Het Labour Representation Committee (LRC) hield dinsdagavond tijdens de Labour Party Conference in Brighton zijn eerste bijeenkomst. Een 250 activisten namen deel. Deze succesvolle activiteit is een belangrijke stap in het gevecht tegen het blairisme en de campagne om de Labour Party te heroveren. Het enthousiasme van de meeting toonde niet alleen dat de linkerzijde van Labour leeft, maar ook dat het opborrelende verzet tegen de oorlog in Irak een impuls heeft gegeven om de campagne te voeren binnen de partij en de vakbonden.

De bijeenkomst werd voorgezeten door het parlementslid John McDonnell, de secretaris van de LRC. Opvallend veel sprekers van Labour en de vakbeweging waren aanwezig, waaronder de veteraan van de linkerzijde Tony Benn, het parlementslid Jeremy Corbyn, het parlementslid Michael Meacher, het parlementslid Alan Simpson, het parlementslid Alice Mahon, Mark Seddon en Christine Shawcroft van het nationaal bestuur van Labour, Tony Woodley (algemeen secretaris van de transportvakbond), Kevin Curran (algemeen secretaris van de GMB), Mark Serwotka (algemeen secretaris van PCS), Gerry Doherty (algemeen secretaris van TSSA), Kat Fletcher (voorzitter van NUS) en anderen. Onder de sprekers was ook Alan Woods die sprak voor de campagne ‘Handen af van Venezuela’die sprak voor de campagne ‘Handen af van Venezuela’.

Hoewel veel bijdragen gingen over de oorlog in Irak en de resolutie tegen die oorlog waarover de volgende dag gedebatteerd zou worden, bestreek het platform verschillende thema’s. Mark Serwotka gaf een gedetailleerd verslag van de schandalige aanvallen van de regering tegen de ambtenaren en de aankondiging van 100.000 ontslagen. “De overheidssector heeft onder Blair meer privatiseringen ondergaan dan onder Thatcher en Major,” verklaarde Mark. “Zo’n 20.000 arbeiders zullen getransfereerd worden naar de privé-sector. Op 12 juli kondigde de minister van Begroting 104.000 ontslagen aan.” De tactieken van Blair en Brown zijn “de grootste aanval op de openbare sector die ik ooit heb gezien”, zei hij. “De regering weigert schandelijk om te onderhandelen.” Mark legde uit dat de vakbond een referendum organiseert voor een staking en riep andere vakbonden op tot solidariteit tegen deze scherpe aanval.

Tony Woodley verklaarde dat de eenheid van de vakbeweging tijdens het laatste jaar een “grote stap voorwaarts” was. Voor het eerst in jaren werkten de vakbonden samen en er waren toegevingen afgedwongen voor arbeidersrechten in de volgende regering van Labour. Toch zei hij dat er nog veel gedaan moet worden, in het bijzonder “de terugtrekking van de antivakbondswetten van Labour” die verhinderen dat arbeiders voor hun rechten kunnen opkomen. “Er staat voor ons nog veel op de agenda om onze partij en haar waarden te heroveren.” Toen Woodley echter vanuit de zaal werd geïnterpelleerd in verband met zijn standpunt omtrent de resolutie, gepresenteerd aan de conferentie van Labour, over de terugtrekking van de troepen uit Irak, haperde hij. Hij vertelde dat, hoewel de delegatie van de T&GWU gestemd had voor de ondersteuning van de resolutie, sommige zaken die “achter gesloten deuren” worden behandeld, opgenomen moeten worden. Het gedrag van de leiders van de vier grote vakbonden zet de leiding van Labour uit de wind in deze kwestie. Dat zorgde voor woede onder de vertegenwoordigers van de basis.

John Hendy, lid van de kroonraad, besprak het thema van de vakbondsrechten. Hij zei dat Britse arbeiders minder vakbondsrechten hebben dan in de meeste andere landen, inclusief Zuid-Afrika. Daarbij citeerde hij Blair uit begin 1997 dat Groot-Brittannië “de meest beperkende wetten in de westerse wereld” heeft. Hoewel de arbeiders de zaak van Friction Dynamic hebben gewonnen bij de arbeidsrechtbank, zijn ze nog steeds werkloos en hebben ze geen compensatie ontvangen. John vervolgde met erop te wijzen dat het aantal arbeiders dat gedekt wordt door een collectieve arbeidsovereenkomst dramatisch daalt, van 84 procent in 1979 tot 35,9 procent vandaag, minder dan de helft dus. “Met de handen van de vakbonden gebonden door de bureaucratie van de wet, kunnen ze hun arbeiders niet verdedigen of beschermen. Dat is een van de redenen voor de daling in leden.”

Michael Meacher focuste zijn bijdrage op de oorlog in Irak. Als antwoord op de zogenaamde excuses van Blair de dag voordien, stelde hij: “Met 35.000 doden in Irak was het geen kwestie van zich te excuseren voor verkeerd bewijsmateriaal. Hij knoeide met de bewijzen in de argumentatie van de regering voor oorlog.” Blair nam de beslissing om Irak binnen te vallen “een jaar voor de oorlog, zonder enige consultatie van het parlement of de kiezers”. Hij ging verder: “Blair zegt dat Irak de smeltkroes is van het internationaal terrorisme en dat we dit moeten bekampen tot het einde. Nochtans is het juist de bezetting die de oorzaak is van de huidige opstand, die continu verergert. Er zal geen vrede zijn in Irak totdat de troepen zijn teruggetrokken, zowel Amerikaanse als Britse.” Ter conclusie stelde Michael dat onder Blair de macht aanzienlijk gecentraliseerd is. “Het is onze partij en ons land en we willen ze terug.”

“We moeten onze kracht begrijpen”, verklaarde Jeremy Corbyn. “We moeten geïnspireerd zijn door de twee miljoen mensen die tegen de oorlog marcheerden februari vorig jaar.” Hij zei dat Blair de tussentijdse premier van Irak Allawi wil uitnodigen om te spreken voor de Conferentie. “Ik schreef hem met de raad dit niet te doen. Indien hij iemand met democratische legitimiteit wou uitnodigen, kon hij beter Hugo Chavez inviteren!”

De socialistische veteraan Tony Benn, die goed in vorm was, beëindigde de bijeenkomst. “Voor mij is de centrale kwestie: wie heerst er over de wereld? De mensen met geld en macht. In Groot-Brittannië hebben we geen eerste minister, we hebben een koning!” Deze machtsconcentratie en manipulatie van gebeurtenissen betekenen dat er een groot verlies aan vertrouwen is, evenals een groeiend cynisme dat de weg bereidt voor de harde rechterzijde. Binnen de partij lijken de zaken er slecht voor te staan, “maar als we Ramsay MacDonald kunnen overleven dan kunnen we ook New Labour overleven”, zei hij. “Ik zet mensen aan om te blijven en te vechten in de Labour Party. Als je weg wil gaan, dan heb je natuurlijk genoeg keuze”, zei hij met een spottende lach. “Ik heb een lijst met twintig socialistische partijen waarbij je kan aansluiten. Die haalde ik van het internet.” Het publiek begreep zijn punt maar al te goed en gaf hem een daverend applaus. Dat was een gepast einde voor een succesrijke bijeenkomst en een mooie vooruitblik op de toekomst van de LRC. Nu is het de taak om het socialistisch alternatief op het blairisme in de vakbonden en de arbeidersbeweging in het algemeen binnen te brengen.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken