De beslissing van de Navo om troepen te zenden naar Kosovo betekent een belangrijk keerpunt. Officieel heeft de Navo de interventie nog niet goedgekeurd, maar de Navo-ministers zijn wel reeds overeengekomen om 30.000 soldaten te zenden wanneer de onderhandelingen tussen de regering van het voormalige Joegoslavië en de rebelen van het Kosovaarse Bevrijdings Leger (KBL) zouden mislukken.

Zoals gewoonlijk stellen de imperialisten hun optreden voor als humanitaire peacekeeping-operaties, maar in feite spelen zij een vuil machtsspel waarin het leven en de rechten van de mensen nog minder waard zijn dan het valse medeleven waarmee zij dagelijks betuigd worden. De Albanese Kosovaren maken ongeveer 10% uit van de populatie van Kosovo. De problemen begonnen echter pas wanneer de Servische leider Slobodan Milosevic tien jaar geleden de autonomie van Kosovo eenzijdig afschafte. Sedertdien behandelt de bureaucratie van Belgrado de Albanese Kosovaren als paria’s. Milosevic speelt met vuur en heeft nu zijn gat verbrand. Het KBL werd ongedurig over de resultaten die aanvankelijk werden bereikt door een meer gematigde politiek en startte een gueurilla-oorlog. Dit leidde onmiddellijk tot repressie door het Joegoslavische (i.e. Servische) leger.

Het optreden van de Navo en de westerse landen is echter geenszins het gevolg van medeleven met het lijden van de Kosovaren. Zij zijn doodsbang dat wanneer ze het conflict niet snel genoeg indijken het zal uitbreiden naar de buurlanden en tot oorlog in de hele Balkan zal leiden. Wanneer Kosovo erin zou slagen los te komen van het voormalige Joegoslavië, zou het onvermijdellijk willen aansluiten bij Albanië. Dit zou in de kaart spelen van ideeën over een groter Albanië, wat op zijn beurt Macedonië kan destabiliseren. In Macedonië maken de Albanezen, die niet bepaald vredig samenwonen met de Servische meerderheid, ongeveer 40% uit van de bevolking

De imperialisten zijn in feite onverschillig voor het lijden van gewone mensen, getuige hun passiviteit bij de slachtingen in Rwanda. Ze treden alleen op wanneer hun belangen rechtstreeks in gevaar komen. Het opbreken van Macedonië zou verreikende gevolgen kunnen hebben voor de Balkan. In een mogelijke oorlog zou niet alleen Servië en Albanië betrokken kunnen geraken, maar ook Bulgarije, Griekenland en Turkije. Ook de fragiele vrede in Bosnië zou in het gedrang kunnen komen. Vooral het vooruitzicht van een mogelijke oorlog tussen twee Navo-leden, Griekenland en Turkije, vervult de Westerse landen met afschuw. Het is niet toevallig dat de eerste Navo-troepen naar Macedonië gezonden worden, om er de reeds aanwezige strijdkrachten te versterken.

De leiders van het KBL hopen op westerse hulp bij hun strijd voor onafhankelijkheid. Ze begrijpen duidelijk niets van de situatie. De imperialisten vrezen een onafhankelijk Kosovo even hard als de machthebbers in Belgrado. Daarom hameren zij voortdurend op de noodzaak van een onderhandelde overeenkomst, met een maximale autonomie van Kosovo binnen de grenzen van Joegoslavië.

De dreiging van troepen is dus geen hulp aan de Kosovaren maar erop gericht om druk uit te oefenen op beide partijen om zo snel mogelijk een compromis te bereiken. Dit wordt echter moeilijk. Elke toegeving van Milosevic beschouwen de Servische chauvinisten als te veel en het KBL als te weinig. Rusland en Frankrijk weigeren elke beslissing om druk uit te oefenen op Belgrado, omdat ze er elk een eigen agenda op nahouden: het opbouwen van steunpunten in de Balkan. Elke deal zal dus steeds op de rug van de Kosovaren zijn. Zij moeten ofwel de dictaten van de imperialisten accepteren, ofwel riskeren om zelf aangevallen te worden.

De Amerikaanse imperialisten zullen hoogstwaarschijnlijk troepen zenden maar zij zullen willen dat hun Europese partners de kolen uit het vuur halen. Zoals gewoonlijk trekt Washington aan de touwtjes en is het Londen dat als eerste danst. Tony Blair probeert momenteel wanhopig te bewijzen dat hij stoerder is dan dan zijn vriendjes in het Pentagon. Dit wijst echter niet op daadkracht of durf, maar toont gewoon de pathetische afhankelijkheid tegenover de transatlantische Big Brother.

De beweging rond Vonk spreekt zich duidelijk uit voor het recht van de Kosovaren op zelfbeschikking. Hiermee is het probleem echter niet opgelost. De vraag blijft hoe dit onder de huidige omstandigheden kan bereikt worden. Het KBL geeft geen duidelijk antwoord. Gezien de huidige krachtsverhoudingen kan hun strijd niet succesvol zijn. Bovendien zou het kunnen leiden tot oorlog in de Balkan, wat tegen de belangen van alle volkeren is.

In feite kan het nationalitetenprobleem in Kosovo niet opgelost worden op een kapitalistische basis. Het enige blijvende antwoord op de problemen in Kosovo ligt in het verdwijnen van de reactionaire chauvinistische kliek in Belgrado en het opzetten van een democratische arbeidersstaat die geen belangen heeft bij het onderdrukken van de Kosovaren of van enig ander volk. Dat is echter de taak van de Joegoslavische arbeidersklasse en van niemand anders. Enkel op basis van een democratische Socialistische Federatie kan er een einde komen aan het eeuwenoude nationaliteitenprobleem. De tussenkomst van de imperialisten in de Balkan kan op geen enkele manier de belangen van de Kosovaren dienen. Zij kunnen enkel een reactionaire rol spelen.

De arbeidersbeweging moet daarom duidelijk klaarte scheppen in de mist van leugens en hypocriete propaganda. Zij moet de zaken stellen zoals ze zijn en bijgevolg moet zij zich ten sterkste verzetten tegen de tussenkomst van Westerse troepen in Kosovo.

Geen vreemde interventie in Kosovo!

Een socialistische politiek is de enige oplossing!

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Onze boeken

Onze boeken