De gemeenteraadsverkiezingen in Nederland zijn achter de rug. Het waren verwarrende verkiezingen. In de eerste plaats was de opkomst slechts 56 procent, de laagste opkomst ooit. In de tweede plaats zorgden deze verkiezingen voor een grote politieke verschuiving.

De vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2006 waren duidelijk een afstraffing van het beleid van Balkenende II. De linkse partijen PvdA en SP wonnen toen veel zetels.

Vier jaar later is de situatie anders. Door de val van het kabinet Balkenende IV zijn de gemeenteraadsverkiezingen voor een grote groep kiezers een voorronde voor de Tweede Kamerverkiezingen in juni. PvdA en SP zijn flink wat populariteit kwijtgeraakt, D66 en Groenlinks staan weer meer in de belangstelling, en Geert Wilders' PVV wordt nummer 2 in Den Haag en zelfs de grootste partij in Almere. Laten we dit eens analyseren.

De linkerzijde

De PvdA is behoorlijk wat stemmen kwijtgeraakt. Ze zijn door de kiezers flink afgerekend voor hun deelname aan kabinet Balkenende IV en hun samenwerken met het CDA. Uiteindelijk wisten ze nog wel net op tijd met het CDA te breken. Steun voor de PvdA was al historisch laag. Dit was uiteindelijk het gevolg van het afzweren van het socialisme, wat onder Wim Kok gebeurde. Er was veel hoop op een betere toekomst onder het kapitalisme, socialisme zou 'ouderwets' zijn en een samenwerken tussen sociaaldemocraten en liberalen zou tot meer welvaart voor iedereen leiden. Anno 2010 kunnen we duidelijk zien dat er van deze voorspellingen niets terecht is gekomen. Dit naar rechts verschuiven van de PvdA heeft er ook voor gezorgd dat de SP landelijk kon doorbreken.

De SP zag ook bij de gemeenteraadsverkiezingen flink wat verlies. Hoewel dit deels werd gecompenseerd door het winnen van zetels in gemeenten waar voor de eerste keer werd meegedaan, was er toch een daling van zetels. Dit zorgde voor een crisis in de SP. Agnes Kant trad af als fractievoorzitter, en wordt vervangen door Emile Roemer. De daling in populariteit kwam gedeeltelijk door het aftreden van Jan Marijnissen, en diens vervanging door Agnes Kant, maar ook doordat de SP gematigder is geworden en minder uitgesproken. Er is de tendens tot het matigen van de standpunten, om de partij zo voor te bereiden op toekomstige coalitievorming. Deze 'handige' politiek heeft alleen maar geleid tot minder zetels. Het contrast met andere partijen vervaagde zo.

Nu heeft de SP met Emile Roemer wel iemand die de punten goed naar voren kan brengen, maar het gaat er ook om wat de punten zijn. De SP zegt terecht dat de crisis niet betaald moet worden door te bezuinigen op sociaal beleid. Tevens zegt de SP dat de superrijken de crisis moeten betalen. Dit is juist. De crisis in een crisis van het kapitalisme. Het is dus een crisis van bankiers, topmanagers en grootindustriëlen. Maar de SP zegt dat dat gedaan moet worden door bijvoorbeeld een extra belastingschijf. Daar is op zich niets mis mee. Laat de superrijken maar betalen. Maar het probleem zit hem erin dat over onze economie weinig controle is. Dat komt doordat de banken, verzekeringsmaatschappijen en grote monopolies in private handen zijn. Zolang die in private handen blijven, zullen er crises blijven komen. Daarom is het de taak van de SP in haar programma op te nemen dat de grootste banken, verzekeringsmaatschappijen en monopolies genationaliseerd worden onder werknemerscontrole.

Groenlinks heeft meer populariteit gekregen de laatste tijd. Het is goed dat veel mensen inzien dat milieu belangrijk is. Groenlinks heeft echter veel maatregelen voor milieu die lagere inkomens harder treffen dan hogere. Het zijn juist echter de grote bedrijven die het milieu zwaar belasten die op allerlei manieren onder milieuwetgeving uit proberen te komen. Dit allemaal om de winsten te garanderen. Onder het kapitalisme is er dan ook geen oplossing voor de milieuproblematiek.

De rechterzijde

De partijen aan de rechterzijde zouden een meerderheid halen als er nu verkiezingen gehouden zouden worden. Sommige commentatoren spreken over een structurele verrechtsing van de maatschappij, en wijzen op de populariteit van Geert Wilders.

In tijden van crisis kan de rechterzijde altijd profiteren door te stellen dat er flink bezuinigd moet worden. Als rechtse partijen dat zeggen, bedoelen ze altijd dat er op sociaal beleid en lonen bezuinigd moet worden. Deze ideeën kunnen altijd aanhang onder de bevolking krijgen, zolang er geen alternatief is.

De PVV van Geert Wilders werd de grootste partij in Almere, en de tweede in Den Haag. Dit is een afspiegeling van de grote afkeer tegen de politieke orde. Geert Wilders heeft echter geen oplossingen. Het plan om stadscommando's door de steden te laten lopen die verdachte jongeren preventief zullen fouilleren, zal in de grote steden, met veel allochtone jongeren, leiden tot een systematische intimidatie en pesterij tegen jongeren met een Marokkaans of Antilliaans uiterlijk. Dit zal niet de problemen oplossen in de arme wijken. Het zal de problemen alleen maar groter maken.

Wilders heeft de autochtone arbeider ook niks te bieden. Er wordt bij de PVV in de gemeentes gepleit voor het weren van 'de islam' uit de steden door middel van financiële regelingen. Oftewel, sociale huurwoningen zullen geweerd worden, dus in feite alle armere mensen! Hij kiest duidelijk de kant van de rijke mensen, door te pleiten voor het verlagen van de OZB. Mensen met de duurste woningen profiteren daar het meest van. De systematische haatcampagne tegen islamieten die 'ons land gaan overnemen' is slechts een rookgordijn.

Veel partijen gaan gedeeltelijk mee met Wilders. Een uitzondering is D66. D66 weet door haar oppositie tegen Wilders steun te verkrijgen onder vooral hoger opgeleide Nederlanders. Het punt is dat D66 geen alternatief is. Het is een liberale partij, en is groot voorstander van kapitalisme. Het kapitalisme in crisis heeft juist gezorgd voor de problemen. D66 bewijst wel dat kritiek op Wilders niet altijd contraproductief werkt, zoals sommigen binnen links zeggen. Zolang men maar met een socialistisch alternatief komt, en naast Wilders natuurlijk ook de prokapitalistische koers van de andere politieke partijen bekritiseerd.

Op naar juni

Zoals het er nu voor staat komt er een rechts kabinet. Maar dat is een momentopname. Het tij kan nog gekeerd worden. Het is in de eerste plaats aan de SP. Als zij voor een echt socialistisch programma gaat pleiten, en mensen daarrond gaat mobiliseren, is er een alternatief voor rechts.

9 juni, stem SP!

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken