Venezuela blijft lijden onder hoge inflatie en schaarste van vele producten. De sabotage van het land door de oppositie blijft effect hebben. Maatregelen van de regering hebben weinig of geen invloed. Het volk wordt ongeduldig en begint te twijfelen. Hoog tijd dat er een halt toegeroepen wordt aan de destabilisatie vanwege de oppositie. Maar hoe?

Even terug in de tijd

De Venezolaanse oppositie staat niet bekend om haar respect voor de democratie. Op democratische wijze hebben ze het nooit kunnen halen van de chavisten (aanhangers van Chávez en zijn ideeën). In een periode van vijftien jaar werden alle verkiezingen gewonnen door Chávez en Maduro, met uitzondering van één referendum. In 2002 zag de oppositie de bui al hangen en ging ze, samen met ondernemers uit de privésector en vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en met buitenlandse steun van onder andere de Verenigde Staten en Spanje, over tot meer gewelddadige manieren om de progressieven van de macht te verdringen: ze kozen drastisch voor een staatsgreep. Die mislukte omdat het Venezolaanse volk President Chávez bleef steunen en de golpisten verjoeg uit het Presidentieel Paleis. Daarna koos de rechterzijde voor een patronale lock-out, waardoor het hele land gedurende enkele maanden plat kwam te liggen. Opnieuw gingen het volk en de arbeiders over tot actie en ze startten eigenhandig de fabrieken weer op. De tweede poging om het land ten onder te brengen was bij deze gefaald. Maar de oppositie kende nog wel andere ‘democratische’ strategieën: sabotage van de industrie en het elektriciteitsnet, gewelddadige straatopstanden, het kunstmatige veroorzaken van schaarste aan basisproducten, het niet erkennen van verkiezingsresultaten of het niet deelnemen aan de verkiezingen. Wat er nu aan de hand is in Venezuela is dus niet nieuw: het is al jaren aan de gang in meer of mindere mate. Maar Venezuela bleef overeind dankzij de acties van het volk en de gepaste maatregelen van Chávez, die een zeer hechte band had met het volk, naar de grieven luisterde en voor oplossingen zorgde. Venezuela bleef zeer grote vooruitgang boeken op vele vlakken: gratis onderwijs en medische zorgen, vermindering van ongelijkheid, de bouw van waardige woningen voor iedereen… Internationale organisaties zoals de Verenigde Naties bevestigden de cijfers. Ook de economie bleef overeind en maakte zelfs vooruitgang terwijl heel de wereld in een diepe crisis zat.

Toen Chávez eind 2012 meedeelde dat hij opnieuw ernstig ziek was en een zware operatie zou moeten ondergaan, was het voor de oppositie het moment om de destabilisatiestrategie nieuw leven in te blazen. Ze hadden ook gehoord dat Chávez de opvolger van zijn keuze genoemd had, Nicolás Maduro, en trokken daar hun conclusies uit. Het was niet toevallig dat tijdens het verblijf van Chávez op Cuba voor zijn behandeling er plots weer veel meer elektriciteitspannes waren. Er werden trouwens bewijzen van sabotage gevonden. Ook het illegaal opslaan of achterhouden van basisproducten en voedingsmiddelen werd intenser toegepast en er kwam meer schaarste.

In maart 2013 sterft Hugo Chávez. Het land en de progressieven over ter wereld zijn in diepe rouw. De wet schrijft voor dat er binnen de maand nieuwe presidentsverkiezingen gehouden moeten worden. Maduro wint de verkiezingen, maar zeer nipt. De afwezigheid van Chávez laat zich voelen en ook de destabilisatie van de oppositie had wel degelijk effect. De oppositie maakt misbruik van het kleine verschil, beweert dat er fraude gepleegd is en weigert de resultaten te erkennen, terwijl de rest van de wereld, behalve de Verenigde Staten, dat wel doet. De Venezolaanse verkiezingen staan immers bekend als de meest transparante en meest correcte ter wereld (dixit Jimmy Carter). Het merkwaardige is dat men de oppositie nooit hoorde klagen over de resultaten daar waar ze hier en daar in het verleden lokale verkiezingen met een veel kleiner verschil wonnen, gebruik makend van dezelfde stemcomputers. Ondertussen passen ze de gekende destabilisatiestrategie verder en heviger toe met als gevolg dat er nog meer schaarste komt en de prijzen van vele producten de pan uit rijzen.

Maar de regering Maduro grijpt gepast in en verplicht de speculanten hun prijzen te verlagen op straffe van zware boetes en sluiting. De maatregel werkt en is zichtbaar in de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen van december 2013. De chavisten en de PSUV (Verenigde Socialistische Partij van Venezuela) behalen een klinkende overwinning. Ze hebben het vertrouwen van het volk teruggewonnen door kordaat op te treden.

De recente gewelddadige protesten

Maar de oppositie blijft niet bij de pakken zitten. Begin 2014 worden hun acties agressiever en er worden bijzonder gewelddadige straatprotesten georganiseerd. Naar de buitenwereld toe moet het lijken alsof het spontane, ‘democratische’ en terechte studentenprotesten zijn als aanklacht tegen de inflatie en schaarste. Maar niets is minder waar. De barricades worden opgesteld door een minderheid van studenten, vaak tegen betaling, en enkel in de rijkere wijken. Wat ze ‘verdedigen’ zijn de belangen van een elitaire groep. Ze worden hierin bijgestaan door huurlingen en paramilitairen, ook uit het buitenland. Er worden sluipschutters, zelfgebouwde granaatwerpers en molotovcocktails ingezet. Regeringsgebouwen en -voertuigen, openbare medische centra, universiteiten en voertuigen van het openbaar vervoer worden aangevallen en in brand gestoken. Ze vergiftigen het drinkwater. In Chacao, Caracas, moesten zelfs kinderen uit een kleuterschool geëvacueerd worden, toen die na een aanval in vlammen opging. Aan de versperringen worden dodelijke draden zo goed als onzichtbaar aangebracht waardoor motorrijders sterven. Er vallen tientallen doden. De opposanten hangen poppen die chavisten, Maduro en Cubaanse dokters voorstellen met een koord rond de nek aan viaducten. Hierbij komt ook een racistisch element naar boven: de Cubaanse dokters worden als zwarten voorgesteld.

Ondertussen is gebleken dat de protesten deel uitmaakten van een breder plan om via een gewelddadige staatsgreep de regering te doen vallen. De bewijzen hiervoor werden gevonden in e-mails van María Corina Machado, extreem rechts oppositieleidster, met VS-diplomaten, rechtse politici uit Colombia, de VS-ambassadeur in Colombia en Venezolaanse ondernemers die het land ontvlucht waren voor aanklachten wegens fraude.

Maar opnieuw reageert het volk. Arbeiders en volksbewegingen komen op straat in steun van de Revolutie, terwijl ze onder vuur genomen worden door sluipschutters. In de wijken verwijdert het volk, samen met afdelingen van het leger en politie de barricades van de opposanten. De versperringen zijn nu dan ook zo goed als verdwenen, maar de ‘oorlog’ gaat gewoon verder.

De economische oorlogsvoering en corruptie

De ondernemers blijven in samenwerking met de oppositie voor enorme economische schade zorgen. Regelmatig worden er tonnen basisproducten en voedingsmiddelen gevonden die achter gehouden worden of bestemd zijn voor smokkel naar Colombia. De meeste distributienetwerken en productie-eenheden zijn niet in handen van de staat en staan niet onder publieke controle. Dat is voor de oppositie een zeer sterk wapen. Ondernemers en handelaars blijven hun prijzen opdrijven. De boetes nemen ze er graag bij: ze passen de prijzen dan tijdelijk aan om ze nadien weer op te drijven. Via de regering kunnen ze nog steeds deviezen voor invoer verkrijgen aan gunstige voorwaarden. Met die goedkope dollars kopen ze dan producten in het buitenland, of ze doen gewoon andere dingen met de verkregen deviezen. Ze zijn bijzonder vindingrijk. De ingevoerde producten worden dan verkocht aan de prijs van de veel duurdere dollar (omgezet naar de Venezolaanse munt: Bolívares), tegen de waarde van onofficiële en illegale parallelle wisselkoers. Pure speculaties waar ze enorme winsten mee boeken. De slachtoffers zijn de Venezolaanse economie en de consumenten.

De profiteurs en de corruptie duiken overal op, ook op kleinere schaal. Zelfs marktkramers kopen grote hoeveelheden op in warenhuizen, zetten hun kraampje dan buiten op de stoep neer en verkopen de goederen aan een veelvoud van de normale prijs, terwijl de warenhuizen leeg zijn. De eigenaar van het warenhuis zal het worst wezen: hij heeft zijn producten verkocht en kan het personeel (zonder betaling) naar huis sturen. Natuurlijk zou dit allemaal niet mogelijk zijn als alle warenhuizen onder publieke controle stonden.

Ook binnen het staatsapparaat is er bijzonder veel corruptie: voor een ‘prijsje’ zorgen ambtenaren ervoor dat je sneller in aanmerking komt voor je pensioen, een lening enz. Naar schatting zou slechts ongeveer de helft van de staatsgelden voor onder andere sociale projecten, scholen, medicijnen, wijkwerking, coöperatieven, communes de bestemming bereiken. De rest verdwijnt in de zakken van contrarevolutionaire dieven. En het volk weet dat, maar is vaak bang om aanklacht in te dienen want de, vaak georganiseerde, corrupte gangsters kunnen gewelddadig zijn. Hoewel de regering er voor zorgde dat deze aanklachten anoniem kunnen gebeuren, blijft men veel te vaak lijdzaam toezien.

Ondertussen wordt het volk ongeduldig. De inflatie is zeer hoog en er is steeds meer schaarste. De wachtrijen aan de winkels worden steeds langer. Sommigen geloven de oppositiepropaganda en wijzen met de vinger naar de regering. Deels is dat terecht. Het is niet zo dat de regering rechtsreeks verantwoordelijk is voor de situatie, maar tot op heden heeft ze de economische problemen niet kunnen oplossen. Sommige Venezolanen zeggen dat ze ex-chavist zijn. Zij die dat beweren maken een grote fout. Het is hun taak de regering Maduro te blijven steunen, maar vooral niet kritiekloos, en zich actief te blijven inzetten voor de Revolutie. Ze moeten beseffen dat de oppositie de tijd met vele jaren zal terugdraaien, mocht ze ooit terug aan de macht komen.

Halfzachte maatregelen

De regering tracht wel op te treden, maar doet dat niet kordaat genoeg.

Zo koos men voor dialoog met de oppositie om ‘de vrede’ in het land te bewaren. Nu is er natuurlijk niets mis met dialoog, maar die mag niet dienen om toegevingen te doen aan een reactionaire oppositie, integendeel: er moet hen gewezen worden op de wettelijke verplichtingen die ze hebben ten opzichte van het land. Ze moeten aangemaand worden om enkel via een democratische weg oppositie te voeren. Zo gingen dus afgevaardigden van de regering, van de verenigde oppositiepartij MUD, van de gemeenschapsraden, van werkgeversorganisatie Fedecamaras, van het grootste voedingsbedrijf POLAR en zelfs van de Katholieke Kerk aan tafel zitten. Natuurlijk kon dit niet lukken: de MUD verwerpt de democratische weg. Fedecamaras en Polar, samen met de vazallen van Rome waren actief betrokken bij de staatsgreep tegen Chávez in 2002 en zijn ondertussen niet van strategie veranderd. Een van de eisen van de MUD was dan ook dat amnestie verleend zou worden aan de gewelddadige moordenaars die opgepakt werden tijdens de protesten. De regering weigerde dit, de MUD stapte op en de dialoog liep dan ook vrij snel met een sisser af. Nog tijdens de dialoog schuimde extreemrechts leidster María Corina Machado trouwens de wereld af om op te roepen tot een internationale interventie tegen Venezuela. Ze was ook in Brussel. De les die men hier uit moet trekken is dat dialoog met contrarevolutionairen die de illegale, ondemocratische en gewelddadige weg bewandelen, gewoonweg niet werkt.

Men probeert de inflatie op de te lossen door loonsverhogingen, en past die regelmatig toe, en dat is een goed zaak op korte termijn. Maar het is geen structurele oplossing, de oorzaak van de inflatie wordt niet aangepakt. De belangrijkste reden voor deze inflatie is dat de enorme geldhoeveelheid die de overheid in de economie pompt niet wordt gevolgd door een evenredige effectieve groei van de productie. Kapitalisten investeren nauwelijks of niet meer in de uitbouw van de productie of verminderden deze drastisch sinds het begin van de Revolutie.

Bedrijven die de prijzenwet overtreden of illegaal goederen stockeren worden bezet door het personeel en de arbeiders, met behulp van de ordediensten. Maar na aanpassingen vanwege de eigenaars, wordt de bezetting opgeheven en krijgen ze weer de vrije teugels. Men kan er gif op innemen dat ze nadien gewoon opnieuw doorgaan met hun illegale praktijken. Bedrijven die de wet overtreden moeten bezet worden en bezet blijven.

Dan probeert men via een ingewikkeld systeem (Sicad) de privébedrijven te voorzien van deviezen aan gunstige voorwaarden om goederen te importeren, om zo de schaarste op te lossen. Men vergeet daarbij dat het overgrote deel van de privésector mee in het complot tegen de regering zit en de schaarste helemaal niet wil oplossen. Ze zullen er alles aan doen om via ingewikkelde systemen de verkregen dollars in te zetten voor speculatie en winstbejag. Ondertussen wordt op deze manier de staatskas leeggezogen: het geld dat het volk ten goede zou moeten komen verdwijnt in de zakken van de elite. De staat moet de invoer en uitvoer van producten in eigen handen nemen. Dat is de enige manier om er controle op uit te oefenen en om de hoognodige goederen in de rekken te krijgen.

Er is ook nog de straffeloosheid. Er werden wel heel wat arrestaties verricht tegen gewelddadige opposanten, ook tegen mensen uit de eigen ordediensten die hun boekje te buiten gingen. Ze zullen voor de rechter moeten verschijnen en dat is een goede zaak. Maar vele andere criminelen, zoals Machado, waarvan bewezen is dat ze opriep tot geweld en plannen heeft voor een staatsgreep, kunnen gewoon vrij rond blijven lopen. De arrestatie van Machado zou voor bijzonder veel misplaatste verontwaardiging zorgen in de reactionaire pers wereldwijd, maar dat mag geen reden zijn om zwakte te tonen.

Wat ook de wenkbrauwen doet fronsen is dat in deelstaat Barinas enkele weken geleden vele hectares landbouwgrond teruggegeven werden aan een privébedrijf in de agro-industrie. Dit land werd al twaalf jaar bewerkt door plaatselijke boeren, die daarvoor de toestemming gekregen hadden van Hugo Chávez. De boeren kwamen dan ook manifesteren in Caracas. Want als Chávez het volk iets geleerd heeft, dan is het wel het opkomen voor hun rechten wanneer die in gevaar komen.

Verontrustend is ook het feit dat consequent socialistische personen uit verschillende regeringsorganen verwijderd werden. Zo werd Eduardo Samán uit zijn functie ontheven. Samán had met succes INDEPABIS geleid, het instituut dat de consumentenrechten verdedigde en achtergehouden goederen en overtreders tegen de prijzenwet opspoorde. Ook economisch ‘architect’ Jorge Giordani werd onlangs uit de regering gezet. Giordani beroept zich op het marxisme en wil meer socialisme maar tegelijkertijd is hij ook voorstander van een ‘gemengde’ economie, waarin de overheid het kapitalisme kan sturen zonder de grote hefbomen van de economie te nationaliseren. Dit is echter niet mogelijk zoals de aanhoudende economische sabotage aantoont. Merill Lynch van de Bank Of America vindt naar aanleiding van dit gebeuren dat "de afbouw van de marxistische vleugel in de Venezolaanse regering en economie een goede zaak is". Als Lynch dit zegt, is dat een voldoende reden om ons zorgen te maken. Giordani was vanaf het begin een van de trouwe medewerkers van Hugo Chávez en medegrondlegger van de Revolutie. Ook nu nog na zijn ontslag krijgt hij steun van ministers, parlementsleden en PSUV-partijleden. Er is binnen linkse kringen ook een hele discussie ontstaan rond zijn ontslag. President Maduro reageerde eerst nogal bitsig op het feit en beweerde dat “Hij de zoon van Chávez was en dat enkel hij zou beslissen over de economische politiek”, wat natuurlijk volledig in tegenstelling is met de ideeën van Chávez, die zichzelf wegcijferde en de macht bij het volk legde. Nadien zette Maduro zijn uitschuiver recht door te stellen dat “voorstellen welkom zijn, dat hij bereid is zijn beleid aan te passen, dat kritiek moet kunnen en dat ook hij aan zelfkritiek wil doen en de verantwoordelijk op zal nemen voor eventuele onvolkomenheden of mislukkingen.” Deze uitspraak moet natuurlijk toegejuicht worden.

Of deze incidenten op een koerswijziging duiden, zal in de komende periode duidelijk worden. Ondertussen blijven het verontrustende gebeurtenissen.

Tegenstellingen binnen de PSUV en de te volgen weg

Waarom twijfelt de regering en treedt ze niet kordater op? Er zijn drie strekkingen binnen de PSUV die onderling bekvechten over de te volgen strategie[i]:

De reformisten: zij willen de petroleumdollars gebruiken om de massa’s te sussen en de huidige structuren in stand te houden (met de nog steeds grote macht van de privébedrijven) zonder de revolutie verder uit te bouwen. Het zijn de sociaaldemocraten, de ‘bolibourgeoisie’, de geïnfiltreerden van de oppositie (de vijfde kolonne).

De stalinisten die denken dat de staat alles kan oplossen. Het zijn bureaucraten, vaak leden van de bourgeoisie en ze beschermen hun eigen macht. Zij willen echter niet verder gaan met het proces van de nodige nationalisaties en hebben schrik van arbeiderscontrole van genationaliseerde bedrijven zoals duivels van wijwater.

De proletarische chavisten: het hart van de Revolutie. Zij moeten hun macht van onderuit opbouwen, onafhankelijk van de staat. Hiertoe behoren onder andere de revolutionaire boerenbewegingen die de tendens Corriente Revolucionaria Bolívar y Zamora hebben opgericht en natuurlijk ook Lucha de Clases, de sectie van de International Marxist Tendency in Venezuela.

Maduro balanceert tussen deze tendensen maar helt nu over naar zij die economische toegevingen willen doen aan de eisen van de ondernemers. Chávez daarentegen behoorde duidelijk tot de laatste strekking. Socialisme betekende voor hem: de macht aan het volk. De Revolutie zal pas verder uitgebouwd kunnen worden wanneer de invloed van de reformisten en de stalinisten tot een minimum herleid is. Pas dan zal het kapitalisme volledig vervangen kunnen worden door het socialisme, zoals Chávez het nog beschreef in het beleidsprogramma voor 2013-2019. De belangrijkste sectoren van de industrie, voedselproductie en distributie moeten in overheidshanden en onder democratische arbeiderscontrole komen. Bedrijven die de wet overtreden moeten kordaat onteigend worden. De industrie en landbouw moeten gediversifieerd worden en de nationale productie moet opgevoerd worden. De in- en uitvoer mag niet in handen zijn van privébedrijven. De olie-inkomsten moeten gebruikt worden voor investeringen in de genationaliseerde industrie en voor verdere uitbouw van de sociale projecten, en mogen niet in handen komen van ondernemers die er mee speculeren.

Chávez had het voordeel dat hij een “chemische” band had met het volk. Hij was een met het volk, de Venezolanen hadden blind vertrouwen in hem. Hij reisde het hele land af en bezocht fabrieken en gemeenschappen. Daarbij gaf hij direct gehoor aan de problemen van de bevolking en bood de mogelijkheden om deze op te lossen. De manier waarop liet hij vaak aan de plaatselijke gemeenschappen en arbeiders over. Hij geloofde sterk in zelfbestuur en arbeiderscontrole. Ook Maduro doet zijn best, ook hij reist het land af en startte het project ‘gobierno de la calle’ (de regering van in de straat), maar door de tegenstellingen binnen de eigen partij twijfelt hij vaker en treedt hij minder kordaat op dan Chávez. De band die Chávez met het volk had was uniek en kan door niemand geëvenaard worden. Toch zal ook Maduro op meer vertrouwen kunnen gaan rekenen door een meer rechtlijnig socialistisch project te volgen en door hard op treden tegen de kapitalisten, de bureaucraten en de saboteurs.

Eind juli zal het Nationaal Partijcongres van de PSUV plaatsvinden. Er werden al duizenden lokale debatten ter voorbereiding opgestart waarin men duidelijk een oproep voor meer socialisme hoort. Laat ons hopen dat de proletarische chavisten, de grassroots-bewegingen de bovenhand halen en de reformisten en de bureaucraten in de vergeethoek kunnen duwen. Dit zal niet van een leien dakje lopen, wetende dat de helft van de afgevaardigden is samengesteld uit gouverneurs, burgemeesters en parlementairen. Zo hoopt de bureaucratie haar greep te behouden op de beslissingen van het congres. Als de tegenstellingen aanhouden is de kans niet ondenkbaar dat de PSUV zich opsplitst in verschillende partijen met ieder zijn eigen kandidaten, en dat zou een ramp zijn. Het moet gezegd worden dat binnen de MUD ook steeds gekibbeld wordt over de te volgen strategie, en dat de eenheid daar al ernstige klappen kreeg.

Tot nu toe blijft Venezuela, ondanks de economische oorlog, de schaarste en de inflatie, op vele vlakken nog vooruitgang boeken. De werkloosheid en de armoede blijven dalen, de economie stijgt zelfs lichtjes en de sociale verworvenheden zijn nog niet in verval. Maar dat zal onherroepelijk gebeuren als de oppositie haar plan verder kan zetten. De Revolutie trappelt ter plaatse en kent geen vooruitgang, en zolang dit zo is kan de oppositie haar krachten versterken. Ook het geduld van de Venezolanen raakt stilaan op, velen beginnen te twijfelen en verliezen het vertrouwen in de regering. In 2015 zal de oppositie kunnen oproepen tot een referendum om President Maduro af te kunnen zetten. Het vertrouwen in de regering moet daartegen volledig hersteld zijn. Anders bestaat het risico dat zij die ontgoocheld zijn niet zullen gaan stemmen, of in het slechtste geval stemmen voor de afzetting van Maduro. En dat zou desastreus zijn: de kans is dan groot dat de oppositie terug aan de macht komt, en die zullen terug willen naar de tijd dat de elite en de ondernemers profiteerden van de olie-inkomsten terwijl de meerderheid van het volk in armoede leefde en geen inspraak had. De sociale verworvenheden zullen zeer snel afgebouwd worden. Natuurlijk zal het Venezolaanse volk daartegen protesteren, ze zullen dat nooit toestaan. Chávez leerde hen voor hun rechten op te komen en ze zullen dat doen. De repressie vanwege de oppositie zal verpletterend zijn en er zal bloed in de straten vloeien. Zelfs een burgeroorlog is dan niet uit te sluiten, want de kans is groot dat de volksmilities en de Bolivariaanse Revolutionaire organisaties de wapens opnemen, wat dan voor de oppositie weer een ‘reden’ zal zijn om buitenlandse interventie te ‘rechtvaardigen’. Beter voorkomen dan genezen!

Meer socialisme nu!

Leve Chávez, leve Maduro, leve de Bolivariaanse Revolutie!

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken