zwart en revolutionairTot juli 2018 is de expositie Zwart en Revolutionair te bekijken bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam, een expositie over het uiterst interessante leven van Otto en Hermina Huiswoud. Dit revolutionaire echtpaar was in de vergetelheid geraakt, maar is door inspanningen van New Urban Collective en The Black Archives weer in de spotlights gezet.

Het leven van Otto en Hermina

Otto Huiswoud en zijn partner Hermina Dumont kwamen respectievelijk uit Suriname en Brits Guyana. Ze belandden in New York, waar ze elkaar in 1922 ontmoeten. In de jaren '10 en '20 van de 20e eeuw vond er veel plaats op politiek en cultureel gebied onder de zwarte bevolking. De Harlem Renaissance vond plaats in de kunsten. Daarnaast was er sprake van politieke radicalisering, die extra aangedreven werd door de Oktoberrevolutie van 1917.

Otto was de enige zwarte medeoprichter van de Communistische Partij van de Verenigde Staten, toen deze ontstond uit een linkse afsplitsing van de Socialistische Partij van Amerika in 1919. Hij was daarnaast lid van de African Blood Brotherhood, een radicale organisatie voor de emancipatie van Afro-Amerikanen. Zijn visie was altijd dat emancipatie van de zwarte bevolking samenhangt met de bevrijding van alle arbeiders van de macht van het kapitaal. Samen met de Jamaicaanse dichter Claude McKay bezocht hij het Vierde Congres van de Communistische Internationale in 1922, waar zij de 'Negro Question' op de agenda brachten.

Dit was het begin van een carrière voor de Komintern en het vakbondsblad 'Negro Worker', welke zich richtte op het organiseren van zwarte arbeiders wereldwijd, door hun strijd te verbinden met die van arbeiders van andere huidskleuren en met de strijd voor gelijke rechten, tegen kolonialisme en imperialisme. Otto en Hermina reisden de hele wereld over namens de International Trade Union Committee for Negro Workers. Op Jamaica daagde hij in 1927 Marcus Garvey uit voor een publiek debat over 'ras en klasse'. Garvey was de beroemde leider van UNIA, een massabeweging voor de emancipatie van zwarte mensen.

In 1941 was het stel woonachtig in Suriname, waar de Nederlandse autoriteiten Otto opsloten als 'staatsgevaarlijk element'. Na de oorlog settelden Otto en Hermina zich in Nederland, waar Otto zich aansloot bij Vereniging Ons Suriname (VOS). Hij was nu geen lid meer van de Komintern (die in 1943 door Stalin werd opgeheven als gebaar naar de Geallieerden), maar bleef zich politiek bezig houden. Van 1954 tot zijn dood in 1961, was Otto voorzitter van VOS en blies hij politiek leven in de organisatie. We zien bijvoorbeeld dat vlak voor het einde van zijn leven, Otto Huiswoud een solidariteitsactie organiseerde met de ontwikkelingen in Congo, waar de regering van Lumumba door een staatsgreep (gesteund door de Belgen en de VS) ten val werd gebracht. Dit toont aan dat hij altijd trouw bleef aan zijn revolutionaire en strijdbare idealen.

De expositie laat dit alles zien door middel van video's, foto's, krantenknipsels en FBI-rapporten. Het effect is dat men na afloop alleen nog maar meer vragen heeft. Wat was de rol van de stalinistische Komintern op Huiswoud? Wat was zijn rol in de factiestrijd (hij steunde bijvoorbeeld de CP-leider Lovestone, die vanuit Moskou verwijderd) en hoe kwam hij tot zijn latere breuk met de officiële communistische beweging? Dit is echter teveel voor één expositie, waarvoor de organisatoren al zeer hard gewerkt hebben.

Relevanter dan ooit

De laatste jaren is er een heropleving van de beweging tegen racisme en discriminatie. Een belangrijke aandrijvende rol hierin wordt gespeeld door jonge activisten van kleur. De heftige reacties tegen de aanpassing van de figuur Zwarte Piet, discriminatie van 'allochtone' jongeren op de arbeidsmarkt, etnisch profileren en politiegeweld tegen minderheden; het toont allemaal aan dat de strijd tegen racisme en discriminatie zeer relevant blijft. Dit geeft empowerment aan de jonge generatie.

Met de heropleving van de beweging, krijgen we onvermijdelijk ook de heropleving van debatten. Het debat tussen Huiswoud en Garvey is een debat dat in verschillende vormen blijft terugkomen. Is er een vorm van zwarte bevrijding binnen het kapitalisme mogelijk, of is er een gezamenlijke klassenstrijd nodig voor de emancipatie van allen?

Garvey was een oprechte strijder voor de verbetering van de positie van zwarte mensen. Echter, het idee dat ongelijkheid opgelost kan worden door kapitaalaccumulatie en onafhankelijke staten voor zwarte mensen, is duidelijk onjuist gebleken. De tweede helft van de twintigste eeuw zag de koloniale revolutie, waarin Afrikaanse landen onafhankelijk werden. In de jaren negentig kwam daar het einde van het apartheidssysteem in Zuid-Afrika bij. Beide waren het resultaat van decennia van heroïsche strijd. Wat betreft accumulatie, er zijn nu vele zwarte miljonairs. In het jaar 2016 waren er zelfs 12 zwarte miljardairs. De arme werkende en werkloze zwarte inwoners van Zuid-Afrika, Nigeria en de VS hebben echter niets aan deze accumulatie. Kapitalistische en imperialistische verhoudingen houden ongelijkheid binnen en tussen landen in stand.

Als marxisten staan wij aan de kant van Huiswoud. Het is de kunstmatige schaarste van het kapitalistische systeem, waarin er overproductie bestaat naast armoede, werkloosheid en dakloosheid, die de voedingsbodem creëert voor een 'wij-zijgevoel'. Huiswoud wist dit maar al te goed en wilde zwarte arbeiders met witte arbeiders verbinden. Dat betekent echter niet dat racisme slechts gereduceerd kan worden tot een economisch vraagstuk, of dat de arbeidersbeweging zich enkel moet richten op economische vraagstukken, omdat andere zaken hiervan zouden 'afleiden' (zoals Ewald Engelen of de leiding van de SP lijken te denken). Het is de taak van de arbeidersbeweging om tegen alle vormen van racisme en discriminatie te strijden, juist omdat zij zichzelf op deze manier kan versterken.

Frederick Douglass, zowel Malcolm X als Martin Luther King in hun latere leven, de jonge Black Panther leider Fred Hampton, de Surinaamse verzetsstrijder Anton de Kom (1), het zijn allemaal voorbeelden van bekende leidende activisten die wisten dat de emancipatie van zwarte mensen onlosmakelijk verbonden was met de sociale emancipatie van allen. In deze traditie passen Otto en Hermina Huiswoud en om die reden raden wij aan om deze interessante expositie te bezoeken.

  1. Anton de Kom (1898-1945) was een Surinaamse antikoloniale schrijver, activist en verzetsheld. Het meest bekend is zijn boek Wij Slaven van Suriname. De Kom koppelde altijd de strijd voor onafhankelijkheid van Suriname (destijds een Nederlandse kolonie) en tegen de discriminatie van zwarte mensen, aan de strijd van de arbeidersbeweging in de imperialistische landen. Hij steunde Indonesisch nationalisten en was een fellow traveler van de Communistische Internationale. Nadat Hitlers troepen Nederland binnenvielen in 1940, sloot hij zich aan bij het communistische verzetsblad De Vonk. Hij overleed in 1945 in het Duitse concentratiekamp Neuengamme.

Klik hier voor meer info over de Expositie: Zwart en revolutionair