David May, Amerikaans marxist, blikt terug op het jaar 2002, de band tussen de AFL-CIO vakbonden en de Democratische partij en legt uit waarom het noodzakelijk is te breken met deze kapitalistische partij en te strijden voor een onafhankelijke opstelling van de arbeidersklasse.

2002 was een tumultueus jaar gekenmerkt door aanhoudende economische stagnatie en de dreiging van een oorlog met Irak. Ook op politiek vlak was het een zeer turbulent jaar. De regering Bush kon met succes het nieuwe ‘Homeland Security Department’ oprichten en verzekerde dat de werknemers van dit departement geen vakbondsvertegenwoordiging zouden krijgen. De regering breidde haar repressie- en bewakingsmacht uit. Geheime aanhoudingen van burgers en het aftappen van telefoon- en internetverkeer nemen toe, en last but not least: Bush gebruikte in oktober de Taft-Hartley Act tegen de stakende havenarbeiders van de ILWU .

Een van de meest verhelderende gebeurtenissen was echter de tussentijdse verkiezingen in november. De Republikeinen palmden de senaat en de kamer van volksvertegenwoordiging in en kregen vele posities in de afzonderlijke staten. De Democraten leden een grote nederlaag. Wat een overwinning had moeten zijn keerde om in z’n tegengestelde. In plaats van de echte problemen van de arbeidersklasse – de falende economie, werkloosheid en een dure en onrechtvaardige oorlog – aan te kaarten, kopieerde de Democratische Partij het programma van de Republikeinen. Amper 39 procent van de stemgerechtigden ging stemmen. De resultaten waren geen grote verrassing. Als er twee partijen zijn met exact hetzelfde programma zal het electoraat voor het origineel kiezen. Waarom voor de 'oppositie' kiezen wanneer ze een spiegelbeeld is van de partij die aan de macht is? De Democraten begingen in 2000 dezelfde vergissing als in 2002: ze bleken totaal niet in staat te zijn een campagne en programma uit te werken die op een substantiële manier verschillen van die van hun Republikeinse 'vijand'. Dit zou geen verrassing moeten zijn omdat de verkozen vertegenwoordigers van de Democratische partij dezelfde sociale achtergrond hebben als de Republikeinen: de bedrijfswereld! Ondanks politieke en financiële steun van de AFL-CIO met haar miljoenen leden bevindt de echte leiding van de Democraten zich in de beheerraad van de Amerikaanse bedrijfswereld.

De Democratische partij wil en kan niet langer haar progressieve beloften waarmaken om de welvaart, de werkzekerheid en de sociale zekerheid te verdedigen zoals ze dat kon gedurende de periode van relatieve vooruitgang en economische stabiliteit na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn geen nieuwe uitgaven van de 'Great Society' of de 'New Deal'-programma’s voor handen. Waarom blijft de leiding van de Amerikaanse vakbonden vasthouden aan een partij die de afgelopen twintig jaar elke gelegenheid ten bate heeft genomen de arbeiders in de rug aan te vallen? Een stuk van het antwoord ligt voor de hand: balanceren tussen de belangen van de arbeiders die ze verondersteld worden te vertegenwoordigen en die van de bazen die ze in realiteit dikwijls vertegenwoordigen, legt hen geen windeieren.

In de tussentijdse verkiezingen droeg de AFL-CIO meer dan 35 miljoen dollar bij tot de campagne van de Democratische kandidaten, exclusief het geld dat nog eens door individuele leden werd geschonken. De AFSCME (overheidspersoneel) op zich schonk al 16 miljoen dollar. Bovendien leverde de AFL-CIO, samen met lokale vakbonden, duizenden vrijwilligers om propaganda te gaan voeren, telefoonrondes te doen, te figureren in TV-spots en massale mailings te doen. De Democraten verloren echter niet alleen, ze voerden niet eens campagne rond 'progressieve' onderwerpen. Opnieuw, voor de miljoenste keer, gaven de vakbonden (of toch de leiding ervan) hun volledige steun aan de Democratische partij met het resultaat nogmaals in de zak gezet te worden door deze ratten.

Gerald McEntee, de voorzitter van AFSCME en eveneens coördinator van de politieke projecten van de AFL-CIO sinds 1995, stelde in een interview met de St. Louis Post-Dispatch (10-10-02): "ik denk dat de Democraten makkelijk toegeven in deze zaken [economische kwesties] en dat ze aanhoudend en bijna constant moeten proberen de regering deze onderwerpen te laten bespreken. Veel te lang hebben ze zich op de achtergrond gehouden." Ofwel is meneer McEntee verschrikkelijk naïef of wacht er hem een beloning van het Democratic National Committee wanneer hij op pensioen gaat! Het probleem is niet dat “de Democraten te snel toegeven” op punten die de arbeidersklasse aanbelangen. Ze delen simpelweg niet dezelfde klassenbelangen! Enkel omdat de Democratische koffers gevuld worden door werkende mensen verandert er nog niets aan het feit dat de mensen die de Democratische partij leiden mensen uit de ondernemerswereld zijn. Dit zijn mensen die altijd hun sponsors uit de bedrijfswereld zullen dienen alvorens de standpunten van het politiek comité van de AFL-CIO, laat staan die van haar leden, nog maar in overweging te nemen!

De steun aan de Democratische partij door de leidende bureaucratie van de AFL-CIO is niet enkel contraproductief, het is totaal verraad aan de leden. De energie en financiën van de enige massaorganisatie van de arbeidersklasse in de VS wordt verkwist aan de zogezegde 'progressieve' vertegenwoordigers van de kapitalistische klasse. Het is een situatie die volledig ingaat tegen de klassenbelangen van de Amerikaanse arbeiders. De gewone leden van de arbeiders worden verondersteld niet enkel het merendeel van hun leven te besteden aan het werken voor de bazen. Via het doen en laten van hun eigen leiding worden ze op de koop toe verwacht afstand te doen van hun politieke onafhankelijkheid. De Democraten hebben reeds in honderden incidenten bewezen dat ze niet te vertrouwen zijn om de belangen van de arbeiders te behartigen. Ze weigeren zelfs nog maar een tiende van hun magere beloften waar te maken! Er blijft dus enkel één alternatief over voor de arbeidersbeweging: een verklaring van volledige politieke onafhankelijkheid. Welke betere gelegenheid bestaat er voor zo een beweging als nu? De Democratische partij heeft haar uiterste waardeloosheid bewezen wat de arbeidersklasse betreft. Ze is niet in staat oppositie te voeren tegen Bush, integendeel, ze steunt de Republikeinen in alle belangrijke beslissingen zoals de “oorlog tegen het terrorisme”, de invasie van Irak, Homeland Security enzovoort. Het electoraat heeft duidelijk gemaakt dat het geen wezenlijk verschil kan zien tussen de twee partijen. Zestig procent deed niet eens de moeite om te gaan stemmen. De Democraten zelf zijn verward na hun nederlaag en zelfs AFL-CIO voorzitter John Sweeney, doorgaans hun beste supporter, ziet zich genoodzaakt hen licht te bekritiseren.

Het enige politieke alternatief voor de Amerikaanse arbeidersklasse en haar vakbonden is klassenonafhankelijkheid. Ons lot in handen laten van de vertegenwoordigers van het kapitalisme is een recept dat een rampzalige afloop garandeert. Enkel een massale arbeiderspartij gebaseerd op de vakbonden en gewapend met een programma van socialistische eisen kan een tegengewicht vormen om te strijden in het belang van de miljoenen Amerikaanse arbeiders. Alleen met zo een partij kan het proces van dalende lonen, dalende levensstandaard en inkrimping van rechten gestopt worden. De Democraten zullen nooit willen of in staat zijn zulke dingen te doen, zelfs niet in meneer Sweeneys wildste dromen. De arbeidersklasse moet zich niet enkel bewust worden van haar economische macht, ze moet zich ook bewust worden van haar politieke macht. Het moet een klasse zijn op zichzelf en voor zichzelf. Eens dit proces begonnen is zullen eindeloze grenzen openen aan de horizon.

Dit zijn alvast onze goede voornemens voor 2003:

* De arbeidersbeweging moet breken met de Democratische partij!

* Voor een massale arbeiderspartij, gewapend met een socialistisch programma!

* Voor een socialistische toekomst voor de mensheid!

* Een gelukkig en rood nieuwjaar en beste wensen!

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken