Het is moeilijk te geloven dat er al vier jaar voorbij zijn gegaan sinds de laatste verkiezing van Barack Obama. De straten waren gevuld met claxonnerende auto’s, wapperende vlaggen en uitroepen van opwinding. Tranen van onbeteugelde vreugde en opluchting rolden over de wangen van velen. Na acht lange jaren van Bush was de verandering er eindelijk gekomen! Of toch niet? De maanden – en de crisis – kropen traag voorbij, en het werd steeds duidelijker dat het presidentschap van Obama in feite meer leek op Bush 2.0 dan op een nieuw tijdperk van vrede en welzijn.

Tegen dat onze volgende uitgave van de persen rolt, zullen miljoenen Amerikanen hun stem uitgebracht hebben en beslist hebben of Obama aan een nieuwe termijn zal beginnen, of vervangen zal worden door Mitt Romney. Miljoenen zullen ook thuis blijven; vervreemd, rechteloos en verontwaardigd door de farce van het grote geld dat de Amerikaanse democratie is, bij het begin van de 21e eeuw.

De ‘school van de Democraten’ is een pijnlijke school. Materieel gaat het nu veel slechter dan ten tijde van G.W. Bush. Het oude gezegde dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer is geen holle propaganda, maar een koud en hard feit. Het gemiddelde gezin in de V.S. is nu 4,8 procent armer dan bij het begin van het ‘herstel’ in 2009. Volgens de Financial Times: “Het gemiddeld inkomen is nu gedaald tot het niveau van het pre-internettijdperk van 1993. Alle winst van de Clinton-jaren is verloren gegaan. Het verval in de laatste drie jaar komt na een daling van 3,2 procent tijdens de recessie en na een inkrimping tijdens de jaren 2000-2007.”

Dit wil niet enkel zeggen dat de zaken er niet op vooruitgegaan zijn gedurende de ‘boom’, maar er is zelfs een achteruitgang. En het wordt er niet beter op. En voor diegenen met een lager inkomen is het nog erger.

Volgens het V.S. Census Bureau zagen de 1,2 miljoen gezinnen die deel uitmaken van de rijkste 1 procent vorig jaar hun inkomen stijgen met 5,5 procent, terwijl het inkomen van 96 miljoen huishoudens van de onderste 80 procent daalde met 1,7 procent. Emmanuel Saez, een economist aan de Universiteit van California in Berkeley die de inkomensdata bestudeerde, stelde vast dat de 1 procent instaat voor 93 procent van de totale inkomstenstijging. De consumptie, die verantwoordelijk is voor twee derde van de economische activiteit, sprong in augustus naar haar hoogste niveau in vier jaar tijd. Desondanks is ze nog steeds 20 procent lager dan in 2008, en de meeste uitgaven kwamen van de hogere inkomens.

Nadat Obama in 2008 verkozen werd, vroeg men aan het volk wat zijn overwinning betekende. “Banen!” was het enthousiaste antwoord van een van de geïnterviewden. En toch is de officiële werkloosheid gedurende de eerste termijn van de Obama twee keer zo hoog als ten tijde van Bush.

Het is een lange, neerwaartse spiraal geweest voor de meerderheid van de Amerikaanse bevolking. Van 1979 tot 2007 verschoof 1,1 biljoen dollar aan jaarlijks inkomen naar de bovenste 1 procent, meer dan het totale inkomen van de laagste 40 procent. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de economie de grootste bezorgdheid is van de Amerikanen, zelfs na drie jaar van zogenaamd ‘herstel’.

Dit is de naakte realiteit in het rijkste land van de wereld: democratie en welvaart voor de rijken terwijl de rest moet vechten om de eindjes aan elkaar te knopen en er geen politiek alternatief aangeboden wordt.

“Kruis: ik win, munt: jij verliest”, vat de presidentiële verkiezingen van 2012 goed samen. Wie er ook in januari 2013 in de Oval Office zal zitten, men kan op voorhand voorspellen wie de echte winnaars en verliezers zullen zijn: Wall Street zal winnen en de arbeidersklasse zal verliezen.

Voor sommigen mag dit te cynisch klinken. “Natuurlijk is er een verschil tussen Obama en Romney! Liever het mindere kwaad dan het grotere!” Maar wanneer marxisten uitleggen dat er geen fundamenteel verschil is tussen de Democraten en de Republikeinen bedoelen we dit: ondanks cosmetische of stijlverschillen, verdedigen beide partijen het kapitalistisch systeem.

Kapitalisme is een systeem gebaseerd op privébezit van de productiemiddelen. Doordat ze eigenaar zijn van de sleutelsectoren van de economie, buiten de kapitalisten de werkkracht van de arbeiders uit. Dezen bezitten niets van echte waarde, behalve hun werkkracht – ze kunnen niet leven van aandelen, obligaties, spaargeld, huuropbrengsten, erfenissen enzovoort – de arbeiders moeten hun werkkracht verkopen aan de kapitalisten om een loon te krijgen. Terwijl ze werken creëren ze meer waarde voor de kapitalisten dan wat ze terugkrijgen via lonen – en hier komt de winst vandaan. Arbeiders gaan met deze afspraak akkoord, niet omdat ze zo genereus zijn, maar omdat ze anders zichzelf en hun familie geen eten, onderdak en kleding kunnen verschaffen. Dit is de realiteit van de kapitalistische uitbuiting.

Tijdens de slavernij waren er ongetwijfeld ook ‘goede’ slavenhouders die hun slaven niet sloegen en verkrachtten, maar enkel hun arbeidskracht uitbuitten. Vergeleken met de sadistische slavenhouders zou dit kunnen worden beschouwd als het mindere kwaad. Maar het was niettemin slavernij. Het kapitalisme heeft meer dan twee eeuwen de tijd gehad om zijn problemen op te lossen. Maar dat is onmogelijk, omdat ze in het systeem ingebouwd zijn. Het is de hoogste tijd dat de mensheid overstapt naar de volgende fase in de sociale ontwikkeling: socialisme.

Wij socialisten strijden voor een ander soort samenleving; een maatschappij waarin de arbeidersklasse op een democratische manier de politiek en de economie organiseert in het belang van de meerderheid. De Democraten en de Republikeinen bepalen en leggen wetten op die de rijken ten goede komen. Om wetten te bepalen die gunstig zijn voor de arbeiders hebben we een politieke partij van de massa’s nodig die de arbeiders vertegenwoordigt en verdedigt, en die de macht van de staat in handen kan nemen. Daarom steunde het Internationaal Arbeidersverbond nooit een kapitalistische partij of politicus, en zal het die ook nooit steunen. Daarom strijden wij voor een arbeiderspartij die gebaseerd is op de vakbonden, een partij van, door en voor de arbeidersklasse. En daarom zeggen wij dat een dergelijke partij moet breken met het kapitalisme en strijden voor socialisme.

Helaas bestaat dit alternatief in 2012 nog niet vanwege de rol van de huidige vakbondsleiders. Dit betekent dat de arbeiders deze verkiezingen geen echte keuze hebben. Onvermijdelijk betekent dit dat een of andere ‘big business’-partij de lakens zal blijven uitdelen. Maar dit zal niet blijven duren. De toestand kan, moet en zal veranderen. Het volk leert bij en denkt na.

De illusies in de boodschap van ‘hoop en verandering’ van Obama zijn meedogenloos verbrijzeld door de werkelijkheid van zijn regering. En toch zijn de Amerikanen optimistische, pragmatische mensen, die altijd het gevoel hebben dat er beterschap op komst is. Zoals een politiek analist het verwoordde: “Als je in een lauw bad zit, lijkt het vooruitzicht op een druppel warm water op een verbetering!” Maar er is geen warm water onderweg. De kapitalistische crisis brengt de volledige planeet uit evenwicht. Europa neemt de eerste plaats in, maar elk land zal in de turbulentie getrokken worden: ook Duitsland, China en de V.S.

De reële kans om de woorden “Mitt Romney, President van de Verenigde Staten” te moeten aanhoren jaagt vele miljoenen vakbondsmensen terecht schrik aan. Daarom zullen ze op 6 november de neus dichtknijpen en voor Obama stemmen. En toch behoort de verkiezing van Romney duidelijk tot de mogelijkheden. Dit is zo vanwege de intrinsieke aard van de Democraten en omdat de vakbondsleiding geen echt alternatief biedt. Als je de tactiek van het mindere kwaad toepast op politiek, en niet breekt met de twee ‘big business’-partijen, zal het grotere kwaad uiteindelijk overwinnen – en het zal nog rechtser zijn dan de vorige keer. Deze strategie leidt tot verlies!

Zoals we eerder al uitlegden, zal een overwinning van Romney een totale oorlog tegen de arbeiders en hun vakbonden betekenen. De kapitalistische messen zullen getrokken worden, en strenge bezuinigingen zullen in een versneld tempo doorgevoerd worden. Vele activisten zullen tijdelijk gedemoraliseerd en in shock zijn. Maar in dit scenario zullen de arbeiders geen andere keuze hebben dan terug te vechten. De vakbondsleiding zal uiteindelijk haar leden moeten mobiliseren om de aanval af te slaan. Massabetogingen, demonstraties, marsen op Washington en een groeiende golf van stakingen en studentenmobilisaties zullen tot de orde van de dag behoren. Het zou een moeilijke periode worden, maar er zouden vele gelegenheden voor de marxisten zijn om onze ideeën uit te leggen aan de geradicaliseerde arbeiders en jeugd.

En wat zou een overwinning van Obama betekenen? Obama belooft 1 miljoen banen in de industrie te creëren, maar legt niet uit hoe hij dat wil doen. Zelfs als hij daarin slaagt, zal het een druppel op een hete plaat zijn vergeleken met de banen die verloren gingen. Maar onheilspellend is het feit dat hij ook beloofde het begrotingstekort te verminderen met 4 biljoen dollar, en dit kan enkel besparingen en strenge bezuinigingen betekenen. Zelfs als hij erin slaagt een kleine belastingsverhoging voor de rijken door te voeren, zullen daardoor de verliezen van de laatste 30 jaar niet gerecupereerd worden. Er zal onvermijdelijk een groot compromis in verband met de bezuinigingen uitgewerkt worden met de Republikeinen. De draconische aanbevelingen van de Bowles-Simpson-commissie, die zwaar inhakken op de sociale zekerheid, gezondheidszorg en alle andere diensten, zullen in vergelijking in het niets vervallen. Laat ons duidelijk zijn: besparingen zijn besparingen, wie ze ook uitvoert! En bovendien zullen strenge bezuinigingen de crisis niet oplossen, maar wel verergeren.

Obama zal ongetwijfeld opnieuw zijn overwinning willen vieren terwijl de arbeiders afwachten wat hij gaat doen. De vakbondsleiders zullen er alles aan doen om niet met volle kracht te mobiliseren tegen Obama. Ze zullen in plaats daarvan het kapitalistisch spel meespelen en vertrouwen op lobbyisten, advocaten, rechtbanken en achterkamerakkoorden. Zonder een leiding en zonder perspectief voor strijd op straat en op de werkvloer, terwijl de besparingen op hen losgelaten worden door deze zogenaamde ‘vriend van de arbeider’, zal er ongetwijfeld verwarring en neerslachtigheid ontstaan bij vele activisten van het gewone volk.

Onze taak in zo een periode is met geduld uitleggen wat er aan de hand is en op die manier mensen te winnen voor onze programma’s, ideeën en perspectieven en ze op te leiden in de marxistische theorie en methode. We moeten opletten voor gevoelens van ongeduld en frustratie, die schadelijk zijn voor de revolutionairen. Want na nacht komt dag, na elke periode van relatieve kalmte, hoe lang deze ook duurt, volgt een storm. Dit moet ons uitgangspunt zijn!

Romney belooft “Amerika terug naar grootsheid te leiden”. Obama belooft een “sterke en succesvolle middenklasse te bouwen”. Uiteindelijk heeft geen van beide kandidaten een oplossing voor de crisis van het kapitalisme. Deze heeft een eigen logica en is veel groter dan de individuele wil van een persoon. De werkelijkheid van de situatie hebben we hierboven beschreven.

Het is onmogelijk de uitkomst van de verkiezingen op voorhand te voorspellen. De voortdurende blunders en ongeloofwaardigheid van Romney zouden hem naar een nederlaag moeten leiden in een wedstrijd zonder enige echte inhoud. Voor de meeste kiezers komt het erop neer wie nu het minst hard liegt. Maar een week is een eeuwigheid in de politiek. Internationale gebeurtenissen en de economie zijn onvoorspelbare factoren, vooral belangrijk voor Obama, en kunnen elke campagne vernietigen, hoe goed die ook is voorbereid. Een postelectoraal fiasco in de stijl van deze in het jaar 2000 kan ook niet uitgesloten worden.

Bij het ingaan van de laatste week voor de verkiezingen is het een nek-aan-nekrace tussen de twee kandidaten. Als Obama zelfs maar een fractie verwezenlijkt had van wat hij beloofd had, zou hij gemakkelijk winnen. Anderzijds had Romney de overwinning al lang moeten bezegelen vanwege de toestand van de economie en de ontgoocheling in Obama. Toch is slechts 54 procent van de kiezers tevreden met de aangeboden keuzes. Dit is het laagste niveau sinds 1992. In 2008 was er nog 72 procent tevreden met de keuze tussen Obama en McCain. En zelfs deze lage cijfers verbergen de realiteit, omdat de miljoenen die niet als kiezers aanzien worden niet opgenomen zijn in de peilingen.

Een spannende race is ten voordele van de kapitalisten. De strategen van beide campagnes hebben letterlijk gezegd dat ze verwachten (en wensen) dat het resultaat bepaald zal worden door “een handvol kiezers in enkele deelstaten”. Wat een democratie! Ze kunnen zo meer reclame verkopen wanneer de mensen naar de debatten op tv kijken tijdens de laatste week van de campagne. Deze toestand verhoogt de kans op een impasse wanneer de laatste peilingen voorbij zullen zijn. Impasse leidt tot frustratie, en frustratie leidt tot aanvaarding van een compromis. Het is nu eenmaal gemakkelijker bezuinigingen aan het volk te verkopen in naam van twee partijen, dan ze eenzijdig uit te voeren.

De kandidaten van de kleine partijen zullen geen bluts kunnen maken in het tweepartijensysteem. Zelfs Jill Stein, de kandidaat van de Groene Partij, erkent dat er een echte arbeiderspartij nodig is: “Stel je voor dat de arbeidersbewegingen de 15 miljard dollar die ze nu aan de Democraten spendeerden, uitgegeven hadden aan de bouw van een onafhankelijke arbeiderspartij en -beweging. Dan zouden de vertegenwoordigers die een brede partij van de meerderheid van de werkende klasse steunen nu scoren in elke deelstaat.

De arbeidersbeweging heeft geen keuze: ze moet kiezen voor klassenonafhankelijkheid in plaats van op te roepen om te kiezen voor ‘een kandidaat met goedkeuring’ of een ‘niet-Republikein’ (beide betekenen een Democraat). De enorme middelen van de vakbonden moeten aangewend worden om een arbeiderspartij te creëren. Zodra die bestaat zal de keuze groter zijn dan enkel Bezuinigingspartij A of Bezuinigingspartij B.

Met een krachtig programma om de rijken de crisis te laten betalen, voor de schepping van miljoenen banen, voor hogere lonen, universele gezondheidszorg en onderwijs, voor veilige en betaalbare huisvesting voor iedereen, kan een arbeiderspartij voor de macht strijden en winnen. Ook zouden de arbeiders aangemoedigd worden om te strijden voor betere lonen en omstandigheden op de werkvloer. Voor de eerste keer sinds decennia zouden de arbeiders in het offensief zijn en niet in het defensief. Het enige wat dit verhindert is de ondergeschiktheid van de huidige vakbondsleiders aan de Democraten. Maar dit kan niet eeuwig blijven duren. De druk hoopt zich op. Deze leiders zullen ofwel naar links moeten verschuiven, zo niet zullen ze buitenspel gezet worden.

In deze turbulente tijden markeert elke verkiezing een verschuiving in het bewustzijn van de arbeiders. Veranderingen in de stemming zijn niet lineair en kunnen wild fluctueren van dag tot dag. Maar de algemene trend is duidelijk: onder het blijkbaar kalme oppervlak van de maatschappij, worden de arbeiders radicaler. De Occupy-beweging, de strijd in Wisconsin, van de leerkrachten van Chicago en van de arbeiders van de Walmart-keten, zijn hier een teken van. Op een zeker moment zullen de arbeiders als één klasse naar voren komen om hun lot in eigen handen te nemen, en dan zal de toestand volledig veranderen.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken