We bieden onze lezers drie artikelen aan over de belangrijke stembusslag bjn onze noorderburen. Eén artikel, in het Engels, werd geschreven voor onze internationale site In Defence of Marxism.


Nederlandse verkiezingen: neoliberale wolven in linkse schaapskleren

De kruitdampen zijn opgetrokken. Een politieke aardverschuiving - zo lijkt het - is een feit. Zeker aan de linkerkant was de opkomst van de PVV een bron van zorg. Verrassend was het imploderen van het CDA. De terugval van de SP van 25 naar 15 zetels was verwacht maar niet minder pijnlijk te noemen. Conclusie: de Nederlandse kiezer heeft vooral voor het midden en voor rechts gekozen. 

Die keuze wordt door veel politieke analisten gezien als een logisch antwoord op de economische crisis. Dat is een achterafwijsheid die gretig door het journaille is overgenomen als verklaring. Maar wie het afgelopen half jaar beschouwt komt als snel tot de conclusie dat het niet zo eenvoudig is. Zo stond de VVD tijdenlang beroerd in de peilingen, evenals de PvdA. Aan de rechterkant stond de PVV lang hoog in de peilingen: 30 tot 33 zetels, virtueel. In het midden was de rijzende ster van de D’66 die lang schitterde aan het politieke firmament.

Tot vlak voor de verkiezingen.

In de laatste twee maand maakte zowel de VVD als de PvdA een indrukwekkende inhaalslag. De VVD wist veel van zijn verlies aan de PVV goed te maken, maar tegelijk trok de VVD ook veel stemmers van de rechterflank van het CDA weg te lokken. Ondanks de zware concurrentie van de VVD hield de PVV echter stand: zij trok met name de voormalige achterban van de PvdA - die in 2006 nog massaal op de SP gestemd hadden - aan. 

De PvdA is een verhaal apart. Normaal geldt in Nederland de ijzeren politieke regel: ‘wie breekt, betaalt’. Ondanks het feit dat de PvdA het vorige kabinet liet vallen, vertaalde zich dat niet in een afstraffing van de kiezer. Een unicum in Nederland. De PvdA had wél veel last van de principiële houding van de D’66 tegenover de PVV. De D’66 trok in het jaar voorafgaande aan de verkiezingen veel potentiële keizers van de PvdA aan, die hun eigen partij ’té slap’ vonden. De D’66 wist met haar charismatische voorman Alexander Pechtold  de weg omhoog te vinden na de afstraffing van 2006, maar helaas ‘piekten’ zij té vroeg en zagen de virtuele winst  in het laatste half jaar letterlijk verdampen. 

Politiek pokeren

In de dagen na de verkiezingen werd er stevige druk op de VVD uitgeoefend om maar vooral met de PVV een regering te gaan vormen. Onder aanvoering van de zich steeds openlijker met de politiek bemoeiende krant de Telegraaf verschenen er artikelen met chocoladeletter-koppen waarin de zegeningen van een combinatie PVV-CDA-VVD breed werd uitgemeten. 

Maar het was vanaf de meet af aan duidelijk dat het CDA niet zat te wachten op een deelname aan een dergelijk kabinet. Dat zou té rechts zijn en zij zouden er als ‘vijfde wiel aan een wagen’ bijzitten. Bovendien waren met name de CDA-leiders uit het land fel gekant tegen een kabinetsdeelname. Dat paste niet bij een verkiezingsuitslag als deze, zo wist een invloedrijke CDA-er te melden. ‘Het CDA dient te recupereren en haar positie te herbezinnen. Niet langer kan het CDA rekenen op een vaste achterban. We zullen moeten knokken om onze kiezers weer aan ons te binden. Dat proces kost tijd’, zo concludeerde Henk Bleker, waarnemend voorzitter van het CDA, en voormalig Gedeputeerde in Groningen.

Ook de VVD zat niet te springen om een deelname aan een kabinet met de zeer rechtse PVV. Voor de VVD geldt eigenlijk hetzelfde als voor de PvdA vier jaar geleden. Toen kon de PvdA ook niet in een regering stappen met de SP; hoewel die laatste daar volgens de verkiezingsuitslag recht op had. De reden is simpel. Elke ‘rechtse’ overwinning kan gemakkelijk door de PVV geclaimd worden, de VVD als ‘middenpartij’ zou machteloos moeten toezien hoe de PVV dan de ‘show’ zou gaan stelen. Het is opvallend overigens om te constateren dat exact hetzelfde scenario  gebruikt werd om de PVV buiten de deur te houden als dat er gebruikt werd 4 jaar geleden om de SP buiten de deur te houden. Beide partijen ‘kregen’ zogenaamd een uitnodiging om mee te praten en terwijl van te voren al vast stond dat beiden niet in de regering mochten komen. Vervolgens werden er ‘breekpunten’ geformuleerd, en opzichtig gemanoeuvreerd op een dusdanige wijze dat de PVV en de SP met zachte hand via de zijdeur afgevoerd werden. Het was een spelletje politiek pokeren voor gevorderden.

Dan maar een middenkabinet?

Toen de rechtse pers doorkreeg dat een rechts kabinet niet tot de mogelijkheden behoorde, begonnen zij luidkeels een lans te breken voor een zogenaamd ‘middenkabinet’ - dat is een regering bestaande uit VVD, CDA en de PvdA. Maar daar kleven voor de PvdA weer praktische bezwaren aan. Zij zouden dan in een regering stappen waar de VVD en het CDA het op veel punten eens zijn en de PvdA zou vrij eenzaam staan in har opvattingen. Niet een benijdenswaardige positie dus; een die zeker zou gaan leiden tot een afstraffing over 4 jaar. De PvdA voelt immers nog altijd de hete adem van de SP - die niet meer socialistisch te noemen is maar sociaal-democratisch - in haar  nek.

Ook tegen een ‘midden kabinet’ kleven bezwaren voor het CDA. Zij zijn immers de grootste verliezer van de verkiezingen. Sterker nog, ze zijn gedecimeerd. Dan past het gewoon niet om in een regering te gaan zitten. Het CDA heeft bovendien goede ervaringen opgedaan in de 90-er jaren van de vorige eeuw om terug te komen vanuit een oppositierol. Bovendien hebben zij met Camiel Eurlings een charismatische leider in hun midden die het zeer goed doet bij het katholieke smaldeel binnen het CDA. Een wisseling van de wacht met een ‘katholiek’ past ook binnen de traditie van het CDA. Deze partij is een fusiepartij tussen katholieken en protestanten en men heeft de gewoonte om ‘om en om’ een leider te leveren. Nu zijn de katholieken weer aan de beurt, na Balkenende. Maar Eurlings zal moeten kunnen groeien in zijn rol, en dat doe je nu eenmaal beter als oppositiepartij.

De conclusie was dan ook snel getrokken: een middenkabinet in Nederland is niet in de lijn der verwachting.

Links is ook mogelijk

Hoewel de SP flink heeft verloren (-10 zetels) is zij nog altijd een machtsfactor binnen de Nederlands politiek. De SP wil graag kennismaken met het Haagse pluche; zo veel was in 2006 al duidelijk. Op weg naar de verkiezingen van 2006 liet de SP dan ook haar laatste socialistische standpunten vallen ter faveure van de sociaal-democratische opvattingen. Dit alles in de hoop dat daarmee de SP ‘salon-fähig’ zou worden.

Maar net zoals in 2006 lijkt niemand de SP als een begerenswaardige bruid te zien. Hoewel de SP de laatste drie weken ijverden om een mogelijkheid tot een links kabinet bespreekbaar te maken lijken met name de D’66, GroenLinks en de PvdA daar niets voor te voelen. De reden hiervoor is vrij eenvoudig. De SP heeft niet een beste track-record als het gaat om het leveren van bestuurders. Zij is eigelijk pas sinds 4 jaar bezig om een ‘bestuurders-klasse’ binnen haar gelederen te vormen. Maar op lokaal niveau zien we té veel potentiële breke-benen. SP-ers die niet de ervaring of kunde, noch de opleiding hebben, stappen rücksichtslos in een lokale coalitie, waarin zij ‘getolereerd’ worden door de andere partners. Op lokaal niveau is een dergelijk experiment wel te doen; bij een val van een College van B&W behoeft er in Nederland namelijk geen nieuwe verkiezingen uitgeschreven te worden; dit in tegenstelling tot een val van een kabinet. Op landelijk niveau is een dergelijk avontuur dus uitgesloten; dat heeft ons het debacle van Balkende -1 wel bewezen. En daarmee moet de SP toestaan dat zij graag wil, maar niet kan.

Onduidelijk paars

De enige reële optie in Nederland is een zogenaamd paars-plus variant. In de 90-er jaren hadden we in Nederland een regering bestaande uit VVD, PvdA en D’66. deze werd paars genoemd. Om in het huidige parlement aan een meerderheid te komen moet daar GroenLinks bijgevoegd worden. Paars-plus dus.

Van de vier betrokken partijen lijken daar 3 veel voor de voelen. Alleen de VVD is huiverig om in een dergelijke combinatie te stappen. Zij zouden dan als enige ‘rechtse’ partij  in een regering zitten. Dat gaat tot verwatering van de VVD standpunten leiden, zo is het oordeel van veel lokale VVD-leiders. De positie van de VVD is dus een beetje vergelijkbaar als die van het CDA in een rechtse coalitie. Maar waar CDA-prominenten mordicus tegen een rechtse regering zijn, lijkt het bij de VVD-prominenten vooral bij een huivering te blijven. Het realisme, hoe vervelend ook voor de VVD, moet onder ogen gezien worden en het is de enige optie om tot een stabiele regering te komen. 

Paars is een roodachtig blauwe (of blauwachtig rode) kleur waarvan de grenzen niet duidelijk vastliggen. De kleur die de meeste mensen paars zullen noemen ligt ergens tussen violet en magenta en is daarmee een extraspectrale kleur. Een ‘paarse coalitie’ is net zo onduidelijk is de kleur; het zal vlees noch vis zijn. Of toch niet?

Rechts heeft toch gewonnen

Wie de standpunten van de betrokken partijen beziet - en dat met een socialistische bril op doet -  schrikt zich een hoedje. Er is weinig tot niets links te ontdekken aan Paars plus. Goed, Groenlinks heeft zich dan wel verklaart tot een tegenstander van de monarchie en wijst zij een deelname aan de NAVO af, maar dat is in Nederland onder de noemer van ‘symboolpolitiek’ te scharen. Het zullen zeker geen breekpunten bij een regeringsvorming zijn. Zowel het partijprogramma’s van de D’66 en de PvdA hebben bleke neuzen als het gaat om linkse standpunten.

Een voorbeeld. De PvdA noemt in haar verkiezingsprogramma 1 mei wel als feestdag voor de arbeiders, maar komt niet verder dan uitleg wat het is - in Nederland noodzakelijk mogen we inmiddels we vaststellen - maar zegt niet te ijveren om 1 mei tot een feestdag voor de arbeidersklasse te maken. GroenLinks en de D’66 noemen het zelfs niet eens. Voor deze partijen blijft de glorie van arbeidersgenot toch echt koekhappen op koninginnedag.

Een ander voorbeeld is bijvoorbeeld de hypotheekrente aftrek. ooit ingevoerd om de arbeider in staat te stellen en huis te kopen. De regeling is, zoals zo veel regelingen in Nederland, volkomen scheef gegroeid. En dus schaffen we hem maar af, is het adagium van D’66, GroenLinks en de PvdA. Dat in plaats van de regeling bij te stellen zodat de lagere inkomens in Nederland gewoon een huis kunnen blijven kopen. Alle drie de partijen ‘verwachten’ dat door een geleidelijke afschaffing van de hpotheekrente-aftrek de huizenprijzen zullen gaan dalen en dat op die manier de markt weer aantrekkelijker wordt voor starters. Een volkomen utopische gedachte; aangezien verhuren dan een een financieel aantrekkelijkere optie wordt voor huizenbezitters. Of men zal domweg niet meer gaan verkopen. We zien de eerste keiharde resultaten al: de verkoop van woningen in Nederland is de afgelopen 3 maanden volkomen in elkaar gestort. Veel kopers zien af van kopen en gaan huren uit angst voor wat er komen gaat. De situatie is zelfs zo ernstig op dit moment dat zelf demissionair minster van Defensie Middelkoop zich met de discussie bemoeide!

Gek maar waar: de VVD is juist voorstander van behoud van de hypotheekaftrek. De drie andere partijen hebben inmiddels al laten weten dat zij dit niet tot breekpunt zullen maken. De VVD staat te juichen.

Of wat dacht u van de zondagssluiting? Juist het feit dat er op een dag in de week ‘ademruimte’ is voor andere activiteiten houdt veel kleine middenstanders op de been en letterlijk in de centra van onze steden. Een afschaffing van deze zondagssluiting is juist nadelig voor deze kleine middenstanders en gunstig voor de grootwinkelbedrijven. De PvdA en D’66 en GroenLinks zijn voor verruiming. De VVD staat te juichen.

‘Er is nog veel winst te behalen door flexibilisering van arbeidsuren en arbeidsplaatsen’, staat letterlijk in het partijprogramma van de PvdA. ‘De arbeidsovereenkomst zonder tussenkomst van derden te laten ontbinden. Voor ontbinding is geen voorafgaande toestemming meer nodig van de rechter of het CWI’, zo lezen we in het programma van de D’66. De VVD staat te juichen. 

Ook op het gebied van de werkeloosheidsuitkeringen waar veel mensen door de door het grootkapitaal uitgelokte economische crisis van gebruik moeten maken komen we bij de drie ‘linkse’ partijen tot de volgende conclusies:

  • D’66: WW inkorten tot één jaar, maar wel met hogere uitkering.
  • GroenLinks: WW bekorten tot maximaal één jaar, maar wel met hogere uitkering
  • PvdA: werkgevers en vakbonden worden verantwoordelijk voor de uitvoering van de eerste periode WW. Hoogte en duur van de uitkering blijven onveranderd.

Opnieuw kan de VVD juichen.

U begrijpt: we kunnen vrijwel elk traditioneel links standpunt langsgaan, enkel om te ontdekken dat er op zijn minst consensus mogelijk is met de VVD. Vandaar dat deze 4 partijen zich zo gemakkelijk vinden op de meeste standpunten, ondanks het feit dat paars-plus niet als eerste maar als derde optie gezien werd. In de meeste gevallen huldigen de drie ‘linkse’ partijen al neo-liberale standpunten.

En daarmee kunnen we de bittere conclusie trekken dat we drie ‘neoliberale’ wolven in ‘linkse’ schaapskleren hebben. Of, om maar vrij naar voormalige minster-president Balkende te verwijzen: het zuur is voor de arbeidersklasse; het zoet voor het grootkapitaal.

Rick Denkers


Breekpunten en coalities

9 juni komt eraan. De Nederlanders gaan een nieuwe Tweede Kamer kiezen. Die nieuwe Tweede Kamer gaat voor een nieuw kabinet zorgen. Het is nog niet duidelijk wat de samenstelling van het nieuwe kabinet, maar het is duidelijk dat dit kabinet zal gaan zorgen voor harde bezuinigingen. Bijna alle politieke partijen zeiden eerst dat ze geen ‘breekpunten’ hadden en dat het belangrijkste was dat er überhaupt een regering gevormd kon worden. Nu zwichten de partijen onder druk en spreken ze zich uit voor mogelijke coalities. Laten we dit eens nader bekijken.

Rechtse coalitie?

De VVD is nu de grootste in de peilingen. Deze partij staat voor de harde lijn van bezuinigingen. Vanuit een kapitalistisch oogpunt is de partij dan ook de meest ‘rationele’. Veel mensen zien geen alternatief, en dat kan hen ook niet kwalijk genomen worden. Alle Nederlandse politieke partijen steunen ook het kapitalisme, de ene in een iets andere vorm dan een andere. Vanuit puur kapitalistisch oogpunt is het programma van de VVD het meest ‘rationeel’. Alle sociale omhulsels van het Nederlandse kapitalisme, waar jarenlang voor gestreden is, zijn volgens deze logica duur en verspillend, en moeten dus maar wegbezuinigd worden. Alleen alles over laten aan de vrije markt doet de VVD niet; de hypotheekrenteaftrek blijft in haar huidige vorm bestaan, aangezien die ook meteen een subsidie is voor de villa’s van de allerrijksten.

De VVD heeft aangegeven dat een coalitie met CDA en PVV een goede optie is. Dat zou een kabinet worden van harde bezuinigingen, gecombineerd met veel repressieve maatregelen en een hard asielbeleid.

De PVV gaat hier in principe in mee. Het liefst ziet Wilders zijn partij gedoogsteun geven aan een kabinet van CDA en VVD. Hij had namelijk als breekpunt dat de AOW-leeftijd niet verhoogd zou worden. De VVD en het CDA zijn hier voor.

Het CDA heeft hier moeite mee. De radicale manier waarop Wilders tegen de islamitische godsdienst in gaat, de polarisatiepolitiek etc. blijft voor de conservatieven van de CDA toch erg lastig. Daarom zal het vormen van zo’n coalitie lastig zijn.

Een nieuw paars?

Een andere coalitie die door verschillende partijen gewild is, is een Paars III, of een Paars Plus, bestaande uit VVD, PvdA, D66 en Groenlinks. D66 en Groenlinks zijn hier de grote voorstanders van. PvdA ziet dit ook als goede optie, echter de VVD ziet de PvdA als te links.
De PvdA heeft zich nu ook tegen het ‘neoliberalisme’ gekeerd, en pleit voor de invoering van een hoogste belastingschijf van 60%. Dit botst met de snoeiharde bezuinigingsplannen van de VVD.
Dit zegt evengoed niets. De heersende klasse van Nederland wil snel een nieuwe regering. Kabinet Balkenende IV was een kabinet van stilstand, en een herhaling daarvan zou ongunstig zijn. Daarom dat het nu ‘respectabel’ is om geen breekpunten te hebben. Het gebeurt toch immers in het ‘nationale belang’?
Dit nationale belang is niets anders dan het belang van het Nederlandse kapitalisme. De armen moeten betalen voor de rijken, niet voor het ‘nationaal belang’.

Links moet een tegengeluid laten horen

Tegen alle propaganda van ‘hervormingen zijn noodzakelijk’ (waarmee contrahervormingen worden bedoeld) en ‘bezuinigingen zijn nodig voor het nationale belang’ moet een duidelijk tegengeluid te horen zijn. Dit zou door de linkse partijen gedaan moeten worden. Helaas gebeurt dat te weinig, en was het uiteindelijk de Evangelische Omroep die liet zien hoe slecht de plannen van de VVD voor de armere bevolking zouden uitpakken!

Alle linkse partijen hebben het kapitalisme geaccepteerd, terwijl het nu zo duidelijk is hoe het gefaald heeft, en van crisis tot crisis gaat. PvdA en Groenlinks doen vrolijk mee met de ‘hervormingen’, alleen echter in een rustiger tempo.
De SP heeft geprobeerd steeds meer als een ‘respectabele’ partij over te komen, om op die manier een keer mee te kunnen regeren. Het is duidelijk waar dat toe geleid heeft. De partij heeft nog maar de helft van de populariteit die ze in 2006 hadden. Als er twee sociaaldemocratische partijen zijn, is het logisch dat men kiest voor de grootste.
De SP wil de sociale verworvenheden behouden, en dat is zeer goed, maar het probleem is dat ze geen duidelijke oplossing hebben voor de crisis.

Er is nood aan een socialistisch programma om de problemen van het kapitalisme op te lossen. De banken en grote multinationals moeten genationaliseerd worden onder werknemerscontrole, de werkweek moet verkort worden tot 32 uur met loonbehoud, en een programma van publieke werken moet ervoor zorgen dat er wordt afgerekend met de werkloosheid.


Dutch elections 2010: Success of the right highlights need for left to adopt a socialist programme

The Netherlands has been further destabilised by the impact of the world crisis of capitalism. An already fragmented political set up saw even more fragmentation in last week’s elections. There is huge volatility in Dutch society, as the major parties bend to the needs of capital. Whatever coalition is formed will be called on to implement harsh cuts. The Dutch working class will not allow their hard fought for gains to be taken away without a fight.

The Dutch elections last Wednesday were the first parliamentary elections since the start of the economic crisis. The right-wing parties, VVD and PVV grew significantly, with the VVD became the biggest party in parliament. These results would indicate a shift to the right on the electoral front, but this is not the whole story. The truth is that there is much volatility in the situation, with swings in all directions. The political spectrum in the Netherlands has never been so splintered as it is today. A lot of people did not know which party to vote for, and thus allowed small incidents and issues decide. The group of “floating voters” has never been as big as it is now.

This should not come as a surprise if one compares the programmes of the various parties. What did the Dutch people have to choose from? Almost all the parties put forward programmes involving cuts in public spending. One could choose between either cuts or... cuts, with the only difference being about the speed at which they should be applied. Thus, the two parties with the most votes were the right-wing liberal VVD, for quick and hard cuts, and the PvdA (Partij van de Arbeid - the Dutch Labour Party) for cuts at a slower pace. The VVD has never been the biggest party in Dutch politics. It has always been the second biggest bourgeois party, after the Christian Democratic CDA, which was always the main party of the Dutch bourgeois.

The traditional right-wing parties

Jan Peter Balkenende. Photo by oaø.The CDA was the big loser in these elections. Under their Prime Minister Jan Peter Balkenende they governed the Netherlands since 2002, first with the VVD and since 2007 with the PvdA. In these elections they lost half their seats in parliament and have now become the fourth party. This is their biggest crisis ever. Balkenende has resigned as party leader, and will not be in the next government.

The right-wing VVD “won” the elections. However, because of the splintered political spectrum, the VVD won with the support of only 20.4% of the electorate. It has a programme of major cuts. They present it as “necessary, because without a programme of major cuts the Netherlands would end up like Greece”. From a capitalist point of view the VVD does indeed have a very rational programme. From a capitalist point of view it is logical that we do away with all the “luxuries” known as the welfare state. The problem is that there are a lot of people that see no alternative to the capitalist system. And for them the cuts are a one off necessary evil and then we can get back to a normal life again. Unfortunately for them, that is not the case. This first batch of cuts is only the very beginning of a much bigger attack that is to come later. The capitalist system is rotting and needs to be urgently replaced by socialism. That is the only way to save all the gains that have been won by the struggles of the working class in the 20th century. Unfortunately, no left-wing party has been offering a real socialist alternative to capitalism.

The Partij van de Arbeid

The PvdA emerged as the second biggest party with 19.6%. It participated in the outgoing cabinet, together with the CDA. This made them lose a lot of popularity, and in order to save themselves, they brought down the last cabinet over the question of an extra mission in Afghanistan. They also had a new parliamentary leader, Job Cohen, the former mayor of Amsterdam, who was quite popular. This way they won back a large number of their seats, but still have a few less than in 2006.

Photo by Meneer de Braker.The party has shifted slightly to the left, at least in words. The leadership admits that the shift in the 1990s towards “neoliberalism” was a mistake, and has proposed a 60% tax for the highest incomes. They also blamed the VVD, claiming that their policies are the cause of the crisis. However, it has not been forgotten that the PvdA also participated in implementing all kinds of pro-capitalist policies in the 1990s, and in the recent cabinet. In the outgoing cabinet, former PvdA leader Wouter Bos, as Minister of Finance, was responsible for the enormous bail-outs of the banks. These huge handouts to the big bankers are what led to the huge budget deficit that is now being used by the VVD and other parties as an excuse to carry out savage cuts in living conditions.

Geert Wilders

Geert Wilders’ party, the PVV, was also a big winner and doubled its vote. This should be taken seriously, but serious socialists should analyse this for what it is, and not go around screaming about the imminent threat of “fascism” as several ultra-left groups on the fringes of the labour movement like to do. Wilders’ PVV is a special case. As Lenin said, history knows all kinds of transformations. The PVV started as a right-wing split from the VVD with a free market programme combined with an anti-Islamic and anti-immigrant stance. But the PVV grew to become a ‘protest party’ with support among different layers of the population. And to get support from layers of the working class, the party stated that there would be no cuts in wages and social security, and that the age of retirement would remain 65. On top of that, they campaigned for a better health care system. And at the same time, they try to attract businessmen with promises of lower taxes and a leaner government.

Their enemies are the “left-wing elite” (i.e. the reformist social-democrats), the European Union and Islam. In fact, this rhetoric has brought Wilders into conflict with representatives of Dutch capitalism, who fear that he will become too much of a destabilizing factor for Dutch capitalism, and that his anti-Islamic stance will disturb trade with Turkey and the Arab countries. A factor that contributes to this is that Wilders’ party is a one man party in which Wilders decides everything, so pressurising him through the party is not possible.

The rise of Wilders has been due to different causes. The main cause is that the left-wing reformist parties have not solved the problems of the working class and the rest of society. The so-called “multiculturalism” of the Social Democrats means they want to eradicate racism and discrimination by organising cultural festivals, while the living conditions for both immigrant and white workers in the poor neighbourhoods are deteriorating.

This kind of “multiculturalism” has nothing to do with socialist internationalism. In the name of “multiculturalism” mosques have been given subsidies, and all kinds of reactionary Islamic and Turkish nationalist groups are able to get subsidies to organise this or that “cultural” event. And while this is going on, the left-wing and socialist groups of immigrants are being marginalised by these policies. Instead of this reformist multiculturalism, which plays a divisive role, we need a true socialist internationalism that unites immigrant and white workers in the struggle against capitalism.

Socialist Party

The Socialist Party did badly. In 2006 they had 16.6% of the votes and this time round they only managed to win 9.9%. However, the leadership of the party does not understand why this is. “Weren’t we the biggest opposition party against neoliberalism?” The problem is that so-called “neoliberalism” is not the cause of the crisis. The cause of the crisis is capitalism itself. Even the PvdA leadership are now saying that “neoliberalism” is the cause of the crisis, as if there were some other form of capitalism that could avoid crisis.

It has to be admitted that the SP accepted the huge bank bail-outs. It merely wants to do implement some reforms to the banking sector that, according to the leadership, would then bring into being a social form of capitalism. It has to be said that they are not alone in this. All political parties now want to carry out some “reforms” and get more control over the banking sector to cleanse it of its “worst elements”. This is not a socialist programme, but an intelligent pro-capitalist programme.

Furthermore, the SP wants to be accepted as a “respectable” party in order to get into government. This has not helped the party. In 2006 the SP won a lot of votes because it was seen as an alternative to the PvdA. Now that the SP wants to be a respectable social democratic party, why should people vote for the smaller social democratic party instead of the bigger, traditional social democratic party, the PvdA?

With its adaptation to parliamentary politics, the SP de facto conceded to the PVV the role of protest party. In different regions and neighbourhoods where the SP used to be very big, the PVV made a lot of gains and sometimes “took over” former SP bulwarks. The SP needs to win these back, but this can only be done on the basis of a clear socialist programme.

What government?

The question is now poised as to what form of coalition government is going to be formed. Whatever coalition it will be, it will not be a very stable one. The VVD wants to quickly form a new government, in order to implement a programme of cuts as soon as possible. However, this will not be very easy. The traditional partner of the VVD, the CDA, has lost a lot of seats. A VVD-CDA coalition would be possible by bringing on board the PVV. By taking Wilders’ party into government it could be brought round to the needs of the bourgeois. Already Geert Wilders has said he is prepared to make a lot of concessions, especially in the field of social security, to adapt to the VVD. A CDA-VVD-PVV cabinet would be an openly right-wing government in the tradition of Balkenende 2. However, one has to remember that Balkenende 2 faced union opposition in 2004, when 300,000 workers, unemployed, students and retired people demonstrated at the Museumplein in Amsterdam. If a new programme of savage cuts is implemented by such a government the unions will be forced to mobilise again.

The other option would be a new so-called “purple cabinet”, involving the PvdA and the VVD, together with the “social liberal” D66, and the Green Left. This would however be too “soft” for the VVD. However, should the formation of a right-wing cabinet fail, a broad coalition like this would be possible.

A third option would be another broad coalition, consisting of VVD, PvdA and CDA. The question is whether the PvdA and CDA would be able to cooperate again after their break up earlier this year.

What now?

The point, however, is that whatever new cabinet is formed, it will be forced to implement cuts. While at first the cuts may be seen by some as a necessary temporary evil in order to get back to things as they were in the past, very soon the Dutch working class will discover that their living standards are under attack, and they will resist.

The union leaders of the FNV, the biggest trade union federation in the country, should put an end to their policies of class collaboration. They still prefer to talk with the bosses’ representatives in the name of the “national interest” and “solidarity between rich and poor”. That is not going to defend in any way the interest of the Dutch workers. It is time for a militant policy to fight the cuts!

The left-wing parties should come up with an alternative to this policy of cuts. Unfortunately they have no such alternative. The only way of offering an alternative is by adopting a real socialist programme. As e have seen, among the various coalition options, there is the possibility that the PvdA will join a cabinet with the VVD, and that will mean they will have to take on responsibility for carrying out cuts.

The Green Left leaders also would like to be in a “purple cabinet”. While the party started out as an alliance of former communists, pacifists, Greens and Christian socialists, it has now evolved into a kind of “green left-wing liberal” party. This party cannot meet the aspirations of its members and voters by shifting to the right. It is clear that capitalism has failed, and that the environmental problems will not be solved under this system. In the ranks, especially among the former communists, there is a desire for a shift to the left.

The most important question is which way the Socialist Party will turn. To win back the support it has lost and to start to play the role of genuine left alternative, the Socialist Party must take up a militant stance once again. It should stop trying to be a “respectable party”. Now that their vote has gone down, they cannot argue that parliament is the most important field of struggle. It was not parliamentary work, but the struggles to help the common working people that made the party big in the past.

In order to strengthen the party, it is important to stop the bureaucratic stifling of internal discussion. Many good militants have left the party because of this. Democratic discussion combined with struggles for the common working people, would make the party stronger.

This approach needs to be combined with the adoption of a genuine socialist programme. Capitalism is the problem; it cannot be reformed into any kind of so-called “humane capitalism” by taxing of the rich. The banks and monopolies must to be nationalised under workers’ control. There is no middle road today. Either the party accepts capitalism as a system, which means bending to its rules, or the party adopts an openly anti-capitalist stance which means presenting a programme that breaks clearly with the system.

The Socialist Party also needs to break with the idea of “socialism in one country”. This is a leftover from the Maoist origins of the party. Capitalism is a global system, and it only can be fought globally. The resistance is starting in Greece and Spain, but it is only a matter of time before it reaches the rest of Europe.

In the Netherlands, sooner or later, we will see movements like those we have seen in Greece. The workers will not accept the draconian measures that are being prepared for them. The left has an opportunity to unite around a programme of class struggle, of opposition to capitalism, and for socialism. That is the only way out of the present impasse.

  • For a united front of the left to fight the cuts!

  • Nationalise the banks and monopolies under workers’ control!

  • For a Socialist Netherlands, in a Socialist United States of Europe!

  • Join the International Marxist Tendency and fight for the ideas of Marxism within the Dutch labour movement!

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken