Gisteren is Pierre Carette, de leider van de CCC, vrijgelaten. De repressie die hij heeft doorstaan, is zeker en vast schandalig en buiten proportie. De media maken van hem echter een voorvechter van het communisme. Is Carret een marxist-leninist zoals hijzelf beweert te zijn? Wij citeren hier Lenin zelf. In 1902 gaf hij in het blad Iskra (Vonk) commentaar op de massale stakingen en betogingen in Rostov, waarbij zes doden vielen. Tevens gaat hij tekeer tegen de partij der ‘sociaal-revolutionairen’, die voorstanders waren van individuele aanslagen op de tsaar en hoogwaardigheidsbekleders.

“Wij daarentegen zijn van oordeel dat alleen dergelijke massabewegingen, tijdens dewelke de arbeidersklasse openlijk aan iedereen haar groeiend politiek bewustzijn en haar revolutionaire activiteit toont, werkelijk revolutionair genoemd kunnen worden. Enkel die massabewegingen kunnen iedereen aanmoedigen die vecht voor de Russische Revolutie. Wat we hier zien, is niet het veelgeprezen ‘individueel terrorisme’, waarvan de enige band met de massa’s bestaat uit ronkende verklaringen, publicatie van vonnissen enzovoort. Wat wij zien is werkelijk verzet van de massa. Het gebrek aan organisatie, de onvoorbereidheid en de spontaneïteit van dat verzet herinneren ons eraan hoe onverstandig het is onze revolutionaire krachten te overschatten en hoe misdadig het is de taak te verwaarlozen om standvastig de organisatie en de bereidheid te verhogen van de menigte die voor onze ogen strijd voert. (…)

“De sociaal-revolutionairen kunnen geen woorden genoeg vinden om de lof te zingen van het groot “agitatorisch” effect van politieke moorden, waarover zoveel gefluisterd wordt in de salons van de liberalen en in de herbergen van het gewone volk. Het is normaal voor hen (vermits zij geen last hebben van ‘verstikkende’ dogma’s, of iets dat ook maar een duidelijke socialistische theorie benadert) om een politieke sensatie te gebruiken als vervangmiddel van (of tenminste als toevoeging bij) de politieke opvoeding van de arbeidersklasse. Wij daarentegen denken dat de enige gebeurtenissen die een waarachtig en ernstig “agitatorisch” (stimulerend), en niet alleen stimulerend, maar ook (en dat is veel belangrijker) opvoedend effect kunnen hebben, die gebeurtenissen zijn waarbij de massa’s zelf de acteurs zijn, gebeurtenissen die gegroeid zijn uit de gevoelens van de massa’s, en niet “voor een speciale gelegenheid” ten tonele werden gevoerd door een of andere organisatie.”

Uit ‘Nieuwe gebeurtenissen en oude problemen’, Iskra nr.29, 1 december 1902.

Tijdschrift Vonk

coverVonk 299 finalklein

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken