Op 13 mei werd Wenen geteisterd door een van de zwaarste stormen sinds mensenheugenis. In amper twee uur viel er 61 liter regen per vierkante meter, gemengd met hagelbollen zo groot als eieren. Bij dit soort weer blijven de Oostenrijkers normaal gesproken liever thuis. Op 13 mei lag dat echter anders.

Slecht weer, goede stemming

Om 4 uur in de namiddag arriveerden de eerste bussen en treinen in Wenen, aan de twee grootste stations waar twee groepen de betoging zouden starten. Door de regen waren de arbeiders samengekomen in het station, om het begin van de betoging af te wachten. In de stations scandeerden duizenden arbeiders slogans, die werden afgewisseld door gefluit. Het was duidelijk dat iedereen vastberaden zou marcheren tegen de besparingen van de regering, ondanks de verschrikkelijke weersomstandigheden. Een arbeider zei: “Schüssel heeft de weergoden misschien aan zijn kant, maar dit zal ons niet tegenhouden.” Een Weense metaalarbeider zei me: “Laten we hopen dat een van deze hagelbollen Schüssel treft.” De strijdlust was te lezen op de gezichten. Toen ze de stations verlieten, lieten de manifestanten duidelijk blijken dat niets ons protest zou tegenhouden.

De stemming tijdens de betoging was werkelijk uitstekend. Er werd gelachen, de jongerenorganisatie van de ÖGB had twee vrachtwagens met muziek en arbeiders dansten of zwaaiden met hun vakbondsvlaggen. Alle sectoren waren aanwezig: arbeiders van de bouw, het spoor, de metaal, naast verpleegkundigen, leraars en ambtenaren van de openbare sector... Velen van hen kwamen van de provincies. Diegenen die van het westen kwamen, waren erg vroeg vertrokken om op tijd in Wenen te zijn. De spoorwegvakbond had 10 extra treinen voor de demonstratie ingelegd, en ze zaten allemaal vol. In Styria, een sterk geïndustrialiseerde streek, waren alle wagons gereserveerd, terwijl er geen extra wagons waren aangezien ze allemaal door de vakbonden waren ingezet om iedereen die wilde deelnemen aan de betoging in Wenen te krijgen. Vakbondsvlaggen en zelfgemaakte spandoeken kleurden het gebeuren. De 2000 arbeiders van de staalfabriek in Linz hadden een spandoek met de boodschap “Je kan niet strijden wanneer je neerzit”. Een groep jonge arbeiders droeg een kist die het einde van de staatspensioenen symboliseerde. De vrouwenorganisatie van de ÖGB had haar leden opgeroepen om zwarte kleren te dragen als protest tegen de pensioenhervormingen.

De leerkrachten waren reeds ’s ochtends begonnen met hun staking. Ook zij protesteerden tegen de hervormingen evenals tegen voorgestelde besparingen in het onderwijs. Volgens hun vakbond stonden 90 procent van de scholen stakend mee op straat. In meerdere scholen hadden de directeurs geprobeerd de staking te voorkomen, met name in de privé-scholen en de scholen van de Kamer van Koophandel. Desalniettemin waren er zelfs in dergelijke scholen voorbeelden van leerkrachten die vergaderingen hadden samengeroepen en hadden gestemd voor de staking, ondanks bedreigingen van de directeurs en het Ministerie van Onderwijs.

Om halfzeven ’s avonds kwamen de eerste demonstranten aan op de Heldenplatz (het grootste plein in het centrum van Wenen). Terwijl de kop van de betoging op het plein aankwam, waren er nog mensen die in de stations wachtten omdat de straten reeds zo overvol waren dat de massa zich slechts erg langzaam voorwaarts kon bewegen. Op het einde bleek het onmogelijk om iedereen een plaats te geven op het plein om naar de toespraken van de vakbondsleiders te luisteren.

Dit was ongetwijfeld de grootste vakbondsmanifestatie sinds de Tweede Wereldoorlog. En het was ongetwijfeld de meest militante uitdrukking van de Oostenrijkse arbeidersbeweging sinds decennia. Van een arbeider werden in ‘Die Presse’ de volgende woorden geciteerd: “Dit is vreemd genoeg de meest schitterende en positieve betoging die ik ooit heb meegemaakt. De gezamenlijke mars onder de zware regen heeft het gevoel versterkt dat we nog eendrachtiger moeten zijn.”

De algemene stemming na de betoging kan als volgt worden samengevat: het was de moeite naar hier te komen om ons protest te uiten; waarschijnlijk zal dit echter niet voldoende zijn om de regering tegen te houden maar we zijn bereid de strijd verder te zetten.

Wat verder?

De reactie van de regering na de betoging was er een van extreme arrogantie. De ministers die bereid waren een interview te geven, maakten duidelijk dat de regering toch verder zal gaan met haar plannen. De regering had zelfs het lef een hervorming voor te stellen die de parlementsleden het recht zou geven vervroegd met pensioen te gaan, terwijl de regering op hetzelfde moment plant dit recht voor gewone loontrekkenden af te schaffen. Dit is een regelrechte provocatie. De Volkspartij is niet bereid de hervormingen fundamenteel te wijzigen. Hun doel is de hervormingen door het parlement te drukken volgens de planning die de regering voor zichzelf heeft opgemaakt. De zogenaamde rondetafel op initiatief van de president, Thomas Klestil, zal niets bereiken en zal geen verbeteringen inhouden voor de arbeiders. Ze is er gekomen onder druk van dat deel van de heersende klasse dat bang is een bitter klassenconflict te veroorzaken. Hun doel is enkel de vakbonden te sussen en een escalatie van de klassenstrijd te vermijden.

De vakbondsleiders hebben een grote doelstelling voor ogen: terugkeren naar de ‘goeie oude tijd’ van het sociaal overleg. Wolfgang ‘Thatcher’ (zoals kanselier Schüssel wordt genoemd in de laatste editie van ‘The Economist’) zal deze wensen van de ÖGB niet kunnen inwilligen. De ‘rondetafel’ is een schijnvertoning. Wolfgang Schüssel heeft openlijk verklaard dat deze rondetafel niet zal raken aan de essentie van de pensioenhervormingen. De enige weg die de ÖGB de komende weken dus kan volgen, is die van de strijd. Gisterenavond kwam de voorzitter van de ÖGB, Fritz Verzetnitsch, reeds onder druk te staan, en moest antwoorden op de vraag of hij werkelijk voor een algemene staking zou oproepen naar het voorbeeld van de Franse bonden. Zijn antwoord was dat hij erg voorzichtig moest zijn met een dergelijke oproep en dat hij hoopte dat de regering tot de conclusie zou komen niet tegen het volk te kunnen regeren.

De wensen van de vakbondsleiders zullen echter weinig kunnen veranderen aan de noodzaak van verdere stakingsacties. Belangrijk is hierbij te beseffen dat de arbeiders bereid zijn de strijd verder te zetten. De betoging van gisteren was een belangrijke stap in de versterking van de vastberadenheid van de Oostenrijkse arbeiders en van de strijdvaardigheid van de Oostenrijkse arbeidersbeweging. De druk van onderuit zal nu zonder twijfel toenemen. Zodra de arbeiders op de straten staan, zal het niet meer zo eenvoudig zijn voor de vakbondsleiders om de beweging tegen te houden. Wat het weer de volgende weken ook zal zijn, de komende periode zal erg verhit zijn in Oostenrijk.

Rol van de staat

Het is ook zinvol erop te wijzen dat de klassenstrijd geen eenrichtingsstraat is. De heersende klasse probeert eveneens terug te slaan met haar eigen wapens. Toen de ÖGB voor een dag van actie opriep met stakingen en blokkades, kregen we al voorsmaakje van wat zou volgen. Een politieagent (en lid van de rechtse FPÖ van Haider) trad zwaar op tegen een groep arbeiders die een belangrijk kruispunt in Salzburg poogden te blokkeren. Vervolgens kreeg de ÖGB een boete van 720 euro voor een betoging die niet via de juiste kanalen was aangekondigd. En een hof in Salzburg vaardigde een verbod uit tot staking voor postbeambten. Het is duidelijk dat deze beslissing politiek geïnspireerd is en dat deze een zware slag zou kunnen toebrengen aan een van de meest militante en strijdvaardige delen van de Oostenrijkse arbeidersklasse. Zelfs in dit vroege stadium waarin we de eerste duidelijke tekens zien van de klassenstrijd, toont het staatsapparaat zijn ware gezicht als een instituut ter verdediging van de heersende klasse. En dit is maar een eerste waarschuwing voor de arbeidersbeweging.

De situatie is duidelijk. Er is slechts één manier om de regering met haar pensioenhervorming tegen te houden. We moeten de militante klassenstrijd opvoeren. De betoging van 13 mei was een belangrijke stap in de juiste richting. Nu is het aan de meest strijdbare vakbondsactivisten en vakbondsvertegenwoordigers om op te roepen tot een algemene staking tegen de pensioenhervormingen en om de beweging van onderuit op te bouwen.

Lees meer over Oostenrijk op de website van onze Oostenrijkse zusterorganisatie Der FunkeDer Funke.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken