Op dinsdag 16 augustus organiseerde de CMRCMR (Revolutionair Marxistische Stroming, onze Venezolaanse zusterorganisatie) en de JSR (Revolutionaire Socialistische Jeugd) twee publieke bijeenkomsten in de kantoren van het stadhuis van Caracas (Alcaldía Metropolitana). Dit was het rechtstreekse gevolg van de spectaculaire en succesvolle tussenkomst van de Internationale Marxistische Stroming op het Wereld Jongeren Festival. Het was vooral de bedoelding om de contacten die op het Festival gelegd werden samen te brengen. Meer dan 120 mensen kwamen opdagen. Er was veel interesse voor de ideeën van het marxisme. Voornamelijk tijdens de tweede bijeenkomst ontstond een levendig debat.

De zaal werd hoofdzakelijk gevuld door jongeren. Zij droegen een rood hemd, het uniform van de Bolivariaanse beweging. Daarnaast waren ook oudere kameraden, veteranen van de arbeidersbeweging, vakbondsmilitanten en communisten present. Bijvoorbeeld Jorge Paredes, de leider van het bezette fabriek CNVCNV (nu onteigend) en Simón Pestana, een bekende Venezolaanse tv-acteur kon je er treffen.

Meeting met de revolutionaire jeugd

De eerste bijeenkomst was getiteld: “Alan Woods komt samen met marxistische jongeren”. De aangekondigde spreker, Alan Woods, is de hoofdredacteur van www.marxist.comwww.marxist.com. Hij werd voorafgegaan door een aantal internationale afgevaardigden naar het Festival, die korte speeches gaven. Ze wezen allemaal op de noodzaak van wereldwijd socialisme, een marxistisch programma en een marxistische leiding. Onder de sprekers bevond zich Juanjo López, de algemeen secretaris van de Spaanse Studentenvakbond. Hij haalde aan dat de strijd tegen de bureaucratie in Venezuela reeds werd geanticipeerd door de vier beroemde voorwaarden van Lenin:

a) Vrije en democratische verkiezingen van alle functionarissen/ het recht op herroeping.
b) Een functionaris mag nooit een loon ontvangen hoger dan dat van een geschoolde arbeider.
c) Geen staand leger of politiemacht, wel het gewapende volk.
d) Op termijn moeten alle administratieve taken van de samenleving en de staat uitgevoerd worden door iedereen, dit via een doorschuifsysteem.

Alan Woods startte zijn toespraak door te stellen dat oorlog en terrorisme slechts de symptomen van een organische crisis van het kapitalisme op wereldschaal zijn. Latijns-Amerika bevindt zich nu in het centrum van de wereldrevolutie. Het Venezolaanse volk heeft de eer om in de frontlinie te staan. Woods bekritiseerde zogenaamde ‘marxisten’ die pessimisme en twijfel zaaien. Ze verzinnen allerlei ‘slimme’ argumenten om de massa ervan te overtuigen dat de socialistische revolutie een hopeloze zaak is.

“Wat zouden ze tegen Simon Bolivar hebben gezegd toen die zijn revolutionair gevecht voor de onafhankelijkheid van Latijns-Amerika begon? Ze zouden hebben gezegd: nee het is hopeloos, Spanje is veel te sterk. We moeten voorzichtig zijn. Enzovoort. En waar zouden we staan als Bolivar naar die mensen had geluisterd? We zouden nog steeds onder het juk van de koloniale slavernij leven.” Tijdens deze discussie vroeg iemand: “Hoe kunnen we over de proletarische revolutie in Venezuela spreken, wanneer de arbeidersklasse een minderheid vormt?” Alan gaf hierop antwoord en herinnerde de toehoorders aan de echte situatie in Rusland voor 1917.

“Mensen vergeten dat tsaristisch Rusland een extreem achtergesteld land was, veel meer nog dan Pakistan vandaag. Op een bevolking van 150 miljoen mensen, had je maar ongeveer 4 miljoen industriearbeiders. Als je de mijnwerkers en transportarbeiders meetelt had je 10 miljoen arbeiders. De werkende klasse vormde dus een kleine minderheid. Dit hield Lenin en Trotski echter niet tegen om die minderheid aan de macht te brengen. De Bolsjewieken grepen de macht in Rusland. Daarna riepen ze de arbeiders van Europa op om hen te steunen.”

“Er waren heel wat mensen in Rusland die Lenin het advies gaven dat we nu ook vaak in Venezuela horen: we moeten de macht niet grijpen, we zijn te zwak, we zullen verpletterd worden enzovoort. De Bolsjewistische Partij daarentegen had een internationalistische visie. Ze baseerde zichzelf op het perspectief van een internationale revolutie, vooral in Europa.”

“De sceptici zullen stellen dat het om een utopie ging, maar ze hebben ongelijk. Er was een revolutie in 1918 in Duitsland. De arbeiders kwamen in opstand en organiseerden een algemene staking. Er was muiterij in het leger. De Duitse vloot kwam Kiel en Hamburg binnengevaren terwijl ze de rode vlag zwaaide. Jammer genoeg werd de Duitse revolutie verraden door de leiders van de sociaal-democratie. De Russische revolutie werd daardoor geïsoleerd in de achtergestelde omstandigheden van Rusland.”

Alan citeerde Marx, zoals president Chavez het in zijn speech zondag had gedaan: “Socialisme of Barbarij”. De kwestie van een socialistische revolutie staat weer vooraan op de agenda. De tijd van pessimisme, scepticisme en defaitisme is voorbij. Hij moedigde de aanwezigen aan om lid te worden van de Revolutionair Marxistische Stroming en van de Revolutionair Marxistische Jeugd. Hij riep ook op om de strijd voor de socialistische revolutie te intensifiëren in Venezuela en in heel Latijns-Amerika.

Debat met de reformisten

De tweede dag waren er twee andere sprekers naast Alan Woods. Een ervan is lid van het kabinet van Juan Barreto, de burgemeester van hoofdstad Caracas. De andere is adviseur van het Departement van Cultuur. Het onderwerp die dag was ‘De Bolivariaanse Revolutie en het Socialisme’. Het werd een levendig en soms verhit debat. Alan Woods verdedigde het revolutionair socialisme. De andere twee sprekers namen het op voor het reformisme.

De argumenten van de reformisten kwamen hier op neer: Venezuela is niet klaar voor het socialisme, de massa begrijpt het socialisme niet en heeft een laag bewustzijn. Bovendien is de internationale context absoluut ongunstig. Uit dit alles besloten ze dat we tráág te werk moeten gaan. De eerste spreker beweerde dat we de middelen niet hebben om het volledige gamma aan landhervormingen door te voeren. De tweede spreker beschreef zichzelf als een ex-guerrillastrijder en voormalig marxist-leninist (onvoorstelbaar, de meest vastberaden reformisten blijken altijd voormalige guerrillastrijders en marxist-leninisten!). Hij protesteerde hevig tegen wat hij beschreef als ‘linkse retoriek’. Misschien omdat dit hem een schuldgevoel gaf? Hij hoorde immers de ideeën die hij ooit zelf verdedigde, tegen zichzelf gekeerd worden.

In een heel vernietigende kritiek op het reformisme citeerde kameraad Alan de woorden van Fidel Castro. In de inleiding op de Boliviaanse Dagboeken van Che Guevara stelde die: “Er zullen altijd excuses verzonnen worden, ongeacht de omstandigheden, om niet te vechten – op die manier kunnen we nooit in vrijheid leven.”

Alan vervolgde door te stellen dat we in een oorlog verwikkeld zijn. Hij doelde op de oorlog tussen de klassen. In die oorlog is geen compromis of langdurende overeenkomst mogelijk. In de loop van de geschiedenis moest een groot en moedig leger het vaak afleggen tegenover een kleine groep bekwame officieren. Het is absoluut noodzakelijk dat de revolutionaire beweging van Venezuela een correct en eenduidig programma vooropstelt. Dit programma moet gebaseerd zijn op de wetenschappelijke principes van het marxisme.

“Wat is het socialisme van de 21ste eeuw eigenlijk?”, vroeg Alan zich af. “Niemand kan het me vertellen. Maar het wordt door sommigen aangehaald om de idee dat de Bolivariaanse revolutie een socialistische revolutie moet zijn te verzwakken. Dit idee werd aangehaald door Chavez. Zoals zoveel andere ideeën die de president aankaartte, wordt ook dit misbruikt door de Bolivariaanse bureaucratie.”

“Er zijn zij die zeggen: we moeten een heel nieuw socialisme ontwerpen. Een socialisme dat nooit eerder gezien werd. Maar zoals de Bijbel zegt: er is niets nieuw onder de zon. Het heeft absoluut geen zin iets nieuw uit te vinden alleen maar omwille van het uitvinden zelf. Het wiel is oud, ouder dan het marxisme. Ik hoor nochtans niemand zeggen: waarom vinden we geen nieuw wiel uit, het wiel van de 21ste eeuw!? Waarom geen vierkant wiel? Of beter: een rechthoekig!”(gelach in de zaal)

Alan stak de draak met de poging van de reformisten om zichzelf als ‘realisten’ voor te stellen en de marxisten als utopisten. “Wat is dit voor realisme? Dit is het realisme van een man die een tijger ervan probeert te overtuigen sla te eten in plaats van vlees. Natuurlijk slaagt die man daar niet in. Hij eindigt in de buik van de tijger.”

“We zagen al waar dit ‘realisme’ ons brengt in Venezuela. Na de poging tot staatsgreep in 2002 probeerde president Chavez tot een overeenstemming te komen met de oligarchie. Hij wilde met hen onderhandelen en een compromis bereiken. Wat was het resultaat? Een tweede poging om de regering omver te werpen, deze keer via een lockout van de bazen. In beide gevallen was het de rechtstreekse interventie van de massa die de revolutie redde. Net als bij het referendum trouwens.”

“Is er iemand in de zaal die gelooft dat de doelen van de Bolivariaanse revolutie bereikt kunnen worden wanneer de macht van de oligarchie intact blijft? Laat hen hun handen opsteken.” Niemand stak zijn hand op. De reformistische ex-guerrillastrijder schudde zijn schouders om aan te geven “we zijn allemaal akkoord”. Alan keerde zich naar de man toe en zei: “Wel, als je a zegt moet je ook b, c en d zeggen. Het is niet voldoende om voor het socialisme te stemmen. Je moet concrete stappen nemen om het te realiseren. De oligarchie moet onteigend worden. Het land, de banken en de grote industrieën moeten genationaliseerd worden en onder arbeiderscontrole en -management gebracht.”

Er ontstond een erg levendig debat. Mensen schoven aan om te spreken. Elke spreker had kritiek op de reformisten en verdedigde de standpunten die door Alan Woods gepresenteerd waren. Sommige sprekers waren boos. Een arbeider ageerde fel tegen wat hij noemde ‘de dictatuur van de bureaucraten’. Hij zei dat de leiders dringend naar de stem van het volk moeten beginnen luisteren.

De slotspeeches van de reformisten waren nog triester dan hun oorspronkelijke poging. De spreker van het Departement van Cultuur had zijn zin in het debat duidelijk verloren. Hij somde futloos en routineus een aantal punten op om aan te tonen dat het onmogelijk is om een geplande economie te hebben in Venezuela. De man had duidelijk spijt van zijn komst.

De ex-guerrillastrijder had echter zijn vechtlust nog niet verloren. Hij stak een heftige tirade af. Hij verweet zijn critici onder andere dat ze niets geleerd hadden van de ineenstorting van de Sovjetunie. Hij stelde dat er geen partij was om een éénpartijstaat te creëren (waarover echt niemand iets gezegd had). Daarna wijdde hij breed uit over de onwetendheid van de massa. Een belangrijke taak als het leiden van de samenleving, kon volgens hem niet aan het volk toevertrouwd worden. Tijd hadden ze nodig – heel veel tijd – om hun reformistische strategie te kunnen uitvoeren (waarop een kameraad vroeg of ze het niet eerder moesten hebben over het socialisme van de 23ste eeuw!). De ex-guerrillero ondernam dan nog een misplaatste poging om het volk wat geschiedenis bij te brengen: “Dit soort dingen kan je niet op een nacht verwezenlijken. Is de Commune van Parijs in één nacht ontstaan? Zijn de sovjets opgericht in één nacht?”

Alan sloot het debat af. Hij zei dat het goed was dat er verschillende meningen gehoord waren vandaag. Hij had met veel interesse en aandacht geluisterd naar de twee andere hoofdsprekers. Jammer genoeg hadden ze hem niet kunnen duidelijk maken wat nu dat ‘socialisme van de 21ste eeuw’ precies is. Toen begon hij de argumenten van de reformisten één voor één onderuit te halen.

“Laat me één ding duidelijk stellen. De sprekers suggereren dat we een terugkeer willen naar het misvormde model dat in stalinistisch Rusland bestond. Niemand heeft dat voorgesteld. Wat instortte in de USSR was geen socialisme. Zoals onze Russische kameraad zei, was het een bureaucratische, totalitaire karikatuur van het socialisme. Er heeft hier ook niemand de éénpartijstaat verdedigd. Dat heeft immers niets van doen met de ideeën van Marx en Lenin.”

“Socialisme kan alleen maar democratisch zijn. Echte democratie is echter onmogelijk binnen het kapitalisme. In Groot-Brittannië en de VS bestaat een formele burgerlijke democratie. Iedereen mag (bijna) alles zéggen wat hij wil. Zolang de grote banken en bedrijven maar kunnen beslissen wat er echt gebeurt! Wij willen een echte arbeidersdemocratie. De samenleving moet gestuurd worden door de meerderheid van arbeiders en niet door een kleine minderheid van rijke parasieten.”

“Wil dat zeggen dat we een totalitaire staat willen waarin slechts één partij mag bestaan? Helemaal niet. Ik denk niet dat we de voormalige eigenaars hun democratische rechten moeten ontzeggen nadat we ze onteigend hebben. We kunnen alleen niet dulden dat een select groepje rijke mensen alle televisiezenders en kranten controleert. Ze misbruiken die middelen immers om hun contrarevolutionair vergif te verspreiden en op te roepen tot een coup.”

“We zouden de media moeten nationaliseren. Daarna kunnen we groepen, partijen en organisaties over de televisie, radio en kranten laten beschikken. In hoeverre ze er gebruik van mogen maken zal dan afhangen van de steun die ze onder het volk hebben. De vakbond UNT zou dus een televisiestation en een aantal kranten hebben. Mijnheer Cisneros [vandaag de rijkste man van Venezuela, n.v.d.r.] kan beschikken over een klein gazetje dat hij kan verkopen aan de metrostations. Dat doen wij nu ook met El Militante en El Topo Obrero. Met andere woorden: de burgerij zal exact dezelfde rechten krijgen als ze ons nu geven. Wat is daar verkeerd aan?”

“Kameraad Pedro zegt dat het bewustzijn van de massa erg laag is. Daar kan ik echt niet aan uit. Waar was dit laag bewustzijn in april 2002? Het volk kwam toen op straat zonder partij, organisatie of leiding. Toch overwonnen ze de staatsgreep. Is dat een laag bewustzijn? Het was een prachtige beweging, net zoals de beweging van de arbeiders in Barcelona in 1936. Deze bewegingen wezen op een heel hoog niveau van revolutionair klassenbewustzijn.”

“Wie versloeg de lockout van de bazen? De massa. Wie versloeg de contrarevolutie bij het referendum? De massa. En toch zijn er mensen die spreken over het laag bewustzijn van de massa! In welk land leven die mensen? Niet in Venezuela blijkbaar!”

“Kameraad Pedro vraagt: is de Commune van Parijs in één nacht opgericht? Werden de sovjets in één nacht opgericht? Ik antwoord: ja. Zowel de Commune als de sovjets werden ongeveer in één nacht opgericht. Niemand vertelde de Russische arbeiders dat ze sovjets moesten oprichten. Ze waren een prachtig voorbeeld van de creativiteit en de zelforganisatie van de werkende klasse. Net als de Commune van Parijs. Kameraad Pedro schudt zijn hoofd. Hij is blijkbaar de meest elementaire feiten van de revolutionaire geschiedenis vergeten.”

“Een revolutie wordt steeds gebouwd op de zelforganisatie van de massa. De massa is de drijvende kracht achter elke revolutie, ook achter de Venezolaanse. Zouden we niet een beetje vertrouwen beginnen stellen in de massa – een beetje maar?” Alan keek vragend naar de twee reformisten, maar die staarden nu al een tijdje naar hun schoenen.

Alan ging dan maar voort: “Er is een serieus probleem met de bureaucratie. De bureaucratie kan een revolutie vernietigen. Bureaucratie is een kanker die aan de ingewanden van de revolutie knaagt en haar van binnenuit vernietigt. Gisteren vertelden de arbeiders van de bezette CNV-fabriek me een verhaal. Kameraad Jorge Paredes, hun leider, was hier gisteren trouwens ook. Nadat de arbeiders de fabriek bezet hadden, verscheen er op een dag plotseling een man. Niemand kende hem en de man stelde zichzelf voor als ‘de nieuwe Bolivariaanse fabrieksdirecteur’. De arbeiders antwoordden: “Ok, ga maar in een hoekje zitten en dan komen we je straks vertellen wat we vandaag besloten hebben.” Ik bedoel hier natuurlijk niet mee dat we geen specialisten, zoals economen nodig hebben. Ze moeten echter wel onder de controle van de werkende klasse staan. Ze moeten het volk dienen, niet commanderen.” (applaus)

Alan drong erop aan: de arbeiders moeten de leiders controleren. Hij citeerde uit het programma van de Bolsjewieken van 1919. “Een moedig revolutionair beleid was nodig. Geen weifelende halve maatregelen. De overwinning van de socialistische revolutie in Venezuela zal de basis leggen voor de socialistische revolutie in Bolivia, Ecuador, Peru en het hele continent.”

Alan besloot met de volgende woorden: “Ik onderschrijf enthousiast het grote ideaal van Simon Bolivar: Latijns-Amerika moet verenigd worden. Maar na 200 jaar moeten we onszelf afvragen: is dit wel mogelijk onder het kapitalisme? Twee eeuwen lang hebben grootgrondbezitters, bankiers en kapitalisten de visie van Bolivar verraden. Ze hebben Latijns-Amerika in stukjes opgedeeld en die toevertrouwd aan het imperialisme. We mogen met recht besluiten: we kunnen de droom van Bolivar enkel waarmaken als de werkende klasse de macht overneemt. (applaus) De Venezolaanse Revolutie moet de eerste stap zijn in onze strijd voor een Socialistische Federatie van Latijns-Amerika. Dit op haar beurt moet een eerste stap zijn op weg naar wereldsocialisme.”

Deze gedachten werden enthousiast onthaald door bijna iedereen in de zaal.

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, schoenen en tekst

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken