De rellen in Frankrijk blijven de laatste dagen toenemen. Ze bereikten nu reeds 200 districten. Duizenden auto’s werden in brand gestoken; honderden kantoren en winkels werden het slachtoffer van vandalisme. De CRS (Franse oproerpolitie) en de politie zijn overweldigd, gedemoraliseerd en uitgeput. De wijken in Frankrijks grootste steden zijn tot slagvelden omgetoverd.

De directe aanleiding voor deze opstand was de dood van twee jonge mannen. De twee vreesden dat ze weer eens opgepakt gingen worden bij een politie-inval en daarom vluchtten ze een elektriciteitsinstallatie binnen. Afgezien van dit tragische incident, kan de omvang en kracht van deze beweging enkel verklaard worden door de gevolgen van werkloosheid, armoede en sociale en raciale discriminatie die decennialang werden opgestapeld. De opstand is ook een reactie op het cynisme van die parasitaire en corrupte klasse aan top van de ‘Republikeinse orde’, die dagelijks hun gal spuien over het ‘uitschot van de wijken’. Hun reactionaire mentaliteit komt volledig tot uiting in de provocatieve, neerbuigende en agressieve taal van Nicolas Sarkozy.

Gewoonweg hooligans?

Er is geen moeite gespaard in het stigmatiseren van de opstanden en in het verbergen van de echte redenen achter de woede. De relschoppers zijn zogezegd allemaal hooligans, criminelen en zelfs idioten gemanipuleerd door bendeleiders. In werkelijkheid zijn ze dit niet. Wat we hier zien is een opstand van jongeren – niet van de gelukkige jeugd, wel van de meest onderdrukte, verschopte en wanhopige jeugd. De burgerij is geshockeerd door haar methodes? Deze jeugd is niet ‘geciviliseerd’ genoeg? Kan de oorzaak voor deze brute methodes niet gezocht worden bij het opgroeien in pure ellende en het voortdurend geconfronteerd worden met politiegeweld? Is er iemand onder deze jongeren die niét het slachtoffer is van armoede en discriminatie?

Ja, ze zitten vol haat. In tegenstelling tot wat we vaak horen is haat echter niet noodzakelijk een negatief gegeven. Haat kan een goede motor zijn voor emancipatie wanneer het gericht wordt op de onrechtvaardigheid van een kwaadaardig systeem.

Vanuit het standpunt van militante communisten en vakbondslui kan er heel wat gezegd worden over de methoden die deze jeugd aanwendt. Ze zijn zeker niet de methoden van de arbeidersbeweging. Ze missen hun doel. We kunnen de vernieling van scholen, ziekenhuizen, zakenkantoren en auto’s niet goedkeuren. Deze activiteiten zijn echter wel typisch voor dit soort mobilisaties. Voor het bestaan van de eerste vakbonden in de 19de eeuw, waren er heel wat gevallen waarin arbeiders uit wanhoop fabrieken en machines vernielden of lukraak eigendom aanvielen. De jeugd waarover we het hier hebben, kennen de werkwereld niet. Heel wat van hun ouders zijn eveneens van die wereld uitgesloten. In heel wat van de districten ligt de werkloosheidsgraad rond de 40 procent. Onder de jongeren zelf, zijn er veel die de acties afkeuren. In tegenstelling tot stakende arbeiders echter, die organisaties hebben en de autoriteit om samen beslissingen te nemen, kunnen deze jongeren de anderen niet tegenhouden.

De houding van de regering en de media tegenover de vernieling is volledig hypocriet. Ze huilen krokodillentranen. We begrijpen volstrekt de woede van de werkende mensen en hun families die lijden onder de vernielzucht. Zij hebben immers geen schuld aan de sociale oorzaken van de opstand. Ze zijn zelf het slachtoffer van het kapitalisme. We moeten wel één ding zeggen: al zouden deze rellen twaalf maanden aanhouden, dan nog zouden ze nooit zoveel bedrijven, jobs en publieke diensten kunnen vernielen als het vandalisme van de hooligans – gekleed in pakken en das, maar evengoed hooligans – van de MEDEF (Franse patronale organisatie) en de UMP (regeringspartij).

Eerste Minister De Villepin en president Chirac roepen op voor een herstel van de ‘orde’. De rechtse republikein De Villiers roept eveneens op tot orde en raadt aan om het leger in te zetten om de rebellie te onderdrukken. Over welke ‘orde’ hebben ze het hier eigenlijk? Het gaat om de orde van de republiek die rot is tot op het bot, die gebouwd is op gangsterpraktijken en corruptie. Het gaat om een orde waarin een kleine hoeveelheid grote kapitalisten de hele samenleving onderwerpt in dienst van winsthonger en macht. Het gaat om een orde waarin de jeugd verondersteld wordt zich passief neer te leggen bij hun lot, waar de arbeiders zich buigen naar de marktwetten en waar de rijken rijker worden terwijl armoede en onzekerheid verspreid geraken. De niet te evenaren vijandigheid van Sarkozy ten opzichte van de ‘wijken’, vrolijk voorgesteld als de kweekgrond voor moslimfundamentalisten, criminelen en zelfs terroristen, in niets meer dan de andere kant van zijn vijandigheid ten opzichte van de arbeiders van de SNCM [de Corsicaanse ferrymaatschappij waar arbeiders onlangs schepen kaapten om te protesteren tegen de privatisering, n.v.d.r.], de RTM [transport van Marseille, n.v.d.r.] of gelijk welke groep arbeiders die een strijdpoging ondernemen tegen privatiseringen en sociale afbraak.

Deze rebellie sluit aan bij wat leeft onder de Franse arbeidersklasse. Het is een uitdaging voor de vakbondsbeweging, de Socialistische en Communistische Partij, die zo’n belangrijke beweging niet mogen negeren. Als we moeten kiezen tussen deze moedige, strijdlustige jongeren (ondanks hun vele fouten, te wijten aan politieke onervarenheid en gebrek aan organisatie) en de harde vertegenwoordigers van het kapitalisme die de CRS op hen afstuurden, hebben we geen moeite om onze positie te bepalen.

Wanneer François Hollande (een leider van de Franse Socialistische Partij) weigert het ontslag van Sarkozy te eisen, met als excuus dat hij de rellen niet wil aanmoedigen, doet hij eigenlijk niets anders dan Sarkozy zelf aanmoedigen. Het ontslag van Sarkozy is trouwens niet genoeg. We moeten ijveren voor het opstappen van de hele regering en dus oproepen voor nieuwe parlementaire verkiezingen.

Geen betweterige lessen maar een revolutionair alternatief

De jeugd heeft geen nood aan moraliserende speechen. Ze hebben behoefte aan een dapper, revolutionair programma van actie, tegen het kapitalisme gericht, zoals het kapitalisme tegen ons gericht is. Het soort opstand dat we nu zien is niet enkel het directe resultaat van de impasse van het kapitalisme. Het is eveneens het gevolg van vijftien jaar lang falen van de Linkse regeringen, zoals we na 1981 zagen. De vertegenwoordigers van de PS (Socialistische Partij) en de PCF (Communistische Partij van Frankrijk) waren tevreden met het doorvoeren van een aantal kleine hervormingen en veranderden niets wezenlijks aan het hebzuchtige en reactionaire karakter van het kapitalisme. De laatste ‘linkse’ regering voerde zelfs een uitgebreid programma van privatiseringen door, dat simpelweg voortgezet werd door Chirac, Raffarin en de Villepin sinds 2002.

Vandaag is het onze taak als communist om geduldig en rechtuit uit te leggen aan de jeugd, de werkende mensen, de werklozen en de gepensioneerden, dat kapitalisme permanente sociale achteruitgang betekent. We kunnen dat mechanisme niet keren zolang de banken en grote bedrijven onder het beheer van kapitalisten blijven. We moeten solidair zijn met deze jeugd in opstand, hen uitleggen dat geen enkele rel, hoe fel en wijdverspreid ook, hun problemen kan oplossen. We moeten hen uitnodigen zich aan te sluiten bij ons, om samen bewust en serieus de strijd voor het omverwerpen van het kapitalisme te voeren.

De vertegenwoordigers van het kapitalisme zullen het traangas en de handboeien leveren, nodig om de ‘orde’ te herstellen. Ze kunnen echter geen van de problemen oplossen die deze jeugd verstikken. De rellen zullen stilaan wegebben, maar hun diepgewortelde oorzaak niet. Onder de jongeren die nu weerstand bieden tegen de CRS, zullen een heel aantal sterke strijders voor de zaak van het socialisme te vinden zijn, zolang we hen aanspreken met een taal die ze verstaan, een revolutionaire taal.

In laatste instantie is hetgeen voorbereid wordt een revolutie. Het kapitalisme faalt volledig in het tegemoet komen aan de noden van de mensen. Kapitalisme is onverenigbaar geworden met de sociale verworvenheden uit het verleden. De vertegenwoordigers ervan vallen de werkende klasse, de werklozen en de gepensioneerden aan. Werkloosheid, onzekerheid en ellende zijn in opgang. Villepin spreekt over het temperen van het lijden van de jeugd, maar tegelijkertijd bereiden de regering en de MEDEF een nieuwe aanval op de werkloosheidsvergoedingen voor. De opstand in de wijken is een concrete weerspiegeling van de scherpe spanningen die ingebakken zitten in de Franse samenleving. Deze rellen zijn een verder bewijs, samen met heel wat andere factoren, dat Frankrijk een periode van diepe sociale instabiliteit is ingetreden. De arbeiders van dit land zullen de uitdaging moeten aangaan, ze moeten een einde te stellen aan het kapitalisme.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken