die waren opgenomen in Rights of Man zich in Frankrijk op een nog explosievere manier gelden. De bestorming van de Bastille in juli 1789 werd een scharnierpunt in de wereldgeschiedenis.

De Franse Revolutie maakte komaf met het feodalisme, bracht een hele natie op de been en liet Europa zien wat moed en vastberadenheid waren. De bevrijdende geest van de revolutie in Frankrijk raasde in geen tijd door Europa. Die periode noopte tot nieuwe kunst- en uitdrukkingsvormen. Die kwamen er met de muziek van Beethoven die de tijdsgeest beter dan wat ook wist te vatten.

In 1793 werd koning Lodewijk XVI van Frankrijk onthoofd door de Jakobijnen. Dat veroorzaakte een schokgolf aan alle Europese hoven die zich harder gingen opstellen tegenover het revolutionaire Frankrijk. De ‘liberalen’ die de Franse Revolutie oorspronkelijk enthousiast hadden onthaald, schaarden zich nu stilletjes achter de reactionairen. De vijandigheid waarmee de welstellende klassen zich tegenover Frankrijk opstelden, is door Edmund Burke uitstekend verwoord in zijn Reflections on the Revolution in France. Overal werden de aanhangers van de revolutie argwanend bekeken en vervolgd. Vrienden van de Franse Revolutie wisten zich niet langer veilig. Dit was een woelige periode. De revolutionaire legers van de jonge Franse republiek versloegen de legers van het feodaal-monarchistische Europa en sloegen alle aanvallen af.

De jonge componist Ludwig van Beethoven was van meet af aan een vurig bewonderaar van de Franse Revolutie. Tot zijn ontsteltenis nam Oostenrijk het voortouw in de contrarevolutionaire coalitie tegen Frankrijk. In de hoofdstad van het Rijk heerste een angstklimaat. De argwaan hing haast tastbaar in de lucht, de spionnen waren alomtegenwoordig en de censuur smoorde de vrije meningsuiting. Maar wat het geschreven woord niet tot uiting kon brengen, lukte wel via grootse muziek.

Een revolutionaire figuur

Op de portretten van Beethoven die de tand des tijds hebben overleefd, worden we aangestaard door een tobberige en sombere jongeman. Uit zijn blik spreken een innerlijke spanning en een hartstochtelijk karakter. Fysiek was Beethoven niet aantrekkelijk: een groot hoofd met een Romeinse neus, een pokdalig gezicht en dik, borstelig haar dat nooit gekamd leek te zijn. Zijn donkere huidskleur leverde hem de bijnaam “de Spanjaard” op. Met zijn kleine, gedrongen gestalte en veeleer onbeholpen voorkomen had hij het air en de manieren van een plebejer. Dat konden de elegante kleren die hij als jongeman droeg niet verhullen.

Slecht gekleed, zwaarmoedig en met ongekamde haren maakte de geboren rebel zijn opwachting in het aristocratische en veeleisende Wenen. Hij had lak aan de mooidoenerij die van hem verwacht werd. Net zoals alle componisten in die tijd was Beethoven afhankelijk van de beurzen en opdrachten die de gegoede, aristocratische mecenassen hem toespeelden. Maar ze konden hem nooit naar hun pijpen laten dansen.

Hij moet er zich helemaal ontheemd gevoeld hebben. Hij verafschuwde de gangbare normen en de rechtzinnigheid. Zijn voorkomen en zijn omgeving konden hem gestolen worden. Beethoven was een man die leefde voor zijn muziek en niet streefde naar werelds comfort. Zijn privéleven verliep chaotisch en woelig, en kan nog het best worden omschreven als bohemienachtig. Hij voelde zich verstikt in de kleinburgerlijke sfeer van Wenen en schreef vertwijfeld: “Zolang de Oostenrijkers hun bruine bier en worstjes hebben, zullen ze nooit in opstand komen.”

De symfonieën

De symfonieën van Beethoven vormen een radicale breuk met het verleden. Qua vorm is er op het eerste gezicht weinig verschil te merken, maar wat betreft de inhoud en de geest van de muziek kon het verschil met de componisten vóór hem nauwelijks groter zijn. Voor Beethoven – en de romantiekers die in zijn voetsporen traden – ging het niet om de muzikale vormen, de vormelijk symmetrie en het evenwicht binnen de werken, maar stond de inhoud voorop. In de werken van Beethoven is het evenwicht dan ook vaak verstoord. De dissonanties, die het innerlijke conflict belichamen, zijn talrijk aanwezig.

In 1800 componeerde hij zijn eerste symfonie. De invloed van Haydn is er nog duidelijk in te horen. Het is een vrolijk werk, waarin nog geen sprake is van het conflict en de strijd die zijn latere werken kenmerken. Niets liet toen vermoeden wat hij later nog op de wereld zou loslaten. Beethoven was ook beïnvloed door Schillers theorie over de tragedie en de tragische kunst. Die beschouwde hij niet alleen als menselijk lijden, maar ook, en vooral, als een strijd tegen het lijden.

Rond die tijd besefte Beethoven ook dat hij stilaan doof werd. Dat is voor iedereen een ernstige beperking, maar voor een componist is het natuurlijk extra rampzalig. Maar aan zijn innerlijk gehoor had hij blijkbaar genoeg om te blijven componeren. In 1802, het jaar waarin hij zijn grootste persoonlijke crisis beleefde, begon hij aan de compositie van zijn Derde symfonie, de Eroica.

De Eroica sloeg in als een bom. Het was een werk met een boodschap, een werk dat iets te vertellen had. Het is de muzikale tegenhanger van de Franse Revolutie. Net zoals de grote Franse revolutionairen was Beethoven ervan overtuigd dat hij zich tot de komende generaties richtte. Wanneer muzikanten klaagden dat zijn muziek te moeilijk om te spelen was (wat wel vaker gebeurde), antwoordde hij meestal: “Maak je geen zorgen, dit is muziek voor de toekomst.”

De muzikale wereld van Beethoven is geen streling voor het oor. De klank is ongepolijst en veroorzaakt een muzikale explosie, een muzikale revolutie die de tijdgeest nauwkeurig weet te vatten. Hier gaan afwisseling en conflict hand in hand. Beethoven schreef op zijn partituren vaak de aanwijzing sforzando, wat zoveel betekent als aanval. Dit is gewelddadige muziek, vol beweging, met stemmingen die elkaar vlug afwisselen, en doorspekt met conflict en contradictie.

Dat is geen toeval, want Beethovens muzikale revolutie was de afspiegeling van een revolutie in het echte leven. Beethoven was een kind van zijn tijd – de tijd van de Franse Revolutie. De meeste van zijn grootste werken zijn geschreven op het hoogtepunt van de revolutie, en elke noot is doordrongen van de revolutionaire geest. Het is onmogelijk om hem te begrijpen als aan die context voorbij wordt gegaan.

Beethoven maakte radicaal komaf met alle bestaande muzikale conventies, net zoals de Franse Revolutie de augiasstallen van het feodale verleden uitmestte. Hij componeerde een nieuw soort muziek, een muziek die veel deuren opende voor de componisten die na hem kwamen, net zoals de Franse Revolutie de deur voor een nieuwe, democratische samenleving openzette.

Het intrinsieke geheim van Beethovens muziek schuilt in een hevig conflict. Dat conflict woedt in de meeste van zijn werken en komt tot een indrukwekkend hoogtepunt in zijn laatste zeven symfonieën, te beginnen met de Derde symfonie. Die Eroica was het echte keerpunt in de muzikale evolutie van Beethoven en in de geschiedenis van de muziek in het algemeen. De wortels van die revolutie in de muziek moeten buiten de muziek worden gezocht, namelijk in de samenleving en de geschiedenis.

De grootsheid van Beethovens muziek schuilt in het feit dat het individuele in zijn muziek één is met het universele. Uit zijn muziek spreekt een aanhoudende strijd om alle obstakels te overwinnen en een hogere zijnstoestand te bereiken. Zijn muziek was revolutionair omdat ze, in al haar schroeiende intensiteit, haar licht werpt op bepaalde aspecten van de condition humaine die nooit eerder via muziek tot uiting waren gebracht. Ze is de uitdrukking van een onveranderlijke waarheid en een bezielde ambitie om te strijden voor een betere wereld. Het is muziek voor de hele mensheid en voor alle tijden.

Vertaling: Piet De Meulemeester

De Brit Alan Woods (°1944) is een politiek marxistisch theoreticus. Hij is stichtend lid en voorzitter van International Marxist Tendency. In 1998 richtte hij de website Defence of Marxism (marxist.com) op, een forum van International Marxist Tendency ter verspreiding van het antikapitalistische revolutionaire gedachtegoed.