Mariano Rajoy By European Peoples Party CC BY 2.0Op 26 juni mochten de Spanjaarden de stembus bezoeken in een stemming van polarisatie en hoge verwachtingen. Deze verkiezingen volgden maanden op van politieke patstelling, waarin geen partij in staat was om een regering te vormen. De peilingen voorspelden dat de radicaal linkse coalitie Unidos Podemos (UP) het goed zou doen, tweede zou worden, en dat de establishmentpartijen een zware dreun zouden krijgen.

De onverwachte uitslag gaf echter de overwinning aan de conservatieve PP en plaatste de centrumlinkse PSOE net iets voor UP. Deze uitkomst heeft voor een bepaalde mate van verwarring en pessimisme gezorgd onder activisten en militanten. Onze taak is echter om noch te lachen noch te wenen, zoals Spinoza zei, maar om te begrijpen.

De uitslag was als volgt:

PP 33.03% - 137 zetels (Dec 20, 2015: 28,71 % en 123 zetels)

PSOE 22.66% - 86 zetels  (22%, 90 zetels)

Unidos Podemos 21.1% - 71 zetels (24.49%, 71 zetels)

Ciudadanos (centum-populisten) 13.05% - 32 zetels (13.94%, 40 zetels)

ERC (centrumlinkse Catalaanse nationalisten) 2.63% - 9 zetels

CDC (rechtse Catalaanse nationalisten) 2.01% - 8 zetels

PNV (rechtse Baskische nationalisten) 1.22% - 5 zetels

Bildu (linkse Baskische nationalisten) 0.78% - 2 zetels

Coalición Canaria (Canarische regionalisten) 0.31% - 1 zetel       

De percentages en zetelaantallen zijn niet grondig gewijzigd in vergelijking met de verkiezingen van december. De uitslag van Unidos Podemos is niet wat verwacht werd volgens alle opiniepeilingen, met het behoud van het zetelaantal maar het verlies van ruim een miljoen stemmen. De algemene deelname was 3,3 procentpunt lager, ongeveer 1,2 miljoen stemmen minder dan in december 2015.

Unidos Podemos stagneert

Een combinatie van factoren verklaart UP's niet-indrukwekkende uitslag. De organisatie van de campagne was onprofessioneel, met enkel een klein aantal slecht geadverteerde bijeenkomsten. De algemene politieke lijn van de campagne (vooral in het begin) bestond uit een oproep aan PSOE-stemmers op hun eigen terrein, waarbij Pablo Iglesias openlijk verklaarde dat wat hij wilde een 'nieuwe sociaaldemocratie' was. In het enige tv-debat tussen de politieke kopstukken, richtte Iglesias zijn tussenkomst op een oproep aan PSOE-leider Sánchez om een deal met hem te sluiten.

Meerdere malen verklaarde Pablo Iglesias dat UP de partij was van 'vaderland, de wet en het recht. Natuurlijk was dit bedoeld als een aanval op hen die het woord 'vaderland' in de mond nemen om vervolgens hun geld in offshore-bankrekeningen in Zwitserland of Panama te stoppen, en de verwijzingen naar 'de wet en het recht' waren bedoeld als een aanval op de rijken en machtigen die de wet breken en het leven van werkende mensen schade berokkenen. Toch kwam dit soort taal niet goed aan bij een laag van linkse stemmers en weerspiegelde het een bewuste poging om de taal af te zwakken om zo meer tot 'gematigde' stemmers te spreken, terwijl in werkelijkheid het tegenovergestelde nodig was geweest.

Een laag van UP-stemmers (in het bijzonder enkelen van Verenigd Links - IU) werd waarschijnlijk afgeschrikt door dit soort gematigde taal. Opiniepeilingen toonden aan dat ongeveer een derde van hen die op 20 december voor IU stemden (ongeveer 300.000 mensen), niet zeker wisten of ze nu UP gingen stemmen. Anderen konden niet overtuigd worden om deze keer te stemmen. De campagne werd radicaler tijdens de laatste paar bijeenkomsten, in het bijzonder de slotbijeenkomst in Madrid, waar Pablo Iglesias een zeer scherpe en strijdbare linkse redevoering gaf en zich beriep op de strijdtradities van de arbeidersklasse. Het probleem is dat wat hij zei niet veel verder kwam dan bij de mensen die op die bijeenkomsten aanwezig waren.

In Catalonië werd En Comú Podem (ECP, de Catalaanse versie van UP) eerste, maar de uitslag was minder dan verwacht. In percentages werd er amper behouden wat er in december gewonnen was en er raakten 80.000 stemmen verloren. Ada Colau, de burgemeester van Barcelona, had hier een overeenkomst gesloten met de PSOE om de raad te besturen en heeft de metro- en busstakingen niet correct behandeld. Daarnaast was er controverse over politiegeweld tegen straatverkopers. Dit alles heeft een negatieve rol gespeeld. In december stemden velen van de CUP (een Catalaanse pro-onafhankelijkheid antikapitalistische partij) voor ECP, maar deze keer niet. Bovendien brak er in de dagen voor de verkiezingen een schandaal uit, met de onthulling dat de Minister van Binnenlandse Zaken in 2014 een hoge politiefunctionaris onder druk had gezet om de Catalaanse nationalistische partijen met vals bewijsmateriaal onterecht te beschuldigen. Dit bracht duidelijk grote aantallen stemmers naar het nationalistische kamp, in het bijzonder naar de linkse ERC.

Anders dan in december was de campagne bijna in het geheel niet verbonden met de strijd waaruit Podemos ontstaan was (15M, antibezuinigingscampagnes, de beweging tegen huisuitzettingen). Zij hadden geen enkele verkiezingsvideo en werden zelden genoemd in de debatten.

In het kort, de campagne en boodschap waren niet radicaal en enthousiast genoeg. Het verkiezingsprogramma is sinds december verwaterd. De gehele activiteit van Podemos was op het electorale/parlementaire vlak gericht. De laatste grote mobilisatie was de enorme mars in Madrid waartoe Podemos opriep in januari 2015. Het is waar dat de stemming op de bijeenkomsten, in het bijzonder in de laatste dagen van de campagne, radicaal en enthousiast was, met vele republikeinse en rode vlaggen. Dat was echter niet het publieke profiel van UP gedurende de campagne en de stemming op de bijeenkomsten sijpelde niet genoeg door van de bezoekers van de bijeenkomsten naar het bredere publiek.

Andere, meer toevallige factoren speelden waarschijnlijk ook een rol. De verkiezingen vonden eind juni plaats, in een weekend dat uit officiële vrije dagen bestaat in verschillende Spaanse regio's. Dit betekent dat onderdelen van het electoraat moeilijker te mobiliseren waren, in het bijzonder de jonge stedelijke lagen die de grondslag van UP vormen. De toename van per post uitgebrachte stemmen wijst erop dat veel mensen weg van huis waren. Sommigen hebben mogelijk geheel niet gestemd hierdoor. Het is waarschijnlijk dat de jongerenstem gedaald is terwijl het de mobilisatie van de oudere en reactionaire lagen was die de deelnamecijfers hebben opgekrikt. Veel mensen, vooral de minst gepolitiseerde sectoren, waren vermoeid na maanden van politieke impasse. De slordigheid van de campagne en het triomfalisme van de UP-leiding, welke ervan overtuigd was dat ze goed zo scoren, hielpen niet om de minst toegewijde stemmers te mobiliseren.

Het is tegen de algemene achtergrond van een meer luchtledige en gematigde campagne (met 'tandeloze debatten', in de woorden van voormalig Podemos-leider Monedero) dat politieke aanvallen op Unidos Podemos een zekere impact hadden op sommige lagen. Podemos-leiders (hoewel niet zozeer die van IU) waren onwillig om hun standpunt over Venezuela uit te leggen en vermeden iedere vraag over Griekenland en het lot van de Syriza-regering. Geconfronteerd met een massale aanval in de media, was het niet genoeg om te zeggen dat de rechterzijde de kwestie-Venezuela als rookgordijn gebruikte. Men moet in staat zijn om uit te leggen wat de overwinningen zijn van de Bolivariaanse revolutie, waarom deze verdedigd moeten worden, en wat de aard is van de coupplegende oppositie. Met betrekking tot Griekenland is het grootste probleem dat de leiders van Podemos precies hetzelfde programma hebben als Tsipras had in januari 2015. Hun enige verdediging tegen het idee dat dit onvermijdelijk tot capitulatie en bezuinigingen leidt is het zeer zwakke argument dat 'Spanje groter is en daarom een meer voordelige positie heeft tegenover de Trojka om bepalingen over het begrotingstekort te heronderhandelen.'

Als men naar de teleurstellende uitslag van Unidos Podemos kijkt, dan moet men deze in de context plaatsen van een situatie waar er op geen ander moment in de laatste 40 jaar een partij links van de PSOE 5 miljoen stemmen en 71 zetels heeft gewonnen. Het laatste beste resultaat was dat van de Communistische Partij in 1979, toen deze 10% en 21 zetels bemachtigde.

De PSOE houdt zich staande

Toch lijkt het weerstandsvermogen van de PSOE op het eerste gezicht verrassend. Alle peilingen en commentatoren voorspelden haar snelle ondergang, in lijn met andere Europese sociaaldemocratische partijen. Het woord 'pasokización' hebben we veel kunnen horen de laatste tijd. Toch wist de PSOE, hoewel ze 120.000 stemmen en 5 zetels verloor, de tweede plaats met hetzelfde percentage te behouden, wat in feite hun hoofddoel tijdens de campagne was. De PSOE blijft vasthouden aan een groot deel van hun basis in kleine plaatsen en landelijke gebieden, en onder de ouderen, in het bijzonder in Andalusië, waar ze won in de provincies Sevilla, Jaén en Huelva. De (onjuiste) bewering van de PSOE die in de media herhaald werd, dat Podemos een obstakel was voor de vorming van een linkse regering na december, lijkt ook te heersen over een laag van zijn aanhangers.

Het is het waard om te vermelden dat de PP de PSOE versloeg in Andalusië als geheel, waarbij de PSOE ongeveer 80.000 stemmen verloor en de PP er 120.000 won. Deze nederlaag in een van de laatste bolwerken van de PSOE zal zeker schade toebrengen aan Susana Díaz, de regionale voorzitter en kopstuk van de rechtervleugel van de partij die overhoop ligt met algemeen secretaris Pedro Sánchez.

De ontwikkeling van het huidige politieke proces in Spanje heeft bijzondere eigenschappen. Ondanks de scherpe maatschappelijke en economische crisis van het laatste paar jaar, heeft de heersende klasse een stabiele en betrouwbare regering gehad onder de PP tussen 2011 en 2015, welke een absolute meerderheid genoot. Dit betekent dat andere partijen, namelijk de PSOE, niet beslissend op de proef gesteld zijn, terwijl de onvrede zich overweldigend gericht heeft tegen de gehate PP. De PSOE heeft enkel één jaar bezuinigingen doorgevoerd onder Zapatero in 2010-11. Dit in tegenstelling tot de PASOK in Griekenland, welke een langere tijd bezuinigingen doorvoerde en daarna een coalitie aanging met de conservatieven.

De vijf jaar meerderheidsregering van de PP hebben geleid tot een gecombineerde en onevenredige ontwikkeling van het bewustzijn. Een groot deel van de stedelijke jongeren en arbeidersklasse, gestaald in de massastrijd van 2011-1, is zeer strijdbaar en is tot de conclusie gekomen dat enkel radicale verandering de problemen in de samenleving zal oplossen, en staat achter UP. Er is echter een conservatievere laag van de arbeidersklasse die nog steeds gelooft dat het fundamentele probleem de PP is en dat een gematigd, voorspelbaar alternatief voor de huidige situatie mogelijk is in de vorm van de PSOE. De paniek die ontstaan is rond Brexit heeft de conservatieve opvattingen van deze lagen doen toenemen. Zoals we al gesteld hebben, zal Brexit reactionaire gevolgen hebben (tenminste op de korte termijn), niet enkel in Groot-Brittannië maar in heel Europa.

De pogingen van UP om de overtuigingen van deze sectoren te veranderen door zich naar het midden te bewegen, is niet succesvol geweest. Integendeel, het doet de UP inconsistent en onbetrouwbaar overkomen in de ogen van veel PSOE-stemmers, en bekoelt enkel het enthousiasme van de kern van UP-aanhangers. Een snelle ineenstorting van de PSOE zal er alleen komen wanneer deze aan de macht komt, wanneer ze haar complete politieke bankroet zal onthullen. Anders, in oppositie, zal haar ondergang trager en minder evenredig plaatsvinden, en kan deze niet versneld worden door UP met gebruik van verwrongen retoriek.

Het Catalaanse vraagstuk

In Catalonië zal deze uitslag, welke het vooruitzicht opzij schuift van een veranderingsgezinde Spaanse regering die toegewijd is aan Catalaanse zelfbeschikking, degenen versterken die ervoor pleiten dat Catalonië op zichzelf zou moeten gaan en dat de strijd voor een republiek en radicale verandering sneller kan verlopen in Catalonië dan in de rest van Spanje.

Er is een duidelijke verschuiving geweest in Catalonië van de burgerlijk nationalistische CDC naar de radicalere links-nationalistische ERC, terwijl En Comú Podem, welke het recht op zelfbeschikking verdedigt (zelfs als dat eenzijdig geïmplementeerd zou worden zonder overeenkomst met Madrid) en onderdelen bevat die dichtbij Catalaanse onafhankelijkheid komen, nog steeds de grootste partij is in Catalonië. De oproep tot een eenzijdig proces richting onafhankelijkheid zal flink wat voeten in de aarde krijgen. Geconfronteerd met een dolle chauvinistische PP-regering, zal iedere beweging richting onafhankelijkheid op een aanvaring afstevenen met de centrale regering. De ECP zou de ERC moeten uitdagen om haar regeringsalliantie met de CDC te breken en een linkse meerderheid te vormen in Catalonië, op basis van een einde aan bezuinigingen en het recht op zelfbeschikking. De uitkomst hiervan is onzeker, maar zal bijdragen aan de enorme instabiliteit en polarisatie die er komt.

De overwinning van de PP en neergang van Ciudadanos

Het succes van de PP, welke groeide met meer dan 5 procentpunten en 1.300.000 stemmen won, en de relatieve neergang van Ciudadanos, welke 400.000 stemmen en 8 zetels verloor, zijn niet moeilijk uit te leggen. De opkomst van de UP, versterkt door de opiniepeilingen, heeft de meeste conservatieve en centrumrechtse stemmers in de armen gedreven van de PP, de meest consistente reactionaire kracht in Spanje. Spanje heeft niet alleen polarisatie gezien aan de linkerzijde, maar natuurlijk ook aan de rechterzijde. Ondanks de absolute corruptie van de PP, welke duidelijk te zien is voor iedereen, opgeschud door wekelijkse schandalen, was zij in staat om alle reactionaire lagen in de samenleving achter zich te krijgen. Ciudadanos probeerde om de PP te imiteren als een duidelijk reactionaire partij, maar wordt nog steeds gezien als een minder betrouwbare rechtse kracht en heeft haar aantrekkingskracht verloren onder conservatieve lagen wiens hoofdzorg is om UP te stoppen.

Wat nu?

Een regering PP-Ciudadanos lijkt nu waarschijnlijk. Geen partij wil nieuwe verkiezingen (noch de massa's) en, hoe ingewikkeld het ook is, deze keer zullen onderhandelingen waarschijnlijk leiden tot een vorm van burgerlijke regering. De PP en Ciudadanos hebben samen 169 zetels. Met steun van de PNV en Coalición Canaria, plus één onthouding, zouden zij een krappe meerderheid hebben om een regering te vormen. Een dergelijke regering zal ruwe bezuinigingen moeten uitvoeren vanaf dag één en zal zeer snel de haat van de massa's over zich afroepen. De EU vraagt 8 miljard euro aan bezuinigingen voor dit jaar en het volgende, plus een mogelijke boete van 2 miljard voor het breken van begrotingstekortregelingen. Rajoy schroefde zijn bezuinigingen terug in de loop van vorig jaar met het oog op de verkiezingen, maar zal nu de bezuinigingen moeten verdubbelen en de aanval op de werkende klasse moeten opvoeren, dit alles in een context van wereldwijde economische onzekerheid. De Spaanse burgerij mag dan gisteravond de champagnekurken hebben laten knallen, hun overwinning is een gifbeker die de weg voorbereidt voor verdere radicalisering in de toekomst.

Rajoy heeft onmiddellijk gezegd dat hij de steun gaat zoeken van de PSOE om een coalitieregering te vormen. Dat zou de Spaanse heersende klasse de meest stabiel mogelijke regering geven, met 254 zetels als Ciudadanos zou worden toegevoegd, ver boven de 176 die nodig zijn voor een algemene meerderheid. Vanuit het oogpunt van de PP zou dit haar voorkeursoptie zijn, aangezien het zou betekenen dat de verantwoordelijkheid voor de wrede bezuinigingen eerlijk verdeeld zou worden. Het zou echter de doodskus zijn voor de PSOE, welke zich in de tweede stemming van regeringsformatie graag van stemming zou onthouden, waardoor er een PP-Ciudadanos-regering gevormd kan worden, terwijl zij tegelijkertijd erbuiten blijft. Een grote coalitie zou gevaarlijk zijn, aangezien hierdoor de UP als enige oppositiepartij zou overblijven en zijn opmars naar de macht voorbereid zou worden.

De mogelijkheid van een linkse regering geleid door de PSOE lijkt erg ver weg. Het zou nog steeds mogelijk zijn dat PP-Ciudadanos niet genoeg steun krijgt van de PNV, of dat onderhandelingen tussen de PP en Ciudadanos instorten en dat de PSOE daarna de handschoen oppakt. Sánchez, de leider van de socialisten, wordt in toom gehouden door de machtige regionale baronnen van zijn partij, die extreem vijandig staan tegenover iedere overeenkomst met UP en liever de conservatieven aan de macht zouden zien. Belangrijker, als Sánchez een regering zou proberen te vormen zou hij steun nodig hebben van ERC, CDC, de PNV en Bildu, wat in alle waarschijnlijkheid zou betekenen dat er in ruil een referendum over de onafhankelijkheid van Catalonië komt, iets wat een absolute gruwel is voor de PSOE.

Met Rajoy terug aan de macht en een ongekend bezuinigingsprogramma, zal de kloof tussen links en rechts groter worden. We zullen waarschijnlijk nieuwe ronden zien van massamobilisaties en -strijd op straat en in de fabrieken. In deze context zal UP een uitstekend platform hebben in de oppositie. Als dit op intelligente wijze gebruikt wordt, kan zijn hobbelige opgang naar de macht doorgezet worden.

Gevolgen voor de linkerzijde

Deze uitslag zal interne gevolgen hebben voor UP. De afgelopen maanden waren er spanningen tussen Íñigo Errejón (de politieke secretaris) en Pablo Iglesias (de algemeen secretaris) over het bondgenootschap met Verenigd Links. Voor een lange tijd heerste het idee binnen Podemos, verdedigd door Errejón, dat he 'links noch rechts' is en dat het zijn retoriek moet verwateren om mensen samen te brengen. Errejón verzette zich bitter tegen elk mogelijk pact met IU. Deze vleugel werd effectief verslagen binnen de partij nadat de overeenkomst met IU werd bereikt in de lente. Gisteravond verklaarde Iglesias in een persconferentie op categorische wijze dat hij geen spijt heeft van de samenwerking met IU en dat hij deze zal blijven verdedigen.

Vanmorgen had Errejóns vleugel echter al een giftige verklaring uitgebracht van onenigheid met Pablo Iglesias, waarin openlijk het doorzetten van het bondgenootschap met Verenigd Links in twijfel werd gesteld en waarin er een giftige en scherp geformuleerde aanval werd ingezet op Monedero. Deze had een artikel geschreven waarin beargumenteerd werd dat de campagne 'tandeloos' was, met een 'leeg discours', en waarin hij klaagde dat Podemos een gebrek heeft aan volksmobilisatie en terug naar de straat moet gaan. Aan de kant van Izquierda Unida zullen degenen die tegen de overeenkomst waren, zich nu ook sterker en gerechtvaardigd in hun kritiek voelen.

Marxisten moeten de eenheid tussen Podemos en IU verdedigen, welke niets van doen had met de slechte uitslag. In feite was Alberto Garzón, de leider van IU, een van de populairste leiders van deze campagne, die zelfs boven Iglesias uitkwam. De kreupele verdeeldheid van de linkerzijde die we in het verleden zagen en het sektarisme tussen de activisten van de verschillende partijen, moet te allen tijde vermeden worden. Het is ook mogelijk dat de ondermaatse uitslag leidt tot een verdere verschuiving naar het midden en leidt tot verdere matiging met het excuus dat 'we te radicaal waren'. Dit zou enkel UP's meest standvastige aanhangers ontmoedigen en de twijfel doen toenemen bij de lagen die aarzelen tussen de PSOE en UP. In plaats daarvan zou Unidos Podemos terug moeten gaan tot zijn wortels met betrekking tot zowel de massadeelname (welke enkel mogelijk is met democratische structuren) als met een radicaal programma van oppositie tot het regime.

Onder de zware slagen van de crisis en onder een nieuwe PP-regering, kan UP zijn opmars doorzetten als het geduldig uitlegt dat de establishmentpartijen geen oplossing hebben voor de problemen in de samenleving, en dat de enige weg voorwaarts een grondige transformatie van de samenleving is onder een radicaal linkse regering. Verder hebben we als marxisten beargumenteerd dat een dergelijk programma niet uitgevoerd kan worden binnen de begrenzingen van het kapitalisme. Vandaag de dag kan de uitvoering van de urgente maatregelen waar werkende mensen in Spanje en de rest van Europa behoefte aan hebben, enkel uitgevoerd worden door de onteigening van de kapitalistische klasse, zodat de middelen van de samenleving onder de democratische controle terecht kunnen komen van de velen, niet de enkelen.

 Vindt u dit artikel de moeite ? Steun ons dan ook financieel.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken