Aan de vooravond van Condoleeza Rice’s rondreis door Latijns-Amerika, verscheen er een uiterst provocatief artikel in The New York Times met als titel ‘US Considers Toughening Stance Toward Venezuela’ (VS overwegen hardere houding tegenover Venezuela). Het artikel, ondertekend door Juan Forero, citeert enkele anonieme ‘Amerikaanse functionarissen’ die stellen dat de Bush-regering overweegt om een hardere houding aan te nemen en om meer geld door te sluizen naar organisaties en politieke tegenstanders van de linkse regering Chavez.

Een Amerikaanse functionaris zegt: “In Washington komt men meer en meer tot de conclusie dat een pragmatische relatie met Venezuela – een relatie waarin we over sommige kwesties van mening verschillen maar vooruitgang boeken op andere vlakken – niet langer tot de mogelijkheden behoort (…) We hebben hen zo’n pragmatische relatie voorgesteld. Maar natuurlijk, als zij niet willen, dan kunnen we overgaan tot een meer confronterende politiek.”

Een andere ‘hooggeplaatste republikein’ die werkt rond Latijns-Amerika (ook anoniem) legt uit: “Ze beseffen dat de situatie zeer snel aan het verslechteren is en meer aandacht zal vragen. De huidige politiek waarbij men de andere kant uitkijkt, werkt duidelijk niet.”

De realiteit is echter dat de VS al altijd een ‘harde’ houding ten aanzien van Venezuela hebben aangenomen. Hooggeplaatste VS-functionarissen vergaderden met de leiders van de Venezolaanse oppositie in de weken en dagen voor de militaire coup van 11 april 2002 die Chavez voor 47 uur van de macht verdreef. Er zijn vandaag bewijzen voor het feit dat de CIA voorkennis had over die staatsgreep en voor het feit dat de coupplegers financieel gesteund werden door de Bush-regering. De VS waren overigens de eersten die de illegale regering van Pedro Carmona erkenden. De Bush-regering financierde ook de sabotage van de oliesector in december 2002 en januari 2003. Die heeft de Venezolaanse economie ongeveer 10 miljard dollar gekost. Ze financierden de poging om Chavez via een herroepingsreferendum te verwijderen. Een mens vraagt zich af op welke manier Washington zijn houding ten aanzien van Venezuela nog zou kunnen ‘verharden’ zonder een directe militaire interventie.

Sinds begin dit jaar zijn de beschuldigingen aan het adres van Venezuela ongetwijfeld in volume en intensiteit toegenomen. De VS hebben actief geprobeerd om wapenleveringen vanuit Spanje, Brazilië en Rusland tegen te houden (nadat de VS eerst zelf hadden geweigerd om reserveonderdelen te leveren voor de verouderende Venezolaanse vloot F-16’s) en beschuldigden Venezuela ervan een ‘negatieve kracht in de regio’ te zijn (Condoleeza Rice).

De regering en de media in de VS brengen hun agressieve campagne in een hogere versnelling. De regering van Hugo Chavez is ondertussen zo ongeveer van alles beschuldigd: samenwerking met Noord-Korea, wapenleveringen aan de FARC-guerilla’s in Colombia, het financieren van de ‘subversieve’ MAS in Bolivia, het vormen van een ‘as van het kwade’ met Fidel Castro in Cuba, het opzetten van een wapenwedloop in Latijns-Amerika, het opvangen van terroristen van Al-Qaeda enzovoort. Een recent artikel in de National Review droeg de titel ‘Fidel Castro and Hugo Chavez constitute an axis of evil’ (Castro en Chavez vormen een as van het kwade). In dit buitengewoon agressieve artikel pleit Otto Reich (tot voor kort de VS-staatssecretaris voor Latijns-Amerika) ervoor om de confrontatie aan te gaan met deze ‘opkomende as van de subversie’.

Er wordt nooit enig bewijs aangebracht om deze beschuldigingen te staven. Hun enige bedoeling is om een sfeer te creëren en een indruk te wekken – het soort indruk dat gebruikt kan worden om een interventie te rechtvaardigen. Sinds Josef Goebbels weten we dat elke leugen (zelfs de meest duidelijke) voor waar wordt aangenomen, als ze maar voldoende herhaald wordt. Op dezelfde manier werd een leugen (“Saddam Hoessein heeft massavernietigingswapens”) gebruikt als excuus voor de invasie van Irak. Vandaag weet iedereen dat het een leugen was, maar toen geloofden voldoende mensen het verhaaltje waardoor een daad van agressie kon worden voorgesteld als een daad van zelfverdediging. Vandaag herhaalt de geschiedenis zich.

Al deze krantenartikels en verklaringen van ‘hooggeplaatste functionarissen’ komen niet uit de lucht gevallen. Je krijgt het gevoel dat ze deel uitmaken van een georchestreerde propagandacampagne gericht op de isolatie van Venezuela en op het klaarstomen van de Amerikaanse publieke opinie voor meer directe vormen van interventie in de Bolivariaanse revolutie. Dezelfde methoden zijn gebruikt ter rechtvaardiging van interventies tegen de Cubaanse revolutie, de regering van Arbenz in Guatemala, de regering van Salvador Allende in Chili en meer recent in Nicaragua, El Salvador, Grenada en Haïti. De ingehuurde pers loost eerst een stroom van verdachtmakingen om de publieke opinie wat te kneden en dan komen de zware mannen op het toneel. In sommige kringen staat dit fenomeen gekend als ‘persvrijheid’.

Otto Reich weet hier overigens alles van. In de jaren tachtig stond hij aan het hoofd van de Dienst Publieke Diplomatie voor Latijns-Amerika en de Caraïben van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze propagandadienst hield zich onder andere bezig met het plaatsen van kranteneditorialen om de moordzuchtige Contra’s in Nicaragua te verdedigen. Het onderzoek naar het Iran-Contra-schandaal oordeelde later dat Reich zich schuldig had gemaakt aan verboden en geheime propaganda namens de Contra’s (het volledige vrijgegeven dossier van Otto Reich staat op http://www.gwu.edu/~nsarchiv/NSAEBB/NSAEBB40/http://www.gwu.edu/~nsarchiv/NSAEBB/NSAEBB40/)

Maar laat ons terugkeren naar het artikel van Juan Forero. Zijn enige ‘bronnen’ zijn anonieme functionarissen. De dag nadat het artikel verscheen in The New York Times, verspreidde Washington een persbericht waarin de inhoud van het artikel wordt ontkend.

Forero’s journalistieke verleden met betrekking tot Venezuela is op zijn best wankel. De dag na de militaire coup in 2002 schreef hij een artikel waarin niet één keer het woord ‘coup’ voorkwam en dat de volgende verbazingwekkende titel droeg: ‘Venezuela Chief Forced to resign; Civilian Installed’ (Venezolaanse leider gedwongen af te treden; Burger geïnstalleerd). Dit lijkt sterk op een goed gerepeteerde pantomime: Washington lekt bepaalde desinformatie die het graag gepubliceerd zou zien aan een bevriende journalist. Het materiaal wordt gepubliceerd zonder bronverwijzingen. Eenmaal het ‘nieuws’ overgenomen is door de belangrijkste nieuwsagentschappen, verspreidt het ministerie van Buitenlandse Zaken een persbericht waarin het oorspronkelijke bericht ontkend wordt. Dat persbericht krijgt doorgaans geen enkele aandacht in de media; de schade is ondertussen aangericht.

Het is duidelijk dat de VS steeds vijandiger worden ten aanzien van de Bolivariaanse revolutie. Alle pogingen om de revolutie te breken hebben tot nu toe gefaald. De strategie om Venezuela te isoleren van de andere regeringen in Latijns-Amerika heeft nu eveneens gefaald (de recente tournee van Donald Rumsfeld door de regio kan op dit vlak allesbehalve succesvol genoemd worden). Maar deze mislukkingen betekenen niet dat Washington zijn agressieve houding zal opgeven. Integendeel, de agressie zal opgevoerd worden en gevaarlijke proporties aannemen indien ze niet gestopt wordt door een protestbeweging van onderuit. Deze nieuwe campagne tegen de Venezolaanse revolutie vormt een ernstige bedreiging die de internationale arbeidersbeweging niet aan zich kan laten voorbijgaan.

Dergelijke taal vanwege de VS is in het verleden steeds de voorbode geweest voor een militaire interventie. Dit impliceert echter niet noodzakelijk een invasie. Deze optie lijkt op dit moment eerder problematisch aangezien de Amerikanen vastzitten in het moeras van Irak. Maar de ervaringen in Chili en Nicaragua tonen dat er andere opties zijn: een terroristische interventie, een moordaanslag op president Chavez, een provocatie om een oorlog met Colombia uit te lokken enzovoort. Dát zijn de wapens die ter beschikking staan van Bush, Rusmfeld en Rice.

De enige kracht die de geplande agressie tegen de Venezolaanse revolutie kan verhinderen is de internationale arbeidersbeweging en de arbeiders en jongeren in de VS. Het is tijd om alarm te slaan! Venezuela is in gevaar! Arbeiders, vakbondsleden, jongeren en studenten, intellectuelen en artiesten, zwart en blank, moeten zich nu verenigen om een protestbeweging te organiseren die zo sterk is dat Bush en zijn rechtse bende in het Witte Huis wel verplicht zijn om van gedacht te veranderen.

Laat ons niet wachten tot het te laat is. We moeten nu handelen om de imperialistische agressie te voorkomen tegen een land dat vecht voor de meest elementaire rechten: het recht op nationale zelfbeschikking, het recht om in vrede te leven en zijn eigen toekomst te bepalen zonder buitenlandse inmenging, het recht om een samenleving uit te bouwen gebaseerd op vrijheid, rechtvaardigheid en gelijkheid.

Dit is de echte reden waarom de meest reactionaire kringen in de VS de Venezolaanse revolutie willen vernietigen: omdat ze een voorbeeld is voor de miljoenen armen en onderdrukten in heel Latijns-Amerika. Het Venezolaanse volk heeft democratisch voor deze weg gekozen. Het beleid van Chavez werd geratificeerd tijdens de meer dan zeven verkiezingen en referenda die er zijn geweest sinds zijn verkiezing in 1998. Dit voorbeeld is een gevaar, niet voor de gewone mensen in de VS, maar voor Wall Street, voor de banken, de grote bedrijven en de oliebaronnen die de echte kiezers zijn van George W. Bush.

De Bush-regering, die Venezuela probeert af te schilderen als een ‘gevaar voor de vrede’ omdat het een aantal geweren heeft gekocht van Rusland, spendeert een onwaarschijnlijke 500 miljard dollar per jaar aan wapens. Ze spenderen minstens 6 miljard dollar per maand voor de bezetting in Irak terwijl de overheidsuitgaven voor pensioenen en gezondheidszorg voor de bijl gaan.

Kom in actie! Verspreid dit artikel. Stel een resolutie voor in je lokale vakbondsafdeling. Organiseer bijeenkomsten, manifestaties enzovoort. Contacteer de campagne Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. en vecht mee tegen het imperialisme!

Lees en onderteken de Open brief aan Amerikaanse syndicalistenOpen brief aan Amerikaanse syndicalisten.

Tijdschrift Vonk

Afbeelding kan het volgende bevatten: 1 persoon, schoenen en tekst

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken