In dit artikel van Vonk proberen we te verklaren waarom de SP in een scherpe neergang terecht is gekomen. De neergang van de SP is des te opvallender omdat de PVV, te vergelijken met het Vlaams Belang in België, onverminderd sterk lijkt te staan in de peilingen. Deels is dit te verklaren doordat de PVV garen spint door ‘islamieten’ tot zondebok te maken; een aloude kapitalistische truc om arbeiders te verdelen. Tevens zullen we ingaan op de ontwikkelingen die op ons af zullen gaan komen.

Agnes Kant van de Socialistische partij heeft haar biezen gepakt na de zeer slecht verlopen gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart, waarin de partij van 327 zetels terug moest naar 276, waarvan ook nog eens 42 zetels te danken waren omdat ze meededen in gemeenten waar ze nog niet hadden meegedaan aan de verkiezingen. De SP lijkt ook in de peilingen onder de nieuwe fractievoorzitter Emile Roemer onverminderd in de hoek te blijven zitten waar de klappen vallen.

Na een tijd het minder goed te hebben gedaan, zien we de sociaal-democratische PvdA weer stijgen in de peilingen. Daar lijkt de wisseling van de wacht aan het leidersfront prima uit te pakken: onder Job Cohen, voormalig burgemeester van Amsterdam, lijken de sociaal-democraten in een recordtempo uit het electorale moeras omhoog te klimmen. In de peilingen van 11 maart staan zij inmiddels op 26 zetels; slechts één minder dan het CDA en twee meer dan de uiterst rechtse PVV.

De opmars van de PvdA lijkt niet ten koste te gaan van de PVV. Eerder mogen we op basis van de cijfers constateren dat de winst van de PvdA vooral wegkomt bij de SP. De SP heeft nu 25 kamerzetels maar staat er sinds 2007 onverminderd slecht voor in de peilingen met een dieptepunt op 11 maart van slechts 9 zetels.

Deels is het verlies van de SP te verklaren door het feit dat zij op 17 juni 2008 haar charismatische fractieleider Jan Marijnissen verloor, die om fysieke redenen moest aftreden en Agnes Kant de nieuwe fractieleider werd. Vrijwel onmiddellijk was het duidelijk dat dit voor haar te hoog gegrepen was. Na eerst een deskundige woordvoerder op het gebied van volksgezondheid te zijn geweest moest ze toen het hele politieke spectrum bestrijken. Ze kwam daardoor erg geforceerd en clichématig over; van stevig oppositie voeren was geen sprake, het was eerder een wanhopige poging om de eigen achterban te overtuigen van haar leiderschapskwaliteiten. Ze kon dan ook op geen enkele manier een aanjager zijn van de arbeidersstrijd.

Maar het slechts gooien op de wisseling van de wacht zou te kort door de bocht zijn. Meer factoren spelen een rol. In de periode 2006-2010 bijvoorbeeld is de SP maar liefst 63 raadsleden kwijtgeraakt - vaak om ideologische redenen. Dat heeft de partij ook geen goed gedaan - vaak werd het vertrek van een raadslid breed uitgemeten in de lokale pers.

Voortekenen

Zoals al geschreven begon het ‘electorale verval’ in 2007, maar de voortekenen waren er al in 2005. Het rookgordijn van een spectaculaire overwinning van het Nee-kamp tegen de Europese grondwet verhulde een ander belangrijk detail: een verbitterde strijd van de beginselvaste socialisten versus de sociaal-democraten in de partij. Deze strijd mondde in 2006 uit in het afschaffen van de twee laatste ‘obstakels’ om de sociaal-democraten van de linkerflank van de PvdA aan zich te binden: het niet meer nastreven van het afschaffen van het koningshuis en het accepteren van de NAVO. Het was een sluitstuk op een proces dat in 1998 in gang werd gezet. In de jacht op een bredere electorale achterban begon men in dat jaar met de ‘scherpe kantjes’ van de partij-ideologie af te vijlen. Tiny Kox, fractievoorzitter van de SP in de Eerste kamer gaf in 2003 al een schot voor de boeg: “Ik ben het dus oneens met degenen die vinden dat we onze doelen alleen maar in één grote stap moeten willen bereiken en moeten gaan voor ‘alles of niks’. Mij lijkt dat niet realistisch. En socialisten móeten realist zijn in het heden, juist om hun optimisme voor de toekomst te behouden.”

Na een spectaculaire overwinning in 2006 blijkt de electorale achterban van de SP razendsnel vertrokken te zijn. De SP kreeg de rekening gepresenteerd voor een flirt met de macht. De partij is de afgelopen 4 jaar vooral bezig geweest om te laten zien dat zij salonfähig is. Eigen standpunten werden verlaten, of niet meer strijdbaar voor het voetlicht gebracht. Daar waarschuwde Trotski al voor in zijn werk Resultaten en vooruitzichten:“Maar de deelname van de arbeidersklasse aan een regering is ook objectief het meest waarschijnlijk, en in principe alleen dan toelaatbaar, als een overheersende en leidende deelname.”
De SP was dat dus niet en dat heeft de arbeidersklasse in Nederland haarfijn aangevoeld.

Ook de PvdA

Niet alleen de SP deed het slecht in de peilingen de afgelopen jaren; óók de PvdA kreeg klap na klap te verwerken. De partij die het meest geprofiteerd heeft van de teleurstelling van het electoraat is de populistische uiterst rechtse beweging PVV van Geert Wilders. De voormalig VVD-er Geert Wilders profileert zich vooral op een intolerante manier op thema’s zoals integratie en de Islam. Op sociaal-eonomisch gebied heeft de PVV een ruk naar links gemaakt uit populistische overwegingen: het minimumloon dient gehandhaafd te blijven en de AOW moet ook op 65 blijven.
Voor de SP ligt nu de moeilijke taak weggelegd om aan zelfreflectie te gaan doen. Een herijking van de uitgangspunten is wenselijk. Dat zal moed en durf vragen van de partij, maar wie het zinkende schip beziet moet al snel tot de conclusie komen dat er geen andere weg meer te bewandelen is voor de partij. De SP zal voor een gedeelte moeten terugkeren op haar schreden en weer teruggaan naar de socialistische standpunten die de partij groot gemaakt hebben. Nu lijkt zij in alles té veel op de PvdA. Diederik Samson, Tweede Kamerlid van de PvdA trok in 2007 deze conclusie ook al. Hij gaf aan dat de PvdA en de SP over vijf tot tien jaar mogelijk samen verder zullen gaan. Deze uitnodigende vrijage stuitte overigens op fel verzet van Jan Marijnissen:”Ik zie een fusie met de PvdA ‘in geen vijftig jaar’ tot stand komen. Zelfs een linkse samenwerking komt voorlopig niet van de grond, vreest hij. ‘Ik denk dat die linkse samenwerking pas lukt als de SP groter is geworden dan de PvdA.’

De nieuwe fractieleider van de SP, Emile Roemer, wil na de verkiezingen van 9 juni een zo progressief mogelijk kabinet. Toch linkse samenwerking dus. Op een partijraad, gehouden op 13 maart in Amersfoort, zei hij dat hij daarover zo snel mogelijk om de tafel wil met Cohen (PvdA) en met Femke Halsema van GroenLinks. Kennelijk is bij de partijleiding het besef doorgedrongen dat voor voorlopig de SP niet groter zal zijn dan de PvdA. "Het kan verkeren", zei Bredero. De krampachtige greep naar de macht blijft echter.

Het antwoord

De SP zal moeten terugkeren op haar schreden. Door het opschuiven van de SP naar het centrum van de politiek ligt het gat over links wagenwijd open; slechts ten dele opgevuld door GroenLinks. Door terug te keren op haar oude standpunten zal de SP weer binding krijgen met de activistische delen van de arbeidersklasse die de afgelopen jaren óf vrijwillig óf gedwongen de SP hebben verlaten. Het zal echter een lastige opgave worden aangezien het terugwinnen van teleurgestelden een enorme opgave zal blijken. Maar nodig is het zeer zeker. Er is nood aan activisme in de partij. Wie een rondje ‘SP-afdelingen’ doet, beziet dat er maar bitter weinig over is gebleven van het activisme op lokaal niveau, eens het paradepaardje van de partij. Ook op ideologisch gebied is het treurig gesteld. De opleidingen van de SP hebben nog steeds een bedenkelijk gehalte. De scholing voor raadsleden bijvoorbeeld bedraagt slechts 4 zaterdagen, waar slechts 4 uur besteed wordt aan wat nochtans de belangrijkste vaardigheid moet zijn van een raadslid: debatteren.
Ook de kaderleden ontvangen een scholing die ronduit een baard heeft, met de naam ‘Heel de mens’. Een baard, omdat zij ontwikkeld is ten tijde van het partijprogram ‘heel de mens’ uit 1999! Deze scholing is dus in 11 jaar nauwelijks veranderd - en dat terwijl de partij een forse gedaantewisseling op ideologisch gebied heeft doorgemaakt.

In Nederland is er een ideologische crisis over links gaande. Alle drie de linkse partijen hebben zich in de jacht op de kiezer in het midden laten verleiden tot steeds rechtsere standpunten. Men dacht de winst in het midden aan te treffen. Eenmaal daar aangekomen hebben de partijleiders de verbijsterende conclusie moeten trekken dat het electoraat juist polariseerde over links én rechts. De waarschuwing, afgegeven tijdens de recentelijke Europese verkiezingen lijkt niet aangekomen te zijn bij de linkse partijen . Met de komende Tweede Kamer-verkiezingen is dit een zorgwekkende ontwikkeling. De reactie van de arbeidersklasse is tegelijk traditioneel te noemen: bij gebrek aan een zuiver linkse partij trekt zij zich weer terug op haar aloude bolwerk, de PvdA.
De PvdA lijkt deze rol pas recentelijk te beseffen en heeft - althans met de mond - een ruk naar links gemaakt. Het woord kapitalisme is voor het eerst in meer dan 14 jaar over de lippen gerold van een PvdA-leider, in dit geval Wouter Bos. Jawel, u leest het goed. Wouter Bos bekritiseerde in zijn Den Uyl-lezing het moderne kapitalisme: "Het werkt uiteindelijk ontwrichtend op de samenleving omdat het mensen onverschillig maakt ten opzichte van elkaar en het steeds weer de balans tussen particuliere koopkracht en collectieve investeringen verstoort en daarmee de kracht van wat wij met en voor elkaar kunnen betekenen."

In hoeverre de PvdA echter haar rol als bewaker van de rechten van de arbeidersklasse waarmaakt, valt nog maar zéér te bezien. Het ligt nog maar slechts enkele maanden achter ons dat het Parlement - en dus ook de PvdA - akkoord ging met het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd van 65 naar 67 jaar. Nederlandse arbeiders werken straks het langste door van heel Europa. De ‘trackrecord’ van de PvdA is berucht en het valt te verwachten dat zij vrij kort na de verkiezingen in juni - en, zoals het zich nu laat aanzien met een fors herstel - weer vrij snel zal draaien met haar standpunten.
Er zal immers hoe dan ook een bourgeoisieregering gevormd moeten worden. Ruim 36 miljard zal er bezuinigd moeten worden - de rekening van een miljarden verslindende reddingsoperatie van de Nederlandse banken. Het kapitalisme is voorlopig gered over de rug van de Nederlandse arbeider. De vraag is over hoeveel jaar dit uitgesmeerd zal worden. Acht jaar, zeggen de rechtse partijen. De linkse partijen zijn angstwekkend stil. Hoe dan ook zal de nieuwe regering de aanval verder in zetten op de arbeidersklasse door de sociale zekerheid opnieuw onder vuur te gaan nemen, de zorg verder uit te gaan kleden, de invoering van meer marktwerking bij de ziekenhuizen. Ook de (lokale) lasten zullen verder omhoog geschroefd worden. Het gebrek aan fundamentele politieke antwoorden wordt met klinkende munt betaald.

Het kapitalisme verkeert in een crisis. Marx is weer in (zie: Marx is weer in). Ook kapitalisten beseffen dat het systeem gaten vertoont; zij verbinden er echter niet de conclusies aan die Marx wél trok. Het wordt steeds duidelijker voor de arbeidersklasse dat het kapitalisme hun geen menswaardig bestaan kan bieden. In het kapitalisme draait het alleen maar om winst maken voor de happy few over de ruggen van de arbeidersklasse. De kredietcrisis heeft weer eens aangetoond hoe rot het kapitalisme is, de schaamteloze zelfverrijking van de bourgeoisie, en hun parasitaire geldverslaving.

In Nederland zijn er genoeg linkse partijen. Waar echter nood aan is, is een links-socialistisch programma!

En daar, kameraden, zullen we voor strijden.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken