Twee weken geleden landde ik in Caracas, de hoofdstad van het opstandige Venezuela. De gebeurtenissen die ik sindsdien heb meegemaakt (zowel de grote als de kleine dagdagelijkse) zijn echt fascinerend en dikwijls typerend voor het revolutionaire proces. Het is niet alleen wat je hier op straat of op de stadsmuren ziet of wat je in de krant leest, maar iets wat je voelt. De hele stad is doordrongen van de revolutie.

De revolutionaire spirit gaat natuurlijk op en neer. Hoewel nog steeds intact, lijkt die spirit een ander karakter te hebben aangenomen dan enkele jaren geleden. De revolutionaire beweging stond toen nog in zijn kinderschoenen en ging gepaard met een eindeloze euforie. Die revolutionaire gedrevenheid is vandaag niet verdwenen, zelfs niet verminderd, maar ze is meer overwogen, nuchter en bij momenten openlijk kritisch omtrent sommige aspecten van het revolutionair proces. Dat laatste wordt ongetwijfeld het onderwerp van volgende brieven.

Tijdens de voorbije vijf of zes maanden is de situatie zeer snel ontwikkeld. Niet de richting, maar wel het ritme waarmee deze gebeurtenissen plaatsgrepen, ging onze verwachtingen te boven. En dit is nog maar het begin! Het debat over de socialistische toekomst van de Bolivariaanse revolutie – een standpunt dat enkel door onze kameraden van de nog jonge Revolutionaire Marxistische StromingRevolutionaire Marxistische Stroming (CMR) en hun blad El Topo Obrero naar voren werd geschoven – heeft de kleine kring van activisten doorbroken en is een debat geworden binnen de bredere arbeiders- en volksbeweging.

De toespraak van Chavez op het Wereld Sociaal Forum in Porto Alegre, waar hij voor het eerst opriep om het kapitalisme te overstijgen en om een debat te starten over wat hij het ‘socialisme van de 21ste eeuw’‘socialisme van de 21ste eeuw’ noemt, begint door te dringen tot het bewustzijn van de massa’s – de echte motor van de Bolivariaanse revolutie. Die toespraak ontketende ook een reactie bij de oppositie en hun commerciële media, voor wie het socialisme vandaag het centrale thema vormt in hun aanvallen tegen de Bolivariaanse regering. Deze nieuwe wending van de revolutie heeft het proces echter niet verzwakt. Integendeel, de laatste opiniepeiling van Datanalisis, een enquêtebureau dat banden heeft met de rechtse oppositie, schat de steun voor Chavez op 70,5 procent van bevolking. Een ontzettend hoog cijfer dat dan nog afkomstig is van de een van de meest rabiate vijanden van de revolutie.

Elke dag is er wel ergens in de stad – aan de universiteit, in een wijk of aan een piket – een debat over socialisme. Veel mensen zitten hier met de vraag wat het socialisme echt betekent. Is het socialisme iets als het sociaal-democratisch beleid van Zapatero in Spanje, of is het iets wat lijkt op het regime in Cuba, of is het nog iets anders? Wat mij nog het meeste opvalt is de volledige afwezigheid van vooroordelen ten opzichte van marxistische ideeën.

Er is een fantastische honger naar ideeën en politieke vorming in de rangen van de Bolivariaanse massa’s. Eén recent voorbeeld illustreert dit. Zaterdag 21 mei organiseerde William Izarra, de vice-minister van Buitenlandse Zaken en een van de protagonisten van de linkervleugel binnen de Venezolaanse regering, een nationale workshop over ‘ideologische training’ in het centrum van Caracas. Ongeveer 900 activisten en syndicalisten kwamen al vroeg aanschuiven om naar een zes uur durende uitleg te luisteren van de vice-minister. Het centrale thema van zijn betoog was de noodzaak om de revolutionaire acties van de massa’s te voorzien van een revolutionaire ideologie, die hij voornamelijk anti-imperialistisch invult.

Toen de kameraden van El Topo Obrero een stand met marxistische literatuur begonnen op te zetten, werden ze als het ware omsingeld door Bolivariaanse activisten die al in de dozen naar boeken begonnen te zoeken nog voor die op de tafels waren gelegd. Op enkele uren tijd werden meer dan honderd boeken en documenten verkocht. Hun ‘Inleiding tot het Socialisme’ is een echte bestseller geworden op zulke gelegenheden. Gelijkaardige positieve reacties kregen we deze week toen we een stand opzetten op de meetings naar aanleiding van de derde verjaardag van de revolutionaire website aporrea.orgaporrea.org en op de Latijns-Amerikaanse bijeenkomst van de arbeiders uit de energiesector. Op deze laatste bijeenkomst werd ons pamflet, dat uitlegt dat alleen op basis van een socialistische federatie in Latijns-Amerika de soevereiniteit over de energiebronnen kan worden gegarandeerd, ook zeer goed onthaald.

De onteigening en het plaatsen onder arbeiderscontrole van de papierfabriek Venepal begin dit jaar zorgde voor een kettingreactie binnen de arbeidersbeweging die door onze kameraden van El Topo Obrero voorspeld was tijdens hun congres in december. Gesterkt door het voorbeeld van VenepalVenepal, bezetten de arbeiders van de Constructora Nacional de ValvulasConstructora Nacional de Valvulas (CNV) hun fabriek en eisten de onteigening onder arbeiderscontrole. En ze wonnen! De belangrijke rol die de Revolutionaire Marxistische Stroming (CMR) speelde in deze voorbeeldige overwinningen werd trouwens onlangs erkend door de leiders van beide fabrieken in een publieke meeting in Caracas. Deze dubbele overwinning en de ervaringen met ‘arbeiders-medebeheer’ (in tegenstelling tot ‘kapitalistisch-medebeheer’) in de reusachtige aluminiumfabriek Alcasa en in de elektriciteitscentrale CADAFE, hebben de toon gezet in de arbeidersbeweging. Tijdens een ‘mobiele ministerraad’ die live werd uitgezonden vanuit de stad Cununa en die plaatsvond in het bijzijn van de lokale politieke leiders en activisten uit de Bolivariaanse beweging, werd president Chavez plots onderbroken. De burgemeester van een klein stadje vertelde hem hoe ze onlangs hadden beslist om een suikerfabriek over te nemen die was verlaten door de eigenaars. De burgemeester vroeg dan de steun van de regering voor deze actie.

In andere conflicten (bijvoorbeeld bij Caracas Metro en Italbanco) zien we dat arbeiders spontaan de idee van ‘cogestion’ of medebeheer naar voren brengen. Hoewel de betekenis van medebeheer niet altijd duidelijk gedefinieerd wordt, lijken de arbeiders er een betekenis van arbeiderscontrole aan vast te knopen. In een van de grootste ziekenhuizen van Caracas, in de volkswijken in Antimano op de heuvels rond Caracas, voeren kameraden van El Topo Obrero momenteel een strijd voor democratische arbeiderscontrole inzake de aanwervingen. Vroeger had de corrupte vakbondsbureaucratie hierop het monopolie. Arbeiders moesten zowaar de vakbondsbureaucratie betalen om aan een job te geraken! Nu is dat aan het veranderen. Dit is nog maar een eerste stap in de richting van een algemene controle door arbeiders en buurtbewoners over het ziekenhuis El Algonodal, maar de strijd wordt met veel verwachtingen en hoop gevolgd door andere arbeiders uit de gezondheidssector in de hoofdstad en zelfs daarbuiten. Deze week waren de revolutionaire syndicalisten van het ziekenhuis, die zich verenigden in het Bolivariaans Arbeidersfront, uitgenodigd door een ander ziekenhuis in de provincie Vargas om er hun ervaringen met de strijd voor arbeiderscontrole te komen toelichten. In diezelfde kustprovincie Vargas overwegen havenarbeiders een strijd voor ‘cogestion’ van de haven als middel om te strijden tegen ontslagen en de onmiskenbare corruptie vanwege de lokale bedrijfsleiders en overheidsmaffia.

De reikwijdte van het revolutionaire proces kan misschien nog het best geïllustreerd worden aan de hand van de vorming van een revolutionaire vakbond (SUMTRAFOFN) in het Symfonisch Orkest van Venezuela. Zelfs de muzikanten, die vaak behoren tot de middenklassen en normaal eerder afstandelijk om niet te zeggen vijandig staan ten aanzien van vakbonden, beginnen zich politiek te organiseren. Binnen de muzikantenvakbond vinden momenteel discussies plaats over arbeiderscontrole over het orkest en de verkiezing van een dirigent! Ze overwegen zelfs om muziek te gaan spelen zonder dirigent, wat natuurlijk doet denken aan de bekende debatten in het orkest van Sint-Petersburg in 1917.

Tijdens de gigantische betoging op 1 mei was het dominante thema, naast belangrijke looneisen, dat van ‘cogestion’. De slogan was ‘Sin cogestion no hay revolucion! Construyendo el socialismo bolivariano!’ (Zonder medebeheer is er geen revolutie – Laten we het Bolivariaans socialisme uitbouwen). De Bolivariaanse beweging heeft een duidelijke meerderheid onder de arbeidersklasse: vergelijk de honderdduizenden deelnemers aan de manifestatie van de linkse vakbond UNT, die openlijk de zijde kiest van het revolutionaire proces, met de vierhonderd aanwezigen op de manifestatie van de oude vakbond CTV, die steeds weer de kant kiest van het patronaat.

De georganiseerde arbeidersbeweging begint wakker te worden. De arbeiders hebben natuurlijk deelgenomen aan de dramatische gebeurtenissen van de voorbije jaren, vooral tijdens de lock-out van het patronaat eind 2002. Maar het is nu pas dat ze zich als een nationaal georganiseerde kracht beginnen te tonen, capabel en bereid om hun stempel op de revolutie te drukken. Dit zal belangrijke gevolgen met zich meebrengen voor de toekomstige ontwikkeling van de revolutie.

In mijn volgende brief wil ik het hebben over de nieuwe strategie van het Amerikaanse imperialisme en de Venezolaanse oligarchie om de revolutie te verstikken. De sabotage van de productie van het publieke oliebedrijf PDVSA staat centraal in deze strategie. Volgende zaterdag (28 mei) vindt er hier in het centrum van Caracas een grote nationale manifestatie plaats tegen deze nieuwe pogingen tot destabilisatie.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken