Donderdag 29 januari was het zover. Aangekondigd sinds december riepen alle vakbonden op tot een interprofessionele stakingsactie in de openbare diensten en privé-sector. Redenen genoeg: sinds september en het losbreken van de economische crisis heeft de Franse regering niets anders gedaan dan de geldkraan openen voor de financiële wereld. Ongeveer 300 miljard euro werd ter beschikking gesteld en een groot deel daarvan is reeds opgesoupeerd. Belangrijke banken begonnen immers ook te wankelen en niet het minst BNP-Paribas. Hun tekort aan liquiditeiten (cash-geld) en de gebrekkige solvabiliteit vereisten een snelle tussenkomst. Die kwam er dan ook, maar daar bleef het bij.

In tegenstelling met de Britse aanpak weigert de Franse regering elke vorm van ondersteuning van de koopkracht en de consumptie. De redenering loopt als volgt: dit helpt toch niet, om de economie te herlanceren moeten de investeringen gestimuleerd worden. Begrijpe wie begrijpen kan: waarom zou het kapitaal investeren wanneer het met een overproductiecrisis opgezadeld wordt? Frankrijk is een van de Europese landen waar de armoede onder werkenden het hoogst is. De helft van de loontrekkende bevolking betaalt geen belasting omdat de gezinsinkomens zich onder de eerste belastingsschaal bevinden ofte 17.000 euro bruto op jaar basis. Vele mensen moeten rondkomen met karige lonen terwijl huisvesting een dure zaak is geworden in de meeste steden (minimum 600 euro), vrije tijdsbesteding nog meer (een pintje aan 2,5 euro) en de grootwarenhuizen enkel slechte producten aan lage prijzen verkopen. De precarisering raakt één vierde van de actieve bevolking en in tijden van crisis daalt het aantal interimwerkers zienderogen. Werkloosheidsuitkeringen zijn van korte duur en niet bijster hoog.

Op 29 januari betoogden 2 miljoen mensen in heel het land. De werkonderbrekingen werden redelijk goed opgevolgd voor een land waar de talrijke vakbonden weinig leden hebben. De openbare diensten waren er in talrijke geledingen, waaronder ook vele studenten en hogeschooldocenten, het hospitaalpersoneel. De industrie was duidelijk aanwezig in de vele betogingen. In de automobielindustrie draait de montageketting op halve capaciteit. Iedereen werkt één week op twee sinds begin december. Met een economische werkloosheid die maar aan 50 procent van het brutoloon wordt betaald, betekent dit een verlies van koopkracht van 25 procent.

De vooruitzichten zijn bijzonder somber, net zoals elders in Europa. Het ongenoegen zit diep, te meer omdat Sarkozy in juni 2007 verkozen werd met een aantal slogans rond koopkracht. Hij stelde toen dat de 35-urenweek "een plaag is voor Frankrijk", dat "hij 's morgens vroeg opstaat en aan de kant staat van diegenen die willen werken". Zijn boodschap was: "meer werken om meer te verdienen". Kortom, zelfredzaamheid van de beste neoliberale soort. Hij stak ook zijn misprijzen voor de vakbonden niet weg. "Wie merkt nog op wanneer er gestaakt wordt?" vroeg hij zich af in juni 2008. Intussen draaide hij de geldkraan open voor de bankiers en zijn overuren een rariteit geworden. Zelfredzaamheid geldt blijkbaar niet voor de kapitalisten terwijl de werkers kunnen stikken.

Na de Griekse jeugd, bijt de Franse arbeidersklasse de spits af van sociaal protest. Maar wat zal hiervan de uitkomst zijn? Een algemene staking kan zich opnieuw voordoen, zelfs verscheidene keren maar vroeg of laat zal er ook een politieke alternatief nodig zijn. Marx vertelde dat in Frankrijk het politiek bestel de chemische zuiverheid benadert. En inderdaad, steeds opnieuw verkrijgen de klassentegenstellingen een duidelijke afspiegeling in de politieke ruimte. Na de nationale stakingsactie trachtte Sarkozy de gemoederen te bedaren en te sussen. Hier met wat loze sociale beloften, daar een paar micromaatregelen (economische werkloosheid naar 60 procent van brutoloon) en vooral de uitnodiging om gedurende enkele maanden een breed sociaal overleg te organiseren. Aldus zou het syndicaal front verdeeld kunnen worden en kan hij de radicale vleugel van het protest lamlendig maken.

Dit cynisme begaat één misrekening, namelijk de diepte van het sociaal ongenoegen. In een opiniepeiling begin februari (na de staking van 29 januari en na zijn televisietoespraak) zakte zijn steun verder weg tot 31 procent, terwijl 66 procent van de respondenten ontevreden zijn over zijn beleid; 53 procent stelt bereid te zijn deel te nemen aan sociaal protest. Sarkozy komt steeds meer over als de slippendrager van de elites en misprijst de miserie van het gewone volk. In Frankrijk heeft dergelijke attitude ooit de koning zijn hoofd gekost... De syndicale rechtervleugel (CFDT, CFTC) staat zodanig onder druk dat ze opnieuw samen met de CGT naar een tweede actiedag zullen overgaan. Ondertussen werd deze aangekondigd voor 19 maart. Gezien de weigerachtige houding van Sarkozy om iets of wat serieuze sociale maatregelen te nemen, staat binnenkort ook de president met de rug tegen de muur. En aangezien hij altijd alles zelf wil doen kan hij zelfs de ‘zekering' niet laten springen via het ontslag van zijn eerste minister François Fillon. Een explosieve cocktail zoals er in Frankrijk regelmatig tot stand komen.

Wat is de situatie ter linkerzijde? Het relanceplan van de Parti Socialiste wordt door 54 procent als ongeloofwaardig beschouwd, slechts 23 procent aanziet het als een geloofwaardig alternatief. Dit is niet het gevolg van een gebrekkige communicatie of van de interne verdeeldheid rond de figuur van Ségolène Royal. Het relanceplan van de PS gaat iets verder dan dat van de rechterzijde in volume (100 miljard erbij) en sommige maatregelen verdienen zeker onze steun: een éénmalige steun van 500 euro voor alle lage inkomengroepen, 3 procent verhoging voor de minimumlonen en indexering (iets wat ze daar verloren hebben in de jaren '80), een minieme BTW-verlaging van 19,6 procent naar 18,6 procent en verder een aantal maatregelen ter behoud van de tewerkstelling (verhoging van plafond economische werkloosheid tot 800 uur per jaar). Het plan lijkt wel een catalogus van La Redoute (je weet wel, allerlei zaken per correspondentie aankopen) maar mist de centrale politieke boodschap die voor geloofwaardigheid zorgt, namelijk duidelijk en met klem stellen "dit systeem deugt niet, er moet iets structureel veranderen". De PS zwijgt in alle talen over een openbare kredietinstelling (nationaliseren van bank- en kredietsector), zwijgt over de hernationalisatie van de energiesector, over een moratorium op de privatiseringen van Post en Telecom enzovoort. Het relanceplan van de PS is dus een papieren tijger.

Links van de PS roert er zich van alles. De PCF (communisten) tracht uit haar lethargie te komen met harde kritiek op het casinokapitalisme en roept op tot sterke sociale maatregelen. De PCF zwijgt echter over waar het geld vandaan moet komen. Het verhogen van de hoogste belastingsschalen zal niet volstaan, wat ze ook mogen denken. En als ze een sterke openbare kredietinstelling verdedigen, dan vindt de PCF dat deze wel in de eerste plaats het KMO-weefsel moet ondersteunen met een gratis kredietverlening.

Daarnaast is er de Parti de Gauche ontstaan. Vier volksvertegenwoordigers hebben in november de Parti Socialiste verlaten en met een paar duizend militanten een nieuwe partij opgericht. Hun model is Die Linke in Duitsland en zij ijveren voor een links front met alle partijen links van de PS. Dit front krijgt in de opiniepeilingen 14 procent, iets minder dan de PS. Deze nieuwe links-reformistische partij eist een aantal duidelijke maatregelen: mogelijkheid om collectieve ontslagen te verbieden via vetorecht van vakbonden en vanwege overheid; overname door de werkers van ondernemingen die failliet gaan of gedelokaliseerd worden, dit via een openbare banksector; opheffing van fiscale voordelen voor de rijksten en verhoging van het minimumloon tot 1500 euro netto. Ook vinden zij dat de gehele financiële sector onder overheidscontrole moet gebracht worden (wat nog niet hetzelfde is als de volledige nationalisatie ervan) en moet er een openbaar investeringsplan komen van 100 miljard voor sociale doeleinden (crèches, onderwijs enz.) en ten voordele van een ecologische ombouw van de economie.

Dan rest er nog de NPA (Nouveau Parti Anticapitaliste), de nieuwe antikapitalistische partij van Olivier Besançenot. Deze werd recentelijk opgericht door de militanten van de ‘trotskistische' LCR samen met vooral geradicaliseerde jongeren. De ongeloofwaardigheid van de traditionele linkerzijde en de mediacoverage van Besançenot hebben deze nieuwe partij intussen 9000 leden bezorgd met 5 à 8 procent steun bij opiniepeilingen. Maar deze peilingen gelden enkel voor presidentsverkiezingen want bij parlementsverkiezingen bleef men tot dusver onder de drempel van 2 à 3 procent. Zij pleiten voor absolute politieke zelfstandigheid ten aanzien van de sociaal-democratie en eisen hetzelfde van andere partijen links van de PS. Het eisenprogramma van de NPA heet antikapitalistisch maar bevat echter voornamelijk structuurhervormingen. Zullen deze hervormingen pas gestalte krijgen als de NPA 51 procent van de stemmen haalt? En wat gebeurt er intussen? Mag rechts aan de macht blijven? Ondertussen zullen minder scherpe eisen wél een meerderheid kunnen behalen en zal dit de NPA tot een marginaal fenomeen herleiden. Dergelijk sektarisme leidt altijd tot een impasse. De arbeidersklasse ondergaat harde tijden maar de "antikapitalistische partij" weigert ook maar één poging te ondernemen om zelfs gedeeltelijke verandering teweeg te brengen.

Wanneer men op deze wijze ‘revolutie' preekt, is het niet te verwonderen dat velen zich zullen blijven keren tot het reformisme. "Liever één vogel in de hand dan tien in de lucht" is nu eenmaal de taal van het gezond verstand. De taak van marxisten bestaat er juist in een maatschappelijke meerderheid te winnen voor een socialistisch alternatief, niet ‘in vitro' of via mooie woorden maar doorheen de concrete politieke strijd waarbij de juiste eisen zich een weg banen doorheen de bestaande organisaties van de arbeidersbeweging en uiteindelijk worden overgenomen door de sociale meerderheid. En dit vergt ook een eenheidstactiek waarbij een linkerzijde de meer gematigde stromingen onder druk zetten.

 

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, schoenen en tekst

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken