Leden van de Labour Party en aangesloten vakbonden werden donderdag 17 mei wakker met het onaangename nieuws dat Gordon Brown, de zogenaamde architect van New Labour, de volgende leider van de Labour Party wordt en meteen ook Eerste Minister, zonder enige vorm van verkiezing.

De enige andere kandidaat, John McDonnell, werd van de kieslijst gehouden onder het voorwendsel dat hij er niet in slaagde de steun van 45 parlementsleden te bekomen. Nadat ze de verkiezingen van de leiding over de afgelopen weken hebben opgebouwd (compleet met websites en gadgets!) verrast het Labour-apparaat ons nu met een verkiezing van de leiding… zonder verkiezingen. Terwijl we de laatste tien jaar bezig waren met het binnenvallen van landen met de uitleg dat hun leiders ondemocratisch waren, wordt ons nu een leider aangeboden waarvoor niemand gestemd heeft!

Wie heeft hier schuld aan? Velen zullen zich die vraag stellen en bediscussiëren wat er aan gedaan zou moet worden. Dat John McDonnell en de campagne “john4leader” er geen schuld aan hebben is wel duidelijk. De laatste tien maanden hielden ze zich bezig met het bezoeken van partijafdelingen, algemene vergaderingen, conferenties en aanverwante organisaties om onderwerpen aan te kaarten en te horen wat de basis te zeggen had. Ondertussen bleef het Brown-kamp enkel praten met de mensen waarvan zij denken dat ze belangrijk zijn – de Stad Londen, de patronale organisaties en de persmagnaten.

Partijtop bang

Er was zichtbaar een groeiende stemming, niet enkel in de Labour Party, maar vooral in de vakbonden, om Brown openlijk uit te dagen wanneer Blair z’n handdoek in de ring zou werpen. Dit werd uitgedrukt via de steun die John McDonnell kreeg van vakbondsleiders en mensen uit de brede linkerzijde evenals partijafdelingen en partijfracties. Vakbonden zoals ASLEF, het FBU en de RMT traden duidelijk naar voor als ondersteuners van John McDonnell. Het probleem met de FBU en RMT is dat ze niet langer aangesloten zijn bij de Labour Party. Ze hebben uit woede over de mannier waarop ze door Blair behandeld werden gebroken met de Labour Party. Maar hun plaats zou in de Labour Party moeten zijn en ze zouden er de strijd moeten aangaan voor een linkse leiding. Het moet een alarmerende ontwikkeling geweest zijn voor de rechtse leiding van de Labour Party dat de Schotse Unison vakbond zich achter John McDonnell had geschaard. Dit heeft zeker bijgedragen tot de inspanningen om John McDonnell te beletten de nodige nominaties van parlementsleden te bekomen.

Het is een feit dat gedurende deze periode de parlementsleden geïsoleerd waren van de basis en niet betrokken. Net zoals ze – op uitzondering van een paar rebellieën waarbij de regering op de Tories moest rekenen om maatregelen er door te krijgen – zonder slag of stoot de neoconservatieve agenda van Blair en het New Labour project steunden. Het invoeren van de regel dat nominaties voor leidende functies enkel tellen wanneer een zeker percentage van de parlementleden je nomineren, is erop gericht de basis ervan te weerhouden echt inspraak te hebben in wie er als leider verkozen kan worden. Het is een schande dat er geen middelen zijn voor algemene vergaderingen of voor aangesloten organisaties om onafhankelijk van de parlementsleden kandidaten te nomineren. Tot zover het principe “één persoon, één stem” – nu is het “één lid, geen stem” of eerder “één volksvertegenwoordiger, één stem”.

Al wat nu overblijft is een nepwedstrijd voor de betekenisloze positie van Deputy Leader. Er is dan ook geen enkel politiek aspect waarop de zes kandidaten voor deze ‘machtige post’ uit elkaar te houden zijn – net zoals men in een winkel enkel een aanbod zou hebben van allemaal dezelfde T-shirts in ander schakering van blauw. Een aantal vakbondsmensen hebben de naam van John Cruddas, die een vakbondsachtergrond heeft, naar voor geschoven als een goede keuze. Maar ondanks zijn aanbrengen van belangrijke organisatorische kwesties is er geen verschil tussen hem en de rest op gebied van de echte politieke onderwerpen. De verkiezing werd omgevormd tot een soort van schoonheidswedstrijd waar we mogen kiezen welke kandidaat de beste persoonlijkheid heeft. Het heeft niet veel met ernstige politiek te maken.

Na het debat tussen Brown, McDonnell en de ‘stop-McDonnell kandidaat’ Meacher (die zich dinsdag voor de geplande verkiezing terugtrok) vloog de partijmachine met de nodige wraakzucht in actie om ervoor te zorgen dat parlementsleden McDonnell niet zouden nomineren. Brown zei wel dat hij een krachtmeting zou verwelkomen. Het lijkt er nochtans niet op. Maanden lang heeft het Brown-kamp doodsangsten uitgestaan over de aanpak van de uitdaging van links. Als ze de nominatie tegenhielden, zou Brown worden gezien als een leider waar niemand voor gestemd heeft. Dat is wat er nu is gebeurd. Maar als ze McDonnell op de lijst hadden toegelaten bestond er het veel grotere risico dat ze in debat zouden moeten treden met de linkerzijde tijdens verkiezingsdebatten, op de TV en in de geschreven pers gedurende bijna een maand. Er werd duidelijk beslist dat het Brown-kamp dat niet aankon. Het idee dat ze onder druk het rechtse beleid van onder Blair moesten verdedigen was gewoon te veel voor hen.

Het is opmerkelijk dat John McDonnell een beleid verdedigd waarbij democratisch besliste partijstandpunten ondersteund worden terwijl het de aanpak van Brown zal zijn die te negeren. Ze waren ook bevreesd voor het resultaat dat McDonnell uiteindelijk zou bekomen in de verkiezingen. Alhoewel er weinig angst bestond werkelijk te verliezen, was het doorgedrongen tot het Brown-kamp dat McDonnell meer aanhang genoot in de partij dan ze ooit zouden willen toegeven. Sommigen schoven zelfs de mogelijkheid naar voor dat McDonnell een meerderheid van de stemmen zou krijgen van de vakbondsfractie van de kiesraad. Dit zou een verzwakking hebben betekend voor Brown en zou ook voor eens en voor altijd hebben aangetoond dat het project van New Labour een doodlopende straat is. McDonnell moest dus van de lijst worden gehouden, vandaar dat parlementsleden hun eigenbelang boven dat van de beweging verkozen.

Voortgaan op elan

En wat nu, zal je denken. De laatste tien maanden kunnen niet worden teruggedraaid of weggeveegd. John McDonnell heeft laten zien dat de linkerzijde in de Labour Party terug vecht. Hier moet op verder gewerkt worden, voornamelijk in de vakbonden. Het is heel spijtig dat de vakbondsleiders zo terughoudend bleken te zijn om de verklaarde steun van hun organisaties te vertalen in daadwerkelijke praktische actie, vooral als het gaat over de parlementairen die ze sponsoren. Als de TGWU, Amicus, Unison en dergelijke naar hun parlementsleden waren gestapt en van hen hadden geëist de kandidaat te steunen die het best overeenkomt met de vakbondsbelangen en doelstellingen, dan zou McDonnell voorbij de barrière van 45 zijn geschoten. Dat deden ze echter niet. Momenteel is het zo dat veel van de vakbondsleiders verknocht zijn aan het idee van een vriendenovereenkomst met Brown en zonder twijfel opgelucht zijn dat ze niet moeten kiezen tussen Brown en McDonnell.

De strijd is dus nog niet gestreden en er moet verder gebouwd worden op wat bereikt is. Er moet een campagne gelanceerd worden om na te gaan wat de rol is van zij die Labour vertegenwoordigen in het parlement. Ze moeten verantwoording afleggen en uitleggen waarom ze partijleden en vakbondsleden een duidelijke stem en keuze hebben ontzegd. Parlementsleden kunnen aangesteld worden en kunnen ook afgezet worden. De vakbonden op zichzelf hebben de macht het proces in gang te zetten waarbij al wie op Westminster zit met uitbouw van een carrière als enige doel, vervangen wordt door mensen die het in de eerste plaats zullen opnemen voor degenen die hen verkozen hebben.

Het premierschap van Brown zal een voortzetting zijn van dezelfde neerwaartse spiraal die zo karakteriserend was voor de jaren onder Blair. Een decennium van Tory-beleid, verloren stemmen en teleurstellingen. De laatste drie verkiezingen werden gewonnen door Labour omdat de meeste mensen minder verwachtten van de Tories dan van Labour. Dus ondanks de achteruitgang van Labour gingen de stemmen voor de Tories nog meer achteruit. Het grote gevaar is dat het stemmenaantal van Labour sneller zal dalen dan dat van de Tories, wat bij de volgende verkiezingen de intrede van een Tory-regering zou betekenen. Dat zal een regering zijn die er op uit is wraak te nemen op de arbeidersklasse en haar organisaties voor de vernedering van drie verkiezingsnederlagen.

Daarom kan de hamvraag niet langer ontweken worden. We moeten onze organisaties en onze partij heropeisen van de kliek rond Blair/Brown en het leger van ex-SDP-carrièristen [de SPD was een rechtse afsplitsing van Labour die zich verzette tegen de sterke verlinksing van de partij in jaren ’70 en ’80, o.a. onder invloed van de marxisten. Onder Blair keerden veel van deze rechtse sociaal-democraten terug naar Labour, n.v.d.r.]. We hebben een partij met een strijdbare leiding nodig die handelt in het belang van de werkende klasse. We hebben een socialistisch programma nodig dat de echte onderwerpen aankaart waarmee mensen vandaag geconfronteerd worden. Iedereen van de campagne john4leader, het Labour Representation Committee [de linkerzijde in Labour, n.v.d.r.], de Campaign Group [de linkerzijde van Labour in het parlement, geleid door McDonnell, n.v.d.r.] en vele partijleden en vakbondsmensen die zich nu vrij kwaad voelen, zullen in de volgende maanden de hoofden bij elkaar moeten steken en bediscussiëren hoe de campagne zal worden verder gezet en welke maatregelen er moeten worden genomen. De marxisten zijn van plan hier volop aan deel te nemen.

Het feit dat John McDonnell er niet in geslaagd is om nominaties van parlementairen te bekomen, is niet het einde van de campagne. Gordon Brown wordt verkocht aan velen in de Labour Party met de uitleg dat hij wat beter is dan Blair. Sommige van de belangrijkste vakbondsleiders hebben dit gebruikt om het idee naar voor te schuiven dat Brown zal waken over de belangen van de werkende mensen. Niets is minder waar. Brown zal verder zetten wat Blair steeds gedaan heeft. Om die reden zullen alle illusies die nog in Brown bestaan in de komende maanden verdwijnen. Dit zal een gapend gat in Labour en de vakbondsbeweging tot gevolg hebben. Activisten van de Labour Party, vakbondsleden en trouwe Labour-kiezers zullen zich afvragen waarom de massale verkiezingsoverwinning van 1997 werd verkwanseld tot op het punt dat de Tories terug wonnen.

In deze omstandigheden zou een sterke linkerzijde in de Labour Party een referentiepunt kunnen worden. De campagne die zich rond John McDonnell heeft ontsponnen, zou de basis kunnen worden voor de uitbouw van zo’n linkerzijde. Hoewel de steun voor John minimaal was in de parlementaire Labour Party, was dat niet het geval in de bredere beweging. Als hij toelating had gekregen om op te komen, zou de echte slagkracht van de linkerzijde gebleken zijn, vooral in vakbondsmiddens.

Als men zich niet wil laten ontmoedigen is het nu de moment om een tandje bij te steken wat de campagne rond John McDonnell betreft, met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de Labour Party. De opdracht bestaat erin steun te vinden in elke kieskring en afdeling, in elke vakbond, voor Labour-parlementairen die de belangen uitdragen van de mensen die voor hen campagne voeren en stemmen.

Het Blairisme is afgelopen en de gebeurtenissen in de komende periode zullen de doodsteek zijn. We moeten ons echter voorbereiden op de toekomst. De Tories zijn al dikwijls teruggekomen na periodes van Labour-regeringen. Het gebeurde in 1970 met Heath en in 1979 met Thatcher. De werkende mensen betaalden een zware tol als gevolg daarvan. Zolang we echter niet de lessen trekken uit die ervaringen, zullen we dezelfde vergissingen blijven herhalen. De rol van de linkerzijde in de Labour Party is steun te vinden en de politieke koers en de leiding van de partij te veranderen zodat we een eind kunnen maken aan deze schijnbaar oneindige cyclus.

Vertaald van www.socialist.netwww.socialist.net
Bekijk ook eens de filmpjes van John McDonnell op YouTube, bijvoorbeeld een speech op 1 meieen speech op 1 mei.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken