De Verenigde Staten vestigen zeven nieuwe militaire basissen in Colombia. Volgens de oude Cubaanse leider Fidel Castro zijn het evenveel "dolken in het hart van Latijns-Amerika". Zoveel staat in het recentste verdrag tussen de VS en Colombia ter bestrijding van de drughandel en het terrorisme.

Het akkoord zorgde voor een nieuwe crisis tussen de pro-imperialistische regering van President Uribe in Colombia en de revolutionaire regeringen van Venezuela en Ecuador. Het is een politieke en diplomatieke aardverschuiving van formaat op het continent. Venezuela reageerde met de terugtrekking van haar ambassadeur, het sluiten van de grenzen en het stopzetten van de invoer van producten uit het buurland. Bolivia reageerde ook fel tegen het akkoord. Ecuador verbrak haar diplomatieke banden en dreigt nu met het stoppen met de invoer uit Colombia. Volgens militaire kenners is een van de nieuwe militaire basissen gelegen in Palanguero. Hier beschikt het leger al over een luchthaven voor jachtvliegtuigen. Het gebruik van Palanguero vangt het verlies op van de basis in Manta, Ecuador. Hiermee krijgen de Verenigde Staten de volledige controle op de kustlijn en de zee- en luchtroutes van de Stille Oceaan.

We weten al lang dat Colombia het bruggenhoofd is van de VS tegen revoluties en linkse regeringen in Latijns-Amerika, Venezuela in het bijzonder. De (onbestaande) oorlog tegen de drughandel geldt als handig rookgordijn. Het nieuwe verdrag is wel een kwalitatief keerpunt in de militarisering van het land. Op het hoogtepunt van de strijd tegen de FARC, de linkse guerrillabeweging, die actiever en sterker was dan vandaag, bedroegen de legeruitgaven nooit meer dan 2,5 procent van het bbp. Vandaag haalt de begroting voor Defensie 5 procent van het bruto binnenlands product. Enkel landen zoals Saudi-Arabië, Israël en Burundi doen het 'beter'. In Latijns-Amerika bedragen deze uitgaven gemiddeld 1,6 procent van de nationale productie.

De staatsgreep in Honduras en de glimlach van Obama

Een ander dramatisch politiek keerpunt is de staatsgreep in Honduras tegen de democratisch verkozen president Manuel Zelaya. Beide gebeurtenissen, de nieuwe militaire basissen in Colombia en de staatsgreep in Honduras, botsen met de indruk die de glimlachende President Obama over zijn buitenlands beleid wil wekken. We herinneren ons allemaal zijn pleidooi voor dialoog met linkse regeringen, over het ontspannen van de betrekkingen met Venezuela en de handdruk met Hugo Chavez tijdens de Top van de Amerika's. Toen kwam er de staatsgreep, de eerste geslaagde staatsgreep op het continent in de 21ste eeuw. Het is waar dat zowel minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton als president Obama de staatsgreep hebben veroordeeld. Maar niemand gelooft dat een staatsgreep in Centraal-Amerika kan plaatsvinden zonder de medewerking van een beslissend deel van de militaire en geheime diensten van Washington. Hoogst waarschijnlijk heeft Obama niet rechtstreeks samengewerkt aan deze staatsgreep. Dit blijkt uit recente getuigenissen.

Hiermee geven wij geen blijk van illusies in Obama. Hij probeert de Amerikaanse hegemonie op een verschillende manier te verdedigen en te verstevigen door voorkeur te geven aan diplomatie. Hierin verschilt hij van Bush. De meerderheid van zijn 'diensten', staatsapparaat en de burgerij in de VS heeft hem wel voor een voldongen feit geplaatst. In de VS is een belangrijk gedeelte van de burgerij niet opgetogen met de 'ontspannen' aanpak van de nieuwe president, zeker wat Latijns-Amerika betreft. Na de coup heeft Obama echter nog geen opmerkelijke initiatieven ondernomen om de wettelijke toestand van Honduras te herstellen. Rafael Correa, de president van Ecuador, zegt daarover terecht in MO*MO*: "Zo'n aarzelende houding tegen een staatsgreep en een feitelijke regering is ongehoord." Het huidige regime staat of valt bij de gratie van Washington. Maar hun imperialistische belangen staan regelrecht tegenover de beweging rond Zelaya. Hoewel de Amerikaanse regering geen voorstander was van een coup, wou ze wel via de 'grondwettelijke' weg afraken van Zelaya. Een hoge VS-ambtenaar die deelnam aan de discussies met de toekomstige coupplegers geeft toe dat ze naar andere wettelijke middelen hebben gezocht om Zelaya opzij te zetten (New York Times, 30 juni 2009).

Zo gemakkelijk kan men echter de kop van de revolutie niet indrukken vandaag. Twee maanden na de staatsgreep blijft het verzet meer dan standhouden in Honduras. Algemene stakingen en massabetogingen volgen elkaar op. Indien er iemand ooit twijfelde aan de strijdbaarheid van de gewone mensen, kijk dan naar Honduras. De volharding, de verbetenheid waarmee de Hondurese volksbeweging strijdt, is echt pakkend. Het leger en de politie hebben nog steeds geen vat op deze beweging. De repressie schrikt er niemand af. Tijdens een solidariteitsmeeting in Mexico begin augustus stelde president Zelaya dat de staatsgreep van het 'conservatieve' Hondurese volk, een revolutionair volk had gemaakt. De eenheid van alle volksorganisaties, vakbonden, boerenbewegingen, studenten en linkse partijen is nog nooit zo groot geweest als vandaag. Dit is niet Chili 1973 waar het leger er met de grove borstel kon door gaan. De sociale basis van de putschisten is klein, en dat beseffen ze. Ze leven er bij de gratie van het leger, de feitelijke VS-steun en de passiviteit van de meeste regeringen in Latijns-Amerika. Ook het gebrek aan een duidelijke revolutionaire strategie bij Zelaya en bij het 'Front tegen de coup', die de hele verzetsbeweging verenigt, draagt hier toe bij.

Reactie regeringen niet zo eensgezind

De keuze voor een militaire staatsgreep tegen linkse regeringen op het continent is duidelijk niet de meest vanzelfsprekende voor het imperialisme. Ook in de buurlanden, Nicaragua, El Salvador, Costa Rica zijn de massa's woedend. Honderdduizenden kwamen er op straat. "Het is net alsof er in ons eigen land een coup was gepleegd", vertelde een betoger in Caracas. Dit is het algemene gevoel in Latijns-Amerika. De 'zeven dolken' gericht op het hart van de revolutie hebben de spanning nog eens doen stijgen.

Een vergelijkbare eensgezindheid is echter moeilijk te vinden bij de regeringen en staatshoofden. We vermeldden al de reactie van de linkse regeringen in Ecuador, Bolivia en Venezuela. Deze regeringen drukken het anti-imperialistische gevoel uit van hun revolutionaire achterban. Anders gaat het met de regeringen in Brazilië en Argentinië. Toegegeven, ook deze landen hebben scherp uitgehaald naar de VS of naar Uribe naar aanleiding van het nieuwe militaire verdrag. Het is echter een berekende zet in het belang van hun eigen nationale burgerij. Ook proberen ze hiermee hun bevolking te sussen. Hun (minder) harde woorden worden niet gevolgd door daden. Hetzelfde gebeurde met de staatsgreep in Honduras. De valse noot in het koor van veroordelingen kwam in de eerste plaats van Alan Garcia, de Peruaanse president, die Uribe feliciteerde met het nieuwe verdrag. De Chileense president, de rechtse sociaal-democrate Bachelet, koos ook eerst voor een veroordeling van het akkoord. Dan krabbelde ze terug en verstopte ze zich achter de 'soevereiniteit' van Colombia.

Dit bewijst nog eens hoe onmogelijk het is om in Latijns-Amerika de verschillende regeringen tot een gemeenschappelijk verzet te brengen tegen het imperialisme. De burgerlijke regeringen op het continent zullen geen vinger in de weg leggen van een eventuele militaire omverwerping van de regering van Chavez in Venezuela. Zoveel is duidelijk. Hetzelfde geldt voor Ecuador of Bolivia. Er is ook een groot verschil tussen de reacties van regeringen in Ecuador, Bolivia en Venezuela enerzijds en deze van Argentinië en Brazilië anderzijds. Deze laatste regeringen zijn wel verplicht kritische geluiden te laten horen tegen het VS-imperialisme maar zijn niet bekwaam een echte strijd er tegen te voeren, noch tegen hun eigen nationale burgerlijke klasse. In de strijd tegen staatsgrepen kunnen de arbeidersbeweging, de boerenverenigingen enzovoort enkel en alleen maar rekenen op hun eigen kracht. Hiervoor moeten ook de revoluties in Bolivia, Venezuela en Ecuador voltrokken worden met de onteigening van de oligarchen en de imperialisten en de uitbreiding van de revolutie naar de andere landen.

De strategieën van het imperialisme

Het VS-imperialisme bestudeert en evalueert regelmatig de verschillende opties waarover ze beschikt tegen de revolutionaire opwellingen in de wereld. Venezuela staat natuurlijk sterk in de kijker. Na de staatsgreep van 2002, de patronale lock-out, de referenda, de deelname aan de verkiezingen is de laatste jaren de economische sabotage op de voorgrond getreden. In werkelijkheid combineert het imperialisme in samenwerking met haar handlangers, de nationale oligarchie, verschillende tactieken tegelijkertijd. Wettelijke en niet-wettelijke middelen, 'vreedzame' en gewelddadige, politieke en psychologische operaties volgen elkaar op en worden met elkaar uitgeprobeerd.

Tot nu toe zijn deze middelen er niet in geslaagd om de revolutie kopje onder te doen gaan in Venezuela. De krachtsverhoudingen zijn hier niet in hun voordeel. Het VS-imperialisme kiest daarom vandaag meer voor het zoeken van steunpunten binnen de bureaucratie zowel van het oude staatsapparaat als van de Bolivariaanse beweging. Hetzelfde gebeurt ook in Ecuador als in Bolivia. Hiermee wil ze de revolutie van binnenuit afremmen en uitputten. Vooral de ononderbroken economische sabotage ondermijnt de draagwijdte van de sociale hervormingen. Een algemene en directe confrontatie is wegens de krachtsverhoudingen nog steeds niet aan de orde.

Morgen kan dat echter veranderen. De nieuwe militaire basissen van de VS in Colombia zijn een belangrijke waarschuwing vanuit dit oogpunt. We weten al lang dat het grensgebied tussen Colombia en Venezuela, de deelstaat Tachira in het bijzonder, het uitgelezen terrein is voor paramilitaire infiltratie en destabilisatie. In de olierijke deelstaat Zulia zweept de oligarchie ook het separatisme aan dat vergelijkbaar is met dat in Santa Cruz in Bolivia. Voorlopig zijn deze contrarevolutionaire opties niet volledig geactiveerd. De reden hiervoor is dat de krachtsverhoudingen hier nog niet rijp voor zijn.

De staatsgreep in Honduras is daarom een grote waarschuwing. Een belangrijk gedeelte van de oligarchie heeft beslist dat het nu eens tijd werd om hard op de tafel te kloppen. Na alle vergeefse pogingen in Bolivia, Ecuador, Venezuela om de revolutie te stoppen was er nood aan een overwinning. De zwakste schakel werd uitgekozen om toe te slaan en de reacties te testen. Honduras is een levensgrote testcase voor de strategieën van het imperialisme en de rijke klassen. Niet alleen is dat een signaal gericht aan de massa's in Latijns-Amerika, maar ook en vooral naar de 'gematigde' elementen, de bureaucraten, de reformisten, in het linkse kamp. "Pas op, we menen het", is de boodschap! "Als jullie de beweging niet kunnen doen ontsporen, zorgen wij er wel voor met onze middelen. We zijn geen zwakkelingen! Als het moet vliegen we erin", klinkt het. De belangrijkste les is weggelegd voor alle socialisten en revolutionairen in Latijns-Amerika. De VS, de EU en de oligarchie zullen zich nooit verzoenen met de revolutie. De begonnen sociale veranderingen in Bolivia, Ecuador, Venezuela, Honduras, Nicaragua, El Salvador zijn daarom slechts veilig als het kapitalisme is omvergeworpen.

Zie ook het artikel in het Engels over de strijd tegen de staatsgreep in Hondurasartikel in het Engels over de strijd tegen de staatsgreep in Honduras en ook het pamflet dat de kameraden van onze internationale, de IMT, in Honduras verspreidenpamflet dat de kameraden van onze internationale, de IMT, in Honduras verspreiden.

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, schoenen en tekst

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken