S&V: na de ontmaskering, tijd voor de grote bezemzwiep
Een onderzoeksreportage en 40 minuten, zoveel was er nodig om het gehypte extreem-rechtse studentengroepje Schild & Vrienden (S&V) in het nauw te drijven. Dit is het uitgelezen moment om er een schepje bovenop te doen en extreem-rechts van de campussen te verjagen. Verkondig je anti-racisme luid en duidelijk. Strijd luid en duidelijk voor een socialistische samenleving, die de voedingsbodem van deze verwerpelijke groeperingen naar de vuilbak van de geschiedenis kan verwijzen.
Lees verder
De economische theorie van Marx en de toekomst van de marxistische economie
Lees verder
Hoe strijden tegen alle vormen van onderdrukking?
Racisme, homofobie, islamofobie, vrouwendiscriminatie, zijn allen vormen van onderdrukking die ondanks alle ‘vooruitgang’ blijven bestaan in onze maatschappij. Wat er ook was gewonnen aan rechten op deze vlakken, en het was dan nog ruimschoots onvoldoende, komt vandaag op de helling te staan. De laatste jaren is er op deze terreinen een tegenreactie op gang gekomen.
Lees verder
Klimaatchaos, het kapitalisme treft schuld
De temperaturen blijven stijgen en de kapitalisten kunnen enkel machteloos toekijken. In laatste instantie is hun systeem verantwoordelijk voor deze vernietigende chaos.
Lees verder
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • S&V: na de ontmaskering, tijd voor de grote bezemzwiep
  • De economische theorie van Marx en de toekomst van de marxistische economie
  • Hoe strijden tegen alle vormen van onderdrukking?
  • Klimaatchaos, het kapitalisme treft schuld

Belgische films die een arbeidersstaking als onderwerp hebben zijn zeldzaam. Nog zeldzamer zijn films waar de arbeiders het woord nemen en hun ervaring met collectieve acties uit de doeken doen. In de documentaire “Rien ne nous est donné” staat de staking centraal, “het enige wapen waarover we beschikken” zoals Sergio, een getuige in de film, zo treffend verwoordt. Het is een Franstalig documentaire, maar er bestaan plannen om ook een versie met Nederlandstalige ondertitels uit te brengen .

De cineast beperkt zich niet tot één staking, vijf stakingen die zich allemaal te Brussel afspeelden komen aan bod. We maken kennis met de strijd van Citroën in 1969 en de strenge repressie die ermee gepaard ging, met het gevecht van de chocoladefabriek van Côte d’Or in 1988, de staking van Volkswagen in 1994, de bezetting van Godiva in Koekelberg in 2009 en de strijd van de Fiatvestiging, aan het Meiserplein in Schaarbeek in 2010. Het is zeker geen historische documentaire, maar een écht werkinstrument dat ons aangereikt wordt, zoals de structuur van de film aantoont.

Verspreid over drie delen – de organisatie van de arbeiders, de krachtsverhoudingen en de patronale reactie, maakt deze film ons de dynamiek van de staking duidelijk en de evolutie in het bewustzijn van de arbeiders. Alhoewel de staking de rode draad van de film is, onderstreept de cineast, Benjamin Durand: “dat deze vijf conflicten allemaal hun eigenheid hebben, ze zijn allen uniek en we hebben geprobeerd om ze als een geheel te beschouwen.”
Benjamin Durand, afkomstig uit Frankrijk, verblijft nog maar 4 jaar in Brussel. Hij vertelt ons dat hij “een industriestad ontdekt heeft, een arbeidersstad, en niet enkel de hoofdstad van Europa of een administratief centrum. In Brussel, ziet men de arbeiders niet, of beter: men wil ze niet zien. Het is nochtans niet zo lang geleden dat Brussel de belangrijkste industriële stad was van het land.” Hij vertelt met groot enthousiasme over zijn film en over de visie van klassenstrijd die aan bod komt.

Vonk: Waarom heb je de film “Rien ne nous est donné” gemaakt?

Benjamin Durand: In het algemeen heeft men het over de oorzaken van een staking – het verminderen van de tewerkstelling, een herstructurering, bezuinigingen in de openbare diensten, of over de gevolgen. Er zijn niet veel films die de staking van binnenuit tonen, die aangeven hoe erover gedacht wordt. Maar het gaat ook over het collectief geheugen, het geheugen van de arbeiders in het conflict dat niet vertrekt vanuit de arbeidsomstandigheden. Ik heb het over het verleden waarover niets geschreven werd. Een film maken over dit onderwerp is ook de wil uiten om een spoor na te laten die ons zal toelaten na te denken over een actiestrategie.
Vonk: Wat opvalt tijdens de voorstelling is het gelaat van de arbeiders wanneer ze het hebben over de staking, zelfs al gebeurde het 40 jaar geleden: ze glunderen en lachen.

Benjamin Durand: Dat is inderdaad opmerkelijk. Het is zo bij iedereen. De staking, of ze nu succesvol was of niet, betekent een periode die ze samen doorleefd hebben. Het is ook het motto van de film: het idee van een collectieve actie. Tijdens een staking komt een kracht tot stand. Lisette, die in de kantine van Godiva werkte, merkt het op aan het einde van de film: een staking is een onwaarschijnlijke kracht die ons laat voelen dat we niet alleen zijn. Het is het tegenovergestelde van de vervreemding die ontstaat bij het werk in een fabriek. Mijn vader was zijn gehele leven arbeider aan de lopende band bij Renault. Maar hij heeft nooit over dat bandwerk gepraat, dat deed men niet bij ons thuis. Wanneer er een staking was, dan merkte je dat hij opleefde, dat hij blij was. Wanneer je je gehele leven een nummer bent en 3 minuten hebt om te gaan plassen, dan geeft de staking je je waardigheid terug. Op een gegeven ogenblik vertelt Nouredinne dat de staking het mogelijk maakte dat de arbeiders zich bewust werden van hun macht. Zij konden beslissen of ze al dan niet zouden produceren. De staking verandert de krachtsverhoudingen. De angst zit niet meer aan dezelfde kant, deze van de arbeiders. Wanneer ze glimlachen als ze eraan terugdenken, is het omdat ze een ongelooflijke ervaring meegemaakt hebben.

Vonk: Je gebruikt de term “macht”. Dit is een juiste beschrijving, tijdens een staking neemt de macht van de arbeiders evenveel toe als de macht van de fabriek vermindert.

Benjamin Durand: Des te beter als men na het bekijken van mijn film er zo over denkt! Er is een macht bij de arbeiders die latent aanwezig is. We hebben over deze kwestie veel gediscuteerd, ook al wordt er in de film niet naar gerefereerd. Maar tijdens een staking worden de arbeiders zich bewust van hun kracht, van hun macht. Ze geven zich er rekenschap van dat ze met méér zijn dan de patroons. Het zijn de arbeiders die alles draaiende houden, zij laten de fabriek werken. Zonder hen bestaat de fabriek niet. Ze zeggen het ook in de film: ze hebben dingen gedaan waarvan ze dachten dat ze het nooit zouden durven, zoals zich tegenover de patroon stellen, hem bij zijn das nemen, een brief naar de directeur gooien in aanwezigheid van de financiële directie uit de USA,….
De mensen zijn het zo gewoon om verpletterd te worden….. Ze denken: “wij zijn maar klein, kleine arbeiders, kleine werknemers”. Maar tijdens een staking breken ze uit dit keurslijf. De arbeider denkt: “ik ben geen stront, ik ben geen nummer”. Hij wordt er zich van bewust. Iedereen is er zich van bewust dat de collectieve actie hen over de drempel heeft getrokken. Alleen zouden ze zo ver niet gekomen zijn, de groep geeft hen zekerheid en meer zelfvertrouwen.

Vonk: Je hebt er opzettelijk voor gekozen om de arbeider niet als een slachtoffer voor te stellen. De Belgische sociale cinema toont vooral de armen, de onderdrukten, diegene die uitgebuit worden….. en zonder de collectieve strijd worden ze vooral geportretteerd als slachtoffers, personen die van buitenaf moeten geholpen worden. Dat is helemaal het geval niet bij jouw film

Benjamin Durand: Zeker niet! Moest ik mij op een dag zo gedragen dan hoop ik dat ze me zullen zeggen dat ik met filmen moet stoppen! Het is mijn eigen keuze om niet in de val van het slachtofferschap en de miserie te trappen. Diegenen die aan “sociale cinema” doen, ageren vanuit een bepaalde sociale klasse, om de armen te helpen, uit christelijke naastenliefde. Neen, zo’n films maak ik niet! Het is geen film waarin men zijn lot beklaagt, maar één die eindigt met “allemaal samen”. Sommigen uit de Belgische en Franse sociale cinema zouden zichzelf meer in vraag moeten stellen. Zelfs bij enkele films van Ken Loach, zegt men vooral: “het is toch erg hoe deze mensen moeten leven!” en niet: “we zullen allen samen werken om de dingen te veranderen.” Ik hoop dat mijn film als werktuig van verandering kan gebruikt worden, of als denkkader van maatschappelijke omwenteling.

Vonk: De gemeenschappelijke actie verandert ook de arbeiders…

Benjamin Durand: Ja, dat was ook ons uitgangspunt….. Wij “geven” het woord niet aan de arbeiders, maar we zetten hen aan om zelf het woord te nemen om te getuigen over hun staking en de manier waarop die van binnenuit beleefd werd. Zij hadden voorheen nog nooit stil gestaan en gereflecteerd over hun staking. Het is enkel door de discussies tijdens de film dat ze zich van deze verandering bewust werden. Jazeker, de staking heeft hen veranderd. Wanneer men samen komt en besluit om in actie te komen dan verander je. Ik weet niet of iedereen er zich van bewust was. Het is ook daarom dat we deze film wilden maken, omdat er weinig over gesproken wordt.

In Frankrijk – minder in België – zijn er films die de arbeidersstrijd gevolgd hebben, zoals “Les Conti” en “Comme les Lions” en die de verandering die arbeiders doormaken tonen. Men zou kunnen denken dat dit uitzonderingen zijn en dat ze enkel bij deze staking gebeurd zijn. Ik heb verschillende stakingen op verschillende tijdstippen bij elkaar gebracht om ze te vergelijken. De verandering is, uiteindelijk, de essentie van de collectieve actie en van het conflict.

Deze film is geen “ontspannend filmmoment” maar een gelegenheid om na te denken over de verschillende aspecten van de staking. Ze is ook bedoeld voor diegenen die niet weten wat een staking inhoudt en die niet bekend zijn met de leefwereld van de arbeid. Deze film toont de staking niet zoals ze veelal door de media voorgesteld wordt: een BBQ en bier achter een dranghekken. Wat je hier te zien krijgt is een veel betere afspiegeling van de werkelijkheid. Zoals een arbeider zegt: “de staking, je beleeft het 24 uur op 24 en als je na enkele dagen door de knieën zakt, moet je je herpakken en zeggen: komaan, we zullen doorgaan met de strijd!”

  1. ‘Niets wordt ons in de schoot geworpen’ (onze vertaling).