Frans Wuytack zegt geen expert te zijn over Venezuela. Nochtans zijn er weinig of geen Belgen die zo sterk deel uitmaken van de Venezolaanse bevrijdingsbeweging. Binnen de arme wijken van Caracas is Wuytack een begrip. Hij staat symbool voor de strijd om het lot van de armen te verbeteren.

Een krantje van de volkswijk La Vega titelde op de voorpagina bij zijn bezoek in 2000: “Wuytack komt terug naar zijn thuis!” De foto op de voorpagina toont hem sprekend voor de armen. Het laat geen twijfel bestaan, voor die volkse Venezolanen is de Belg Frans Wuytack iemand van hen. Nationaliteit is hier door de gemeenschappelijke strijd iets bijkomstig.

Zijn verbondenheid met Venezuela gaat dan ook ver terug. In februari 1966 arriveerde hij in Venezuela, toen nog als priester. Dat hij zoon is van een nachtarbeider en kleinzoon van een dokwerker, helpt in belangrijke mate verklaren waarom Frans Wuytack sterk aangetrokken was door de bevrijdingstheologie, een linkse stroming binnen het christendom die vooral in Latijns-Amerika enorme invloed kreeg. Al snel vertrok hij uit het rijkelijke college waar de kerk hem had gevestigd, want hij wilde tussen het volk leven. Daarom vestigde hij zich in een volkswijk van de hoofdstad Caracas, de wijk La Vega, waar 120 à 130.000 mensen woonden (ondertussen zijn het er 600.000!). La Vega stond bekend als ‘el barrio rojo’ (de rode volkswijk). Hier bracht hij uiteindelijk vier jaar door, tot hij in 1970 het land werd uitgezet vanwege zijn deelname in de mobilisaties van het volk, zoals betogingen voor watervoorzieningen en landbezettingen van grote bedrijven.

Na een verblijf van enkele jaren in België – waar hij ‘tussen de soep en de patatten’ als havenarbeider een van de toonaangevende figuren was bij de grote dokstaking van 1973 – trok hij na zijn ontslag bij de Antwerpse haven in 1973 terug naar Venezuela, deze keer illegaal want hij mocht het land niet meer binnen. Zoals zoveel revolutionairen in die dagen sloot hij zich aan bij de guerrilla in de bergen voor de gewapende strijd tegen de heerschappij van het kapitaal. Dit verborgen leven was echter niets voor Frans Wuytack. Hij had het contact met het volk nodig. Daarom trok hij opnieuw naar de barrio’s om aan ‘stadsguerrilla’ te doen, wat in dit geval betekende opnieuw protesten en stakingen ondersteunen en organiseren. Uiteindelijk kon de politie hem opnieuw vatten in 1974, waardoor hij een tweede keer uit het land werd gezet.

Vandaag leeft Frans Wuytack met zijn gezin in Wachtebeke. Hij is beeldend kunstenaar en is onder andere bezig aan een kunstproject met jongeren in de volkswijken van Caracas. Vanwege zijn intense banden met de Venezolaanse klassenstrijd wilden we hem uitvoerig interviewen voor onze campagne ‘Handen Af van Venezuela’‘Handen Af van Venezuela’. Wanneer we hem uitleggen wat het doel is van deze campagne en dat intussen ook al enkele vakbonden het initiatief steunen, is hij uitzonderlijk verheugd. “Hebben jullie dat bereikt? Dat is ongelofelijk. Jullie weten zelf nog niet hoe belangrijk het werk is dat jullie nu aan het doen zijn.” Het is duidelijk dat hij vanuit zijn ervaring zeer positief staat ten opzichte van het revolutionaire proces in Venezuela. We laten je dus niet langer op hete kolen zitten…

In de jaren ’60 en ’70 hebt u lang in Venezuela verbleven. Wanneer u er de laatste jaren terugkeert, ziet u dan verandering tegenover vroeger?

Ik ben er aangekomen in 1966. Toen was er ook een democratie, maar het was een democratie van de rijken. En nu is er een democratie van het volk. Toen was er een schijnbare democratie met het masker van de burgerlijke vrijheden, waarachter men zich verschanste om Venezuela naar voren te schuiven als het paradijs. Het was het petroleumparadijs, maar ook een aluminium- en ijzerertsparadijs. Er vielen enorme sommen te verdienen. Dus dat was een democratie van de rijken. Dit gebeurde ook binnen een Latijns-Amerikaanse context van dictaturen, die in Argentinië, die van Somosa in Nicaragua, later die in Chili, die van Banzer in Bolivia. Zelfs Brazilië ontsnapte er niet aan. Daarbinnen was Venezuela schijnbaar een democratie.

Vandaag is het een volksdemocratie. Het is totaal anders op gebied van bijvoorbeeld scholing en kansen. Het is niet het privé-initiatief dat medelijdend of zelfs met goede wil wat kansen geeft aan de armen. Nu beantwoordt het beleid, dat verkozen is door het volk, aan de noden en de voorstellen die het volk heeft gedaan rond het kiezen van zijn verantwoordelijken. In die zin is er een wederzijds verband tussen zij die de macht in handen hebben en tussen het volk. Dat wil niet zeggen dat ik sta te zwaaien met vlaggetjes. Rond Chavez zitten er ook die corrupt zijn. Zijn partij MVR heeft veel mensen toegelaten, wat enerzijds een kracht is maar anderzijds zijn er ook velen met burgerlijke ideeën binnengetreden. Zij hebben niet de revolutie in gedachten zoals Chavez zelf dat heeft.

De burgerij zegt dat er allemaal Cubaanse dokters zitten en dat de Venezolaanse dokters opzij worden geschoven. Dat is natuurlijk onzin. Waar ik pas ben geweest, in Coro, waren nu twee vrouwelijke Venezolaanse dokters en één Cubaanse dokter werkzaam in het project barrio adentro, de grootschalige gezondheidscampagne die aanwezig is in alle arme wijken. Maar toen ik daar vroeger zat, dan kwam geen enkele dokter in de barrio’s (volkswijken), zij gaven daar niet om. Nu heeft iedere barrio zijn gezondheidscentrum. Op dat vlak is het een totale omschakeling. Je kan dat op andere vlakken evengoed zien, bijvoorbeeld in het onderwijs. Iets wat de rechtse oppositie hard aanvalt, is dat Chavez 100 dollar geeft aan iedereen die wil studeren, ook volwassenen. Je hebt een heel gamma van alfabetisering tot universitair onderwijs. Het gaat om duizenden volwassenen in de barrio’s die via zulke programma’s studeren. Eigenlijk krijgen ze een soort werkloosheidsuitkering om zich persoonlijk te ontwikkelen. Chavez wordt voorgesteld als populist, als volksmenner. Maar hij doet in realiteit wel dingen! Het pensioen is opgetrokken van 20 dollar naar 200 dollar, dat zijn geen woorden maar een realiteit!

Wat ik nooit hoor vernoemen, ook niet in de linkse kranten, maar wat zo typisch is, is wat ze in het Spaans noemen ‘lo imaginario collectivo’, de collectieve verbeelding, die de oorsprong is van de mobilisatie. En Chavez pikt daar op in.

Er is geen identiteit van de mens zonder verbondenheid. Het kapitalisme knipt die verbondenheid door. Identiteit bestaat niet zonder anderen want al wat je aan identiteit hebt, heb je van anderen, van je moeder, je vader, je maten, je werk. Wanneer men dat doorknipt, dan ben je niets. Chavez noemt de revolutie ook een poëtische en een spirituele revolutie. Het gaat er niet om dat we allemaal een auto en huisje hebben en dat we dan we heel tevreden zijn. Dat is voor Chavez niet voldoende. Met spiritueel bedoel ik natuurlijk niet dat we allemaal in de kerk moeten gaan zitten. Nee, ik bedoel het culturele, het nadenkende, hetgeen dat verder gaat dan het puur materiële, dan het loon, dan de carrière, want dat wordt ons gewoon ingelepeld door de maatschappij.

Ook ten opzichte van het continent kan hij een totaal ander perspectief doordrukken. Zijn visie van een ALBA staat tegenover de Noord-Amerikaanse ALCA [een vrijhandelszone die heel het continent zou omspannen, nvdr.]. Ik vind het geniaal dat hij zegt tegen Uruguay: “Wij geven jullie petroleum, geven jullie ons cement, maar betaal niet in dollar.” Van het moment dat ze in dollar betalen, vullen ze de kas van Noord-Amerika. Door die ruilhandel schakelen ze Noord-Amerika economisch uit. Hetzelfde met Argentinië, waarmee ze ook petroleum voor andere zaken ruilen. Dát is de vijand kunnen uitschakelen. Zonder dat je een bom moet gooien op New York. Want in de VS zitten ook arbeiders. Laat ons die niet allemaal yankees noemen, maar laten we werken zodat zij van binnenin de burcht het spel kunnen doen springen. De imperialisten hebben niet liever dan dat wij zeggen dat die 230 miljoen Noord-Amerikanen yankees en uitbuiters zijn. Maar daar zitten ook arbeiders! En zelfs linkse intellectuelen zoals Chomsky en Michael Moore.

Wat in Venezuela is aan het gebeuren, is volgens u dus heel belangrijk?

Ik ben geen socioloog, maar volgens mijn eenvoudige visie op de wereld gaat Latijns-Amerika, zoals het nu is aan het evolueren, in de revolutionaire beweging, in de linkse beweging, een grote rol spelen. Niet China, want die zitten al voor een stuk met kapitalisten terwijl de arbeiders nog aan hongerlonen werken. Nee, het is Zuid-Amerika en daarbinnen Venezuela dat de toon aangeeft.

Wat ik daar geconstateerd heb, is dat in Venezuela een stuk wereldrevolutie bezig is. Dat is altijd al bezig geweest, in 1917 in Rusland, onder Mao in China, in 1892 in Gent toen de arbeiders de Marseillaise zongen. Die opstand die niet meer in te tomen is. Het domino-effect waarop Che Guevara gehoopt had, is er toen hij leefde nooit gekomen. Ik denk dat het nu bezig is. Maar op een andere wijze, niet met de pistolen maar door het volk. Mitrailletten kosten geld, maar de aanwezigheid van mensen kost geen geld. Dat is de echte democratie, de dynamiet van de solidariteit, de kracht van de idee. Het volk zal het moeten doen.

Ik geloof niet in de revolutie in één land. Ik geloof in de wereldrevolutie, zowel hier als in Latijns-Amerika. Maar er zijn altijd opvallende hoopgevende gebeurtenissen, dat je zegt “Ginder is het aan het komen”. En dat is vandaag Venezuela. Daar gebeuren de belangrijkste feiten op dit ogenblik in het linkse kamp, in het revolutionaire kamp. We kunnen niet anders dan dat steunen. Zoveel mogelijk steun geven. Geen halfslachtige steun. Er zijn zo van die mensen die iets steunen maar met constante kritiek. Dat wil niet zeggen dat we moeten staan dansen van enthousiasme, maar we moeten wel kunnen zeggen wat een stap vooruit, wat een oneindige stap vooruit het is.

Waarom gaat Latijns-Amerika volgens u zo’n grote rol spelen?

In Zuid-Amerika is er zeker ook een burgerij, en die heult mee met het imperialisme. Maar de grote massa heeft nog dat collectief elan in zich dat wij voor een stuk verloren zijn doordat ze ons van in de school man tegen man en vrouw tegen vrouw opzetten. De mobilisatie naar verbondenheid is daar zeer groot. Een tweede aspect is die collectieve verbeeldingskracht. Misschien is dat nog een erfenis van de indianen. In hun cultuur zaten in mijn ogen veel socialiserende aspecten, niet volledig maar voor een belangrijk stuk. Een derde zaak is de strijdvaardigheid. Ze zitten in de achtertuin van Noord-Amerika. In het pragmatisme van Chavez blijft het revolutionaire aanwezig. Men zegt dikwijls dat de Sovjetunie is ten onder gegaan aan zijn pragmatisme, ook wel aan een bureaucratisch systeem dat groeit wanneer het revolutionaire elan weg is. Het pragmatisme van Chavez blijft revolutionair, het is een Latijns pragmatisme.

Het is ook een andere toon dan Cuba. Cuba was hét voorbeeld in 1959. Maar ze hebben dan gevreeën met Rusland en dat heeft hen wel parten gespeeld. Ze konden natuurlijk niet anders doordat de VS op 60 kilometer verwijderd zat. Ze hebben fantastische dingen gedaan en zijn altijd een ideaalbeeld gebleven voor Latijns-Amerika. Daarom vind ik het zo prachtig dat het zich herhaalt, maar niet op dezelfde wijze. Ze komen niet binnen in Caracas met tanks, nee het is de massa! Dat Chavez na de putsch onder leiding van Carmona [in april 2002, nvdr.] is teruggekomen, kwam dankzij de miljoenen mensen op straat. Dat is een revolutionaire mobilisatie. Dat is een bewuste tussenkomst. Op die mensen is geschoten. Het zijn geen mensen die vinden dat het allemaal wel erg is, maar de volgende dag gewoon naar hun fabriek gaan. Nee, het is een volksrevolutie. Dat is iets wat ik beleefd heb. In ’66 voelde ik het al, maar nu is de intensiteit veel hoger.

Welke rol speelt Chavez juist in die radicalisering?

Willen we werkelijk een volksstrijd maken, dan moeten we het volk daar in betrekken. Waar ze nu staan is natuurlijk niet alleen dankzij Chavez. Chavez is gewoon de lont, de vonk. Ik hoop dat die man daar nog een paar jaar kan blijven.

De sociale tegenstellingen in Venezuela bestonden ook al tien jaar geleden. Er moet een groep mensen zijn die de sociale tegenstellingen ook werkelijk kunnen dynamiseren. De revolutionair moet het masker van het kapitalisme kunnen afrukken, en dat heeft Chavez gedaan op zijn manier. Hij kan dat volks, hij heeft daar geen hoge woorden voor nodig. Het is een intelligente vent maar hij kan met het volk omgaan. Ik heb nooit geweten dat een president in de barrio’s komt, maar Chavez doet dat.

Het groot theater Teresa Careño, gebouwd onder president Caldera van COPEI [de christen-democratische partij, nvdr.], is nu niet meer alleen voor de burgerij. Er zijn voorstellingen voor de mensen van de barrio’s, die mogen daar nu allemaal binnen. Vroeger waren de prijzen gigantisch hoog. Vandaar dat ik zeg: een democratie van de rijken. De toegang was vrij maar je moest er wel het geld voor hebben! Het is zoals Frederik Engels al zei: wanneer er geen mogelijkheden, ook materiële en financiële mogelijkheden, komen voor de arbeidersklasse, dan kunnen we niet spreken over vrijheid. Geld is in de kapitalistische maatschappij een wapen van vrijheid. In die zin schakelt Chavez veel van het geld uit, want de toegang tot onderwijs, tot medicijnen, tot dokters wordt allemaal open gemaakt. In die zin groeit de vrijheid.

Maar vrijheid mag geen individualisme zijn. Vrijheid eist ook verantwoordelijkheid. En dat punt dringt zo goed in de barrio’s door. Het is niet genoeg om te zeggen “wij zijn voor de communisten, voor de socialisten, want ze brengen ons een auto en een TV”. Het is belangrijk om samen te werken voor het welzijn van de mens. Dat is ook iets wat ik wil benadrukken: wacht niet tot je tussen de vier planken van je kist ligt. Het is de moeite waard, je krijgt elke dag een dag van strijdbaarheid, een dag van het leven, dat is oneindig. Dat is het grootste geschenk dat we krijgen. Dat is de universiteit van de revolutie, de universiteit van het volk, waarin we mekaar moeten steunen. De volksuniversiteit, daar zitten wij allemaal in. Meestal heb je de universiteit van het fatalisme, het ‘niets voor niets’ van het kapitalisme en de kleine belangetjes. Onderscheid is de dominantie van het kapitaal. En dat vind ik zo krachtig aan Chavez, die zwiert dat allemaal open. Een kracht is ook dat heel wat linkse intellectuelen er achter staan, dat het niet enkel het volk is. Want een volk kan achtergelaten worden door zijn intellectuelen. Het is zo gemakkelijk je ideeën te begraven en mee te lullen met het systeem totdat de storm geluwd is.

Die revolutie Bolivariana is zo belangrijk in het hart van Zuid-Amerika omdat het een open revolutie is, omdat het een volksrevolutie is en omdat het een strijd tegen het imperialisme is. Het elan dat nu door Zuid-Amerika gaat is zo belangrijk. Ik ben verschillende keren in Venezuela geweest, ik ben geen grote kenner maar ik ken er iets van. Ik was meestal in volkse middens, soms ook tussen intellectuelen. En ik denk dat het van superbelang is voor de mensen en voor de planeet de wijze waarop ze daar bezig zijn. We kunnen niet anders dan dat steunen én ons steentje bijdragen, want niets is volledig. Wie denkt dat een revolutie volledig is, vergist zich. Dat is geen statisch gebeuren, dat is een proces. En ik vind het goed in het procesmatige van die revolutie dat ze er zaken bijnemen, corrigeren enzovoort. Ik ben in Cuba ook al geweest, ik heb in de koffiepluk gewerkt in Nicaragua, maar ik heb nergens zoiets sterk gezien, zo verdedigd door het volk. Dat is ook de kracht van die revolutie.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken