Inleiding

De val van het stalinisme en de ineenstorting van de Sovjetunie tussen 1989-1991 betekende dat de Verenigde Staten de volledige hegemonie verworven hebben. Het is de eerste keer in de moderne wereldgeschiedenis dat er zo'n economische en militaire macht in één land geconcentreerd is. Dit laat het imperialisme van de VS toe om de onderdrukking en de uitbuiting van de ex-koloniale landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika te verhevigen. De schuld van de Derde Wereld is na 1990 verdubbeld. Dit betekent dat de volkeren in de ex-koloniale landen volledig onderworpen zijn aan de imperialistische grootmachten.

In het verleden gebeurde deze knechting vooral door een directe militaire en bureaucratische controle, vandaag door de mechanismen van de wereldmarkt en de wereldhandel. De effecten van de dictaten van de ‘vrije’ wereldmarkt op de volkeren van de Derde Wereld zijn echter niet minder brutaal. De handelsvoorwaarden keren zich tegen de onderontwikkelde landen, die gedwongen worden aan de wereldhandel deel te nemen op basis van ongelijke handelsrelaties. Zo is de relatieve prijs van machines en afgewerkte producten die van de kernlanden van het kapitalisme naar de Derde Wereld geëxporteerd worden, veel meer gestegen dan de prijs van de ruwe grondstoffen die door de ontwikkelingslanden geëxporteerd worden. Ze moeten dus meer goederen verkopen om minder in de plaats te krijgen. Dit gecombineerd met de zich opstapelende schuldenlast, de ruïnering van de lokale nijverheid en de armoede van de bevolking, zorgt voor een ondraaglijke ellende in het Zuiden.

Onder de noemer van het neoliberalisme zijn de Amerikaanse, Europese en Japanse imperialisten in de voorbije periode aan een nieuw ideologisch en economisch offensief begonnen. In een verhoogd tempo proberen de kernlanden van het kapitalisme nieuwe markten te veroveren, invloedssferen uit te breiden en bronnen van goedkope arbeid en ruwe grondstoffen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika aan te boren. Bovendien hebben ze een buitengewone druk uitgeoefend op de Derde Wereldlanden om hun tolbarrières op te heffen en om hun markten open te stellen. Deze politiek vernietigt de zwakke lokale industrieën in het belang van de grote multinationale bedrijven en plaatst de meest rendabele sectoren in handen van buitenlandse kapitalisten. Nationale onafhankelijkheid is een holle frase geworden. Wat vaak met ‘globalisering’ aangeduid wordt is eigenlijk een versterking van de greep van de imperialistische grootmachten en de multinationals op alle aspecten van de menselijke activiteit in heel de wereld. Vandaag zijn de volkeren van de ex-koloniale landen nog steeds gebonden aan het imperialisme dat hen reeds lang geketend houdt.

Imperialisme en het Midden-Oosten

De hedendaagse geschiedenis van het Midden-Oosten werd in grote mate bepaald door de inmenging van imperialistische grootmachten. Reeds in de 19de eeuw besefte Groot-Brittannië, de toenmalige supermacht, de voordelen van een sterke greep op het Midden-Oosten. De Engelse burgerij haalde immers een groot deel van haar rijkdom uit haar Indische kolonie. Om hun schepen te beschermen tegen piraten die actief waren in de Perzische Golf, richtte Groot-Brittannië een aantal staatjes op. Deze protectoraten konden hun onafhankelijkheid enkel behouden omdat ze beschermd werden door het Britse imperialisme.

Niet alleen Engeland, maar ook Duitsland zag het belang van deze regio in. Op het einde van de 19de eeuw sloten de Duitse imperialisten een contract met de sultan van het Ottomaanse Rijk (een rijk ter grootte van het huidige Turkije, Griekenland,Bulgarije, Syrië, Jordanië en Irak) voor de bouw van een spoorlijn naar Bagdad en van daaruit naar Koeweit, dat aan de Perzische Golf is gelegen. De Britse heersende klasse zag hierin echter een bedreiging voor haar zeeroute naar het Verre Oosten. Dit conflict was een van de oorzaken die leidde tot de Eerste Wereldoorlog.

De Eerste Wereldoorlog was de uitbarsting van de ten top gedreven wedijver tussen de verschillende Europese imperialistische mogendheden. Na de overwinning op Duitsland en haar bondgenoten verdeelden Frankrijk en Groot-Brittannië de oorlogsbuit onder elkaar. Het grote Ottomaanse Rijk werd opgedeeld en hield op te bestaan. Frankrijk bezette Syrië en Libanon, Groot-Brittannië deed hetzelfde met Palestina en Irak, toen nog Mesopotamië. Aan het hoofd van deze twee landen, die tot één staat verenigd werden, stelden ze een Arabische koning waarvan de trouw verzekerd was.

In 1920 brak een revolutie uit tegen de Britse overheersing. Om de revolutie in de kiem te smoren bombardeerde de Royal Air Force het gebied met gifgas. Winston Churchill, de toenmalige minister van Koloniën, zag hier geen graten in: "Ik begrijp die scrupules over het gebruik van gas niet. Ik ben een groot voorstander van het gebruik van gifgas tegen ongeciviliseerde stammen." Ook de Koerden, aan wie in het verdrag van Sèvres onafhankelijkheid beloofd was, werden bloedig onderdrukt.

De hele Irak-Koeweit problematiek valt eigenlijk terug te voeren tot 1922. Toen scheidde het Britse imperialisme Koeweit van de Irakese provincie Basra zodat de toegang van Irak tot de Perzische Golf verhinderd werd. Het was de bedoeling dat Groot-Brittannië zo sneller kon tussenkomen, mocht de westerse controle over de Iraq Petroleum Company, een consortium van Britse, Franse en Amerikaanse oliemaatschappijen, bedreigd worden. In 1938 herinnerde de Irakese minister van Buitenlandse Zaken de Britse ambassadeur er reeds aan dat Koeweit volgens een verdrag uit 1913 eigenlijk Irakees grondgebied was. Dit gebeurde tevergeefs.

In de jaren '50 kwamen in het Midden-Oosten een aantal burgerlijk-nationalistische regeringen aan de macht onder druk van een massabeweging van boeren en arbeiders. Een aantal onder hen namen anti-imperialistische maatregelen – zoals Nasser in Egypte met de nationalisering van het Suezkanaal – zonder evenwel fundamenteel te breken met het kapitalisme. Syrië brak wel met het kapitalisme. Dit regime was niet socialistisch, maar proletarisch-bonapartistisch. Proletarisch omdat de economie uit handen werd genomen van het binnen- en buitenlandse kapitaal en bijna volledig werd genationaliseerd, wat ten goede kwam aan arbeiders en boeren; bonapartisch omdat de arbeiders en boeren het niet zelf voor het zeggen hadden. In hun plaats regeerde een weinig democratische bureaucratie. Ook de Sovjetunie was in die periode niet socialistisch. In 1917 wierpen de Russische arbeiders met de steun van de boeren het kapitalisme omver en grepen ze zelf de macht. Voor de eerste keer in de geschiedenis werd een stap gezet in de richting van een democratische socialistische maatschappij. Democratisch verkozen raden van arbeiders, boeren en soldaten – sovjets genaamd – vervingen het oude burgerlijke staatsapparaat en beheerden de economie. Onder het stalinisme degenereerde deze arbeidersstaat echter tot een ondemocratisch, corrupt en bureaucratisch bestel.

De regering van Mossadegh nationaliseerde in 1951 in Iran de eigendommen van de Anglo-Iraanse Oliemaatschappij. Dit regime werd echter twee jaar later omvergeworpen met behulp van de CIA. Het Amerikaanse imperialisme deed zijn intrede in de regio. De VS zetten sjah Reza Pahlevi op de troon, een trouwe bondgenoot die snel veertig procent van de Iraanse olie onder controle van Amerikaanse oliemaatschappijen plaatste. William Colby, hoofd van de CIA, noemde deze staatsgreep "de grootste verwezenlijking van de CIA".

In Egypte werden in 1953 delen van de economie genationaliseerd onder president Nasser. Toen hij het Suez-kanaal wilde nationaliseren kwamen Britten en Fransen militair tussenbeide om hun belangen te beschermen.

In 1958 werd door een revolutie de republiek Irak opgericht. Abdek Karim Kassem kwam aan de macht en wilde de kostbare Irakese olie nationaliseren. De CIA beraamde ook tegen hem een complot en de VS-generaals stelden een plan op voor een inval in Noord-Irak met als doel de bezetting van de olievelden in Koerdistan. Kassem plaatste 99,5 procent van de Irakese olievoorraden opnieuw onder staatscontrole en voerde ook landhervormingen door in het voordeel van de landloze boeren. Helaas konden de oliemultinationals rustig verder ontginnen voor eigen rekening in die halve procent van hun concessies waar zij in effectieve productie hadden geïnvesteerd. De jonge republiek had niet de middelen om de rest van de reserves zelf te ontginnen. De kapitalistische machtsverhoudingen in Irak bleven dus ongeschonden en kregen de kans de contrarevolutie voor te bereiden. Dit zou Kassem enkele jaren later duur te staan komen.

Met de steun van Kassem werd in 1960 de OPEC opgericht om de macht van de westerse oliemultinationals te breken. In 1961 verleende Groot-Brittannië de door haar gecreëerde staat Koeweit onafhankelijkheid. Irak verwierp deze eenzijdige erkenning. Kassem werd echter in 1963 vermoord tijdens een coup, opnieuw gesteund door de CIA. Deze coup bracht voor een eerste keer de kleinburgerlijk-nationalistische Ba’ath-partij aan de macht. Het huidige gehate regime in Bagdad kan dus zonder meer worden beschouwd als een creatie van het westers imperialisme. Saddam Hoessein was trouwens een van de jonge Ba’ath-leden die enkele jaren voordien een moordaanslag had gepleegd op president Kassem. Een CIA-agent getuigde cynisch voor de Senaatscommissie over deze coup: "Het doel leed aan een terminale ziekte voor het vuurpeloton in Bagdad." Koeweit maakte van de verwarring gebruik om de grensovergang met Irak, die tot dan in Muttla lag, zeventig kilometer op te schuiven naar het noorden. De coup verliep echter zo wreed en bloedig dat de Ba’ath teveel vijanden maakte op korte tijd. Onder andere vijfduizend communisten en vakbondsleiders werden vermoord, maar ook het leger verteerde de coup niet. Het Ba’ath-regime hield slechts een half jaar stand.

In 1968 kwam de Ba'ath-partij opnieuw aan de macht in Irak, en ditmaal speelden ze het handiger. Vier jaar later besloot deze partij om de olie-industrie te nationaliseren en ging zij meer aanleunen bij de USSR om de niet ontgonnen oliereserves te kunnen aanboren met de hulp van Sovjet-maatschappijen. Deze ontwikkelingen leverden het regime de nodige economische middelen op om een sociale politiek te voeren en de steun van de bevolking af te kopen, hoewel het regime uiterst dictatoriaal te werk ging en elke oppositie brutaal de mond snoerde. Nixon, Kissinger (toen adviseur van de Nationale Veiligheid) en de sjah van Iran besloten toen om de Irakese Koerden te bewapenen en in opstand te doen komen tegen Bagdad, teneinde het Irakese bewind te verzwakken. Het Amerikaanse imperialisme beloofde de Koerden tot het uiterste te steunen. De sjah sluisde Amerikaanse wapens door naar de Koerden en onder druk van Kissinger werd een sovjetvoorstel verworpen om te onderhandelen tussen de Koerden en Bagdad. De CIA leverde via de Israëli's voor zestien miljoen dollar militaire steun aan de Koerden.

In 1975 kwamen de Irakese vice-president Saddam Hoessein en de Iraanse sjah tot een akkoord. Alle hulp van de VS aan de Koerden werd abrupt afgebroken. Vier jaar later echter, in 1979, werd de door de VS gesteunde sjah uit het zadel gelicht door een revolutie. Helaas ontaardde deze revolutie in een machtsovername van islamfundamentalisten onder leiding van Khomeini. Het fundamentalisme in heel het Midden-Oosten is een gevolg van het falen van het Arabisch burgerlijk nationalisme en de onmacht en onwil van de stalinistische ‘communistische’ partijen om een echt socialistisch alternatief te bieden. In Iran, Irak, Soedan, Indonesië en andere landen leidden het burgerlijk nationalisme en het stalinisme tot een catastrofe en de opkomst van monsterlijke dictaturen zoals die van Saddam Hoessein.

Saddam Hoessein kwam in 1979 aan de macht nadat hij – zoals het een leerling en bewonderaar van Stalin betaamt – al zijn rivalen in de Ba’ath-partij hardhandig had uitgeschakeld. Hoessein heeft zowat elke letter die door, voor en over Jozef Stalin geschreven is op zijn boekenplank staan. Toen een westers journalist hem in een zeldzaam interview vroeg of dit ook betekende dat hij communist was, antwoordde Saddam: “Absoluut niet, maar Stalin was dat ook niet.”

In de jaren '80 werden de inmengingen van het Amerikaanse imperialisme in het Midden-Oosten nog groter. In 1980 kondigde president Carter de 'Carter Doctrine' aan. Deze doctrine hield in dat de VS militair zou tussenkomen in de Perzische Golf om haar toegang tot de olie te beschermen. De VS zetten Irak aan om Iran binnen te vallen. De 'Golfoorlog' tussen Irak en Iran duurde acht jaar. De belangen van het Amerikaanse imperialisme in deze oorlog waren duidelijk. Kissinger zei hierover: "Ik hoop dat ze elkaar uitmoorden. Spijtig dat ze niet allebei kunnen verliezen." Koeweit maakte van de verwarring rond de Iraans-Irakese oorlog gebruik om alweer zijn grens naar het noorden op te schuiven. Het nam ongeveer 1400 km² in bezit van het Irakese Rumaila-olieveld. Met de hulp van de VS, die nieuwe boortechnieken leverden, lukte het Koeweit bovendien om olie te boren in het deel van het Rumaila-olieveld dat onbetwistbaar in Irak ligt.

Irak werd in deze periode geschrapt van de lijst der landen die het terrorisme steunen en de VS knoopten zelfs volledige diplomatieke betrekkingen aan met het land. In 1987 kwamen de Amerikaanse strijdkrachten, geleid door Generaal Norman Schwarzkopf, direct tussen in deze Golfoorlog door o.a. Koeweitse en Irakese olietankers te escorteren en Iraanse olieplatforms te bombarderen.

Door de steun van het westers imperialisme en van een aantal Arabische staten was Irak in 1988 uiteindelijk aan de winnende hand. Het bleek echter een Pyrrusoverwinning te zijn. Beide landen waren uitgeput en moegestreden. Saddam voelde zich verraden door zijn Amerikaanse ‘bondgenoten’ omdat zij hem niet voldoende hadden gesteund om de oorlog tegen Iran afgetekend te winnen. Bovendien had de acht jaar durende oorlog Irak aan de rand van het bankroet gebracht en moest er dus een uitlaatklep worden gevonden. Een makkelijk te winnen oorlog om de macht en het prestige van het Ba’ath-regime te herstellen. Saddam vond dat hij als troostprijs recht had op Koeweit en berekende op basis van het oude evenwichtsstreven tussen de grootmachten dat de VS nooit zo ver zouden gaan om hem manu militari terug uit Koeweit te zetten.

In mei 1990 vond er een Arabische bijeenkomst plaats in Bagdad. Daar beschuldigde Saddam Hoessein de kleine Golfstaten ervan een economische oorlog tegen Irak te voeren. Bovendien leefden deze landen de OPEC-productienorm niet na. Vooral Koeweit werd met de vinger gewezen. Saddam besloot Irakese troepen naar Koeweit te sturen.

Op 24 juli 1990 kondigde het Pentagon militaire manoeuvres aan in de Perzische Golf. De Wall Street Journal van 25 juli schreef dat deze een direct gevolg waren van de spanningen tussen Irak en Koeweit. De New York Times van 5 augustus '90 beschreef het emiraat Koeweit als "niet zozeer een land, eerder een familiebedrijf met een vlag, dat handelt in olie". De dag daarop stelde VS-ambassadrice Glaspie Saddam Hoessein gerust: "Wij hebben geen mening over inter-Arabische geschillen zoals uw grensconflict met Koeweit (...) James Baker heeft onze officiële woordvoerder opdracht gegeven om deze richtlijn te benadrukken." Saddam werd dus in zijn opvattingen gesterkt.

De Golfoorlog

Op twee augustus 1990 viel Irak Koeweit binnen. De VN stelden onmiddellijk een embargo in tegen Irak. De VS blokkeerden actief iedere poging tot een vreedzame oplossing van het conflict en stuurden 540.000 manschappen naar de Golf. Saddam Hoessein werd net zoals Nasser, Kassem, Mossadegh, enzovoort, de "nieuwe Hitler" genoemd.

Het is inderdaad waar dat Saddam Hoessein een dictator is, een monster en een vijand van het Irakese volk. Alle socialisten moeten zich daarom duidelijk kanten tegen het huidige Irakese regime. Maar de taak van het omverwerpen van Saddam komt toe aan de Irakese arbeiders, boeren en jongeren. Ze kan niet toevertrouwd worden aan de imperialistische grootmachten die Saddam jarenlang gesteund hebben. De hypocrisie van deze imperialistische machten is stuitend. Irak veroordelen ze met luide stem, maar zelf steunen en bewapenen ze zonder blozen andere reactionaire en dictatoriale regimes in het Midden-Oosten. Turkije, een van de belangrijkste bondgenoten van de VS in de regio, verdrukt en vermoordt de Koerden. Saoedi-Arabië, een andere belangrijke bondgenoot, is een reactionaire, feodale dictatuur die misschien het meest vrouwonvriendelijke land van de hele wereld is. Israël onderdrukt de Palestijnen genadeloos. De regimes van deze landen zijn blijkbaar ‘democratisch’, zolang ze de belangen van de grootmachten dienen.

De VS beweren dat ze het goed voor hebben met het volk van Irak, dat verdrukt wordt door de dictator Saddam. Maar welke houding hebben Groot-Brittannië en de VS in het verleden aangenomen tegenover deze autoritaire despoot? Saddam zou zonder de steun van het Pentagon niet aan de macht gekomen zijn eind jaren ‘70. De regering van de VS koos bij het begin van de oorlog tussen Iran en Irak in 1980 direct de kant van Irak. Toen de oorlog acht jaar later eindigde, repten de VS en Groot-Brittannië zich naar Irak om Saddam wapens te verkopen. Ze waren enthousiast over de mogelijkheden die de Irakese markt voor hen opende. Dat Saddam deze wapens gebruikte om het Irakese volk en de Koerden onder de knoet te houden, interesseerde hen niet.

Pas wanneer Irak Koeweit binnenviel en de goedkope oliebevoorrading van de VS bedreigde werd hij als een “brutale dictator” gebrandmerkt. De VS konden zich bovendien niet veroorloven dat Irak de Koeweitse olievelden in beslag zou nemen en zo een enorme dominantie zou verwerven in de Golf. De VS en Groot-Brittannië steunden Saddam gedurende jaren, niet alleen met geld en de levering van conventionele wapens, maar ook met het soort wapens dat men nu wil vernietigen omdat ze een bedreiging voor de wereldvrede zouden vormen. Alle grootmachten waren en zijn betrokken in de productie van chemische, biologische en nucleaire massavernietigingswapens.

Tijdens de Irakese oorlog gebruikten de Verenigde Staten voor het eerst wapens van een nieuwe generatie, gebaseerd op verarmd uranium. Volgens de Amerikaanse wetenschapper Leonard Dietz was de Golfoorlog de meest toxische oorlog uit de geschiedenis. Deze wapens werden vervolgens ook gebruikt in Servië, onder andere in Kosovo. De gevolgen voor mens en milieu zijn catastrofaal. Verarmd uranium is afkomstig van afval van nucleaire centrales. Het is een zwaarder metaal dan lood, vandaar zijn militaire voordelen. Vandaag gebruikt men het bij het vervaardigen van ontstekingsmechanismen voor kogels en voor blindeerplaten voor tanks. In een uur tijd veroorzaakt verarmd uranium, bij contact met de huid, een straling gelijk aan tweemaal de toelaatbare jaardosis.

Wanneer een verarmd uraniumprojectiel zijn doelwit treft, ontbrandt het ontstekingsmechanisme. Daarbij komen fijne, inadembare radioactieve deeltjes vrij. Ingeslikt of ingeademd kunnen deze deeltjes kanker veroorzaken. Ze kunnen in het bloed doordringen en de hersenen, lever, nieren, beenderen, spieren en de voortplantingsorganen aantasten. Afhankelijk van de wind kunnen deze deeltjes zich over ettelijke kilometers verplaatsen. De radioactiviteit blijft miljoenen jaren bestaan.

In 1991 werden in Irak ziekten vastgesteld die tot dan toe ongekend waren. De eerste ziektesymptomen veroorzaakt door de hoge straling van het verarmde uranium zijn gewrichtspijnen, verlies van haar en tanden, huidziekten en een verzwakt immuniteitssysteem, waardoor de kans op infecties stijgt. Daarna kunnen er leukemie, genetische afwijkingen en disfuncties van de lever of de nieren optreden. Kinderen van Amerikaanse oorlogsveteranen kwamen vaak met een zware handicap ter wereld. Zo’n 50 à 60.000 Amerikaanse soldaten lijden onder de gevolgen van het verarmde uranium. In Groot-Brittannië zijn het er een 3.500-tal. Maar in Irak werden zeker zo’n 250.000 mensen getroffen. De sterfte ligt er heel hoog, maar door het economische embargo beschikt men niet over de middelen om de ziektes te bestrijden. Tijdens de Golfoorlog vuurde men 14.000 grote en 940.000 kleine obussen af. Die verspreidden driehonderd ton schadelijk radioactief stof in de woestijn. Bovendien is slechts een deel van de wapentuigen verwijderd van het slagveld; het grootste deel is bedolven onder zand. Aangezien het regelmatig regent in deze streken, is de kans groot dat het verarmd uranium de drinkwaterlaag zal vervuilen.

De Golfoorlog begon op 17 januari 1991 en duurde 42 dagen. Na de nederlaag van het Irakese leger trok het Amerikaanse leger niet verder naar Bagdad, hoewel niets hen kon stoppen. Ze beseften immers dat ze Bagdad wel konden bezetten maar dat het een andere zaak was om het hele Irakese volk voor een lange tijd te onderdrukken. Net zoals in Viëtnam zou Amerika het Irakese verzet niet weerstaan kunnen hebben. De Amerikaanse imperialisten zouden thuis met een enorme anti-oorlogsbeweging en muitende soldaten te maken kunnen krijgen. In de tijd van Viëtnam had dit tot revolutie kunnen leiden in de VS indien er een revolutionaire massapartij van arbeiders en jongeren had bestaan.

De VS beslisten na de Irakese nederlaag om de soevereiniteit van het land te schenden door een no-fly zone in te stellen die ze samen met de Britten controleerden. Bovendien veroordeelden de VS het Irakese volk tot honger en ziekte door een criminele economische blokkade.

Over het embargo tegen Irak zegt The Economist het volgende:

"De huidige regeling, die inging in april, 'kan nauwelijks voorzien in de levensbehoeften,' volgens Denis Halliday, afgevaardigde van de VN in Irak. Een derde van de twee miljard dollar financiert VN-operaties en vergoedt slachtoffers van de Golfoorlog. Van de rest gaat er 805 miljoen dollar naar voedsel, 210 miljoen dollar naar gezondheidszorg. Het weinige dat overblijft gaat naar Iraks gehavende infrastructuur: elektriciteit, hygiëne, onderwijs. Dat geld is helemaal niet voldoende. Hospitalen hebben niet alleen een tekort aan medicijnen als antibiotica, maar hebben ook niet genoeg handschoenen voor dokters en lampen voor operatiezalen. Het maandelijkse rantsoen gaat twee weken mee, ondervoeding komt overal voor. Meneer Annan wil de energieopname optrekken van 2.030 calorieën per hoofd tot 2.450, een beetje meer proteïnen toevoegen aan het eten en extra eten voorzien voor bijna twee miljoen kwetsbare mensen. De meeste Irakezen proberen te overleven. De scholen bevinden zich in slechte staat en er zijn geen boeken aanwezig, laat staan computers. Kinderen blijven ervan weg om te bedelen aan verkeerslichten in Bagdad. De gebouwen in de stad verkrotten; veel sanitaire voorzieningen bestaan niet langer. De straten zijn veranderd in tweedehands markten waar mensen hun versleten schoenen en andere waren trachten te slijten." (The Economist, 7 februari ‘98)

In de voorbije periode werd Irak bijna onophoudelijk aan routineuze bombardementen onderworpen, zonder dat de westerse media zich daarom bekommerden. Alleen in 1996 en in 1998 werd Irak nog eens een hot item. Toen beslisten de VS en Groot-Brittannië om Irak aan te vallen met kruisraketten. Ze gebruikten de onderdrukking van de Koerden door Saddam als excuus. De ironie hiervan is schrijnend: de grootste vijand van alle onderdrukte volkeren in de wereld is immers de VS. De enige redenen voor de aanval op Irak waren de economische en strategische belangen van de grootmacht Amerika.

Net zoals tijdens de Golfoorlog in 1991 faalden de VS in hun belangrijkste doel: het omverwerpen van Saddam en het installeren van een marionettenregering in Bagdad. In elke oorlog is het eerste slachtoffer de waarheid. Tijdens de Golfoorlog ontstond er een immense mediacampagne om de westerse publieke opinie ervan te overtuigen dat een precisiebombardement voldoende was om de oorlog te winnen en dat door de 'precisie' van deze ‘slimme bommen’ alleen militaire en geen civiele doeleinden getroffen zouden worden. In werkelijkheid vielen er vele civiele slachtoffers. De geschiedenis heeft bovendien aangetoond dat het onmogelijk is een oorlog te winnen met enkel de inzet van een luchtmacht. Voor een beslissende overwinning moeten grondtroepen ingezet worden, iets wat niet vanzelfsprekend is in de VS na de Viëtnamoorlog. De Amerikaanse bevolking wil immers niet betrokken worden in een operatie die vele levens van Amerikaanse soldaten zou kosten.

De wapeninspecteurs

Een steeds terugkerend element in de aanvallen op Irak is de kwestie van de VN-wapeninspecteurs. Deze inspecteurs moeten reeds van 1991 het Irakese grondgebied controleren op de aanwezigheid van massavernietigingswapens. Een rapport bewijst dat reeds in 1993 zo’n 90 procent van alle basissen gecontroleerd was. De wapeninspecties bleven echter verder duren. Irak heeft dan verschillende keren wapeninspecteurs het land uitgestuurd en het beschuldigde hen zelfs van spionage. Deze beschuldiging werd gestaafd door een van de wapeninspecteurs zelf, Scott Ritter. Hij verklaarde bovendien dat Irak geen massavernietigingswapens meer bezat. Desondanks bombardeerden de VS en Groot-Brittannië Irakese basissen om deze massavernietigingswapens uit de weg te ruimen.

De idee dat men zomaar het Irakese arsenaal van chemische, biologische en nucleaire wapens kon en kan vernietigen door bombardementen, is waanzinnig. Zelfs al bezat Bagdad nog grote hoeveelheden van dergelijke wapens – wapens die gefabriceerd werden met de kennis en medewerking van het Westen – hoe kan men dan weten waar deze wapens zich precies bevinden, als de hele kwestie juist was dat Bagdad de wapeninspecteurs verhinderde om ze te ontdekken? Zelfs al mochten de VS over deze kennis beschikken, dan is een bombardement het laatste middel dat geschikt is om dergelijke hoog besmettelijke en dodelijke wapens te vernietigen.

Dr. Douglas Holdstock over de bombardementen:

"Zenuwgassen als VX en biologische agentia als anthrax worden mogelijk wijd verspreid als gevolg van de bombardementen; enkel precisieaanvallen kunnen de hoge temperaturen en druk produceren om de wapens deftig te vernietigen. De kennis om zo’n precisie te verwerven lijkt niet binnen handbereik. Indien Irak chemische en biologische wapens heeft in bruikbare raketten, zouden deze gebruikt kunnen worden als vroeg antwoord op een aanval. Een gebied dat besmet is met anthrax, is jaren onbewoonbaar. Minder dan één gram (een druppel) VX, dat geabsorbeerd wordt door de huid, is binnen de minuut fataal indien er geen spoedbehandeling plaatsvindt of indien er geen specifiek tegengif voorhanden is."

De enige manier om een dodelijke uitstrooiïng te voorkomen is een bombardement dat zulke hoge temperaturen veroorzaakt dat alle sporen vernietigd worden. Dit betekent dan ook het einde van de hypocrisie van de 'smart bombs', die zogezegd weinig doden zouden veroorzaken.

De hele discussie rond de wapeninspecties is eigenlijk naast de kwestie. De echte bedoeling van de burgerij van de VS en Groot-Brittannië is niet het uitschakelen van Saddams – echte of imaginaire – wapenarsenaal, maar wel het veilig stellen van hun eigen economische belangen in de regio en het terroriseren van het Irakese volk en iedereen die hen durft weerstaan. Wie daaraan twijfelt, heeft niet goed gekeken naar het uiterst amusante diplomatieke schouwspel in september. Wanhopig toch maar een voorwendsel te vinden om Irak uiteindelijk te bombarderen, als het dan toch moest liefst met de zegen van de Verenigde Naties, eiste Bush van Irak onmiddellijke toelating van de wapeninspecteurs. Zoniet zou militaire actie onvermijdelijk worden. Heel waarschijnlijk tot grote verbazing van de VS (hun officiële reactie op het antwoord van Saddam liet verdacht lang op zich wachten), die vermoedden dat Saddam dit nooit zou toelaten en de weg dus vrij zou zijn voor een aanval met de goedkeuring van de VN, stemde de dictator van Irak toe.

Intussen heeft Bush al laten blijken dat de toelating van de wapeninspecteurs er voor hem niet toe doet en dat Irak toch nooit zal voldoen aan de VN-resoluties. Vrij vertaald: “Het maakt ons niets uit, bombarderen zullen we!” Het valt dan ook te verwachten dat bepaalde wapeninspecteurs opzettelijk zullen provoceren, in de hoop Saddam iets in de schoenen te kunnen schuiven, waardoor het ideale excuus uiteindelijk toch gevonden wordt en een ‘casus belli’ concrete vormen zal aannemen.

De rol van Tony Blair

Dat de VS de hoofdrol spelen in dit oorlogsdrama is duidelijk. Bush staat, net zoals Clinton voor hem, echter niet alleen in zijn imperialistische kruistocht. Als voorvechter van het kapitalisme kan hij rekenen op zijn trouwe schildknaap Tony Blair die hem slaafs in zijn waanzin volgt. De positie van Blair kan verklaard worden vanuit twee fundamentele zaken: de positie van de Britse heersende klasse in de wereldeconomie en de politiek van het rechts-reformisme.

Ten eerste is Blairs houding een symptoom van de complete ineenstorting van het Britse imperialisme op wereldschaal. Groot-Brittannië is in de 20ste eeuw langzaam maar zeker gedegradeerd tot een derderangsmacht. De zogenaamde ‘speciale relatie’ die Blair wil behouden tussen de VS en Groot-Brittannië is een eufemisme om de vernederende afhankelijkheid van Groot-Brittannië aan te duiden. Vanuit het standpunt van het Amerikaanse imperialisme is Groot-Brittannië de enige betrouwbare bondgenoot in Europa. Dit werd bevestigd door de haast en de volgzaamheid waarmee Blair aan Bush zijn steun betuigde.

Een tweede aspect is het rechts-reformisme. De politiek die Blair voert is er een van tegenhervormingen: maatregelen die de sociale verworvenheden willen terugdraaien. Dit weerspiegelt de druk van het kapitalisme op de Britse arbeiders- en jongerenbeweging. Zowel in binnenlandse kwesties als in de buitenlandse politiek gedraagt Blair zich als een marionet van kapitalisme en imperialisme.

Net zoals in Amerika is er in Groot-Brittannië een oppositie tegen de oorlog. Verschillende belangrijke vakbonden mobiliseren nu al tegen de oorlog. Vanuit Labour laten de links-reformisten hun protest horen. Ze doen dit echter niet vanuit een consequente klassenpositie, waarbij ze de strijd voor een socialistische transformatie van de maatschappij vooropstellen, maar wel vanuit een verward pacifisme. Tijdens de bombardementen tegen Irak klaagden ze dat deze acties tegen het internationaal recht waren. Op zich is er niets op tegen om het internationaal recht waarop de imperialisten zich zo graag beroepen, in hun eigen gezicht te slingeren. Maar dit internationaal recht is betekenisloos als de fundamentele belangen van het imperialisme en kapitalisme op het spel staan. De links-reformisten zoeken naar een diplomatieke oplossing die er niet is. Diplomatie in de huidige wereldpolitiek is enkel een middel van de imperialistische grootmachten om hun belangen te verdedigen. Waar de diplomatie faalt wordt de politiek voortgezet met andere middelen en grijpt men naar de wapens.

De Verenigde Naties als instrument van de grootmachten

Zoals wel vaker het geval bij imperialistische agressie, vragen bepaalde mensen dat het aan de Verenigde Naties toekomt te beslissen of een eventuele aanval gerechtvaardigd is. Alsof dat een garantie is dat er geen oorlog zal zijn! In de media wordt vaak aangehaald dat Saddam de resoluties van de VN-Veiligheidsraad met de voeten treedt. Dat kan best zo zijn, aangezien er al talloze resoluties opgelegd werden aan een land dat jarenlang te lijden had onder een moordende economische blokkade. Enkel een regime dat aan alle voorwaarden van de VS voldoet – en dus niet meer of niet minder dan een marionet is in handen van de machtigste natie op aarde – zal ooit kunnen voldoen aan alle resoluties. De vraag die niemand echter stelt is sinds wanneer een inbreuk op de resoluties van de VN-Veiligheidsraad een aanleiding is voor unilaterale militaire actie van de VS. Israël lapt ontelbare resoluties aan zijn laars, en toch is er niemand op het Witte Huis die protesteert tegen de brutale bezettingspolitiek van de heersende kliek rond Sharon. Hetzelfde doet Turkije in Cyprus, en Marokko in de Westelijke Sahara. Het unilaterale optreden van de VS opent de deur naar een oorlog van allen tegen allen.

Het is duidelijk dat de VS de VN enkel gebruiken als het hen goed uitkomt. Van bij haar ontstaan al is de VN een instrument waar de verschillende imperialistische landen dankbaar gebruik van maken om hun eigenbelang na te streven. In Korea en Kongo was de VN niet meer dan een vijgenblad om de ware bedoelingen van de VS te verbergen. En laat ons niet vergeten dat de Golfoorlog tien jaar geleden de zegen had van diezelfde VN.

Op andere momenten negeert de VS schaamteloos deze machteloze instantie. Zo bombarderen Britse en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen al meer dan tien jaar doelwitten ten noorden en zuiden van Irak. De beruchte 'no-fly zones', gebieden waar geen Irakese vliegtuigen mogen vliegen, werden eenzijdig vastgelegd door Washington, zonder VN-mandaat. De Amerikaanse regering ondermijnde trouwens zelf de inspectiepolitiek van de VN door UNSCOM te infiltreren met CIA-agenten, die zo doelwitten konden identificeren voor Amerikaanse bommen en Saddams bewegingen in de gaten konden houden. Midden september ging Bush zo ver voor de algemene vergadering van de Verenigde Naties de VN zelf een ultimatum op te leggen: Amerika’s agressie goedkeuren, of “irrelevant” worden, wat neerkomt op de terugtrekking van de VS uit de VN.

De dubbele moraal van de Amerikanen is zo duidelijk dat zelfs een kind dit kan zien. Saddam Hoessein moet gestraft en geëlimineerd worden omdat hij niet aan alle VN-voorwaarden voldoet, maar de VS zullen Irak binnenvallen en een marionettenregering aan de macht brengen – het valt af te wachten of dit zal lukken – of de VN dat nu wil of niet! De imperialistische staten kunnen doen wat ze willen; de semi-koloniale landen uit de periferie moeten luisteren. En wie niet horen wil, moet voelen.

Achterliggende redenen voor de oorlog

De dreigende taal van cowboy Bush zorgde wereldwijd voor heel wat kritiek. Zelfs een trouwe bondgenoot als Saoedi-Arabië was hoegenaamd niet gelukkig met de plannen van Bush. Aanvankelijk werd het gebruik van Saoedische militaire basissen uitgesloten, maar intussen is de heersende kliek daarop teruggekomen. Niettemin is vooral de toon in het Midden-Oosten heel sceptisch. De president van Egypte, Moebarak stelde in een toespraak op 27 augustus dat na een eventuele aanval op Irak “geen enkele Arabische leider de woedeuitbarsting van de massa’s zou kunnen intomen”. De huidige leiders van de landen in het Midden-Oosten, en vooral dan diegenen die goede relaties onderhouden met de VS, voelen dat de grond onder hun voeten wel eens gauw zou kunnen wegzakken. Ze beseffen heel goed dat er geen enkel stabiel regime is in het Midden-Oosten. Een Amerikaanse aanval zou hetzelfde effect hebben als een brandende lucifer in een kurkdroge prairie.

Na zoveel waarschuwingen dat een aanval op Irak erg dom zou zijn, zou men zich kunnen afvragen waarom Bush alle kritiek naast zich neer legt. Waarom wil Bush koste wat het kost op oorlogspad gaan, terwijl dat reusachtige gevolgen zou kunnen hebben voor de hele regio?

Het antwoord is gedeeltelijk te vinden in de voortzetting van de logica die gehanteerd wordt door het Amerikaanse buitenlandse beleid sinds 11 september, toen Bush zichzelf het recht toeëigende overal ter wereld tussen te komen. Dit is op zijn beurt het gevolg van de nooit eerder geziene situatie sinds de val van de Sovjetunie, waarbij de hele wereld gedomineerd wordt door één enkele grootmacht. De VS hebben enerzijds bijna de helft van de wereldwijde wapenproductie in handen maar anderzijds verloren ze tegen het einde van de 20ste eeuw aan invloed. China breidde haar invloed gestaag uit in Azië; het Europese imperialisme in Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Oost-Europa; de zogenaamde schurkenstaten (Iran, Irak, Libië, Noord-Korea, Cuba) konden zich alle in meerdere of mindere mate uit hun Amerikaans opgelegde isolement werken door handels- en diplomatieke betrekkingen aan te gaan met Europa en andere landen; en het Amerikaans imperialisme werd in de zogenaamde Derde Wereld steeds meer geconfronteerd met revolte tegen de ‘Washington consensus’. Daarom achtte de Amerikaanse heersende klasse het tijd om een ‘operatie inhaal’ te lanceren en hun dominantie opnieuw te bekrachtigen, gebruikmakend van hun militaire overmacht. De VS denken dat ze de publieke opinie in de rest van de wereld veilig naast zich neer kunnen leggen en eenvoudigweg kunnen handelen zoals ze dat wensen. De verwijdering van Saddam Hoessein zou als sterke waarschuwing gelden voor de volkeren van het Midden-Oosten en de rest van de wereld: doe wat wij zeggen, of draag de gevolgen!

Uiteraard spelen er sterke economische factoren mee. Nu de hele wereld in de greep is van een economische recessie, waarvan niemand weet hoelang ze zal duren en hoe zwaar ze zal zijn, willen de VS maar al te graag de controle verwerven over de voornaamste hefbomen van economische macht: een gegarandeerde toegang tot olievoorraden. Het is een publiek geheim dat de buitenlandse agenda van Bush voor een groot deel bepaald wordt door de Amerikaanse energiemonopolies. Irak beschikt over de tweede grootste olievoorraad ter wereld. Door beslag te leggen op de olie van Irak verbeteren de VS aanzienlijk hun positie tegenover de andere spelers op de wereldmarkt. Vanuit het standpunt van de VS bekeken is dit belangrijker dan ooit, nu hun trouwe bondgenoot en olieproducent Saoedi-Arabië steeds onstabieler wordt en ook de toevoer vanuit andere olielanden zoals Venezuela en Indonesië (Aceh) onzekerder wordt. De laatste tijd zijn de relaties tussen Saoedi-Arabië en de VS niet meer wat ze geweest waren. Het Saoedische regime lijkt de interne onrust die door het land waart minder en minder te kunnen beheersen. Men was niet eens in staat met harde hand op te treden tegen Al Qaeda. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat het reactionaire en pro-Amerikaanse bewind omvergeworpen wordt. In dat geval zouden de Amerikaanse troepen die ginds gestationeerd zijn, de smalle kuststrook innemen waar de olie geconcentreerd is en het zand aan de inwoners van Saoedi-Arabië laten.

De onrust in het Midden-Oosten, die niet lijkt af te nemen en mogelijk resulteert in oorlog, dreigt een scherpe stijging van de olieprijzen te veroorzaken waarover de VS geen controle hebben. Dit zou op zijn beurt zowel de Amerikaanse als de wereldeconomie dol doen draaien. Indien de Amerikanen hun handen zouden kunnen leggen op de Irakese olie, zouden ze als het ware verzekerd zijn voor de toekomst. Ze zouden zich in de comfortabele positie vinden om naar believene olie uit de grond te halen en zo de prijzen stabiel te houden.

Het zou echter verkeerd zijn het zwarte goud als enige oorzaak voor een eventuele aanval op Irak te zien. Economische belangen zijn vanzelfsprekend een grote factor in het internationale steekspel tussen de verschillende kapitalistische machten, toch verklaren ze niet alles. Tevens van belang is het prestige van de machtigste staat van de wereld. Sinds de val van het stalinisme is de grote vijand het 'communisme' verdwenen. Er moest dan ook een geschikte externe vijand gevonden worden die met alle mogelijke zonden beladen kan worden en vooral goed is om de gewone Amerikaanse belastingbetaler te overtuigen van de noodzaak fabelachtige sommen geld te besteden aan wapens. Vandaar ook de verschillende 'schurkenstaten' – veelal landen waarin de VS in het verleden nog vele dollars gepompt hebben als het hun imperialistische belangen goed uitkwam – die deel zouden uitmaken van een zogenaamde 'as van het Kwaad'. Opvallend in de eerste toespraak van George Bush na de aanslagen van 11 september is dat hij de oorlog verklaarde aan niemand in het bijzonder en aan iedereen in het algemeen. Dit was louter een excuus om de VS het recht te geven om militair tussenbeide te komen in elk land dat niet in de pas loopt. In de woorden van Bush: wie niet aan onze zijde staat, is tegen ons!

Na 11 september wilden sommige haviken in de Bush-regering meteen het vel van Irak, hoewel er tot op de dag van vandaag nog steeds geen bewijs is van banden met Al Qaeda en met de terroristische aanslagen. Meer gematigden als minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell – de zogenaamde duiven – wezen op dit kleine detail en slaagden er zo in een aanval op Irak uit te stellen. De reden voor deze koerswijziging was van puur tactische aard. De VS hadden bondgenoten nodig in hun 'oorlog tegen het terrorisme'. Zowel de bondgenoten in Europa als in het Midden-Oosten vroegen echter bewijzen vooraleer enige militaire actie ondernomen werd. Aangezien er geen bewijs voorhanden was om de aanslagen in de schoenen van Saddam te schuiven, was Washington verplicht zich te beperken tot Afghanistan, waar Osama bin Laden zich zou schuilhouden.

Geconfronteerd met groeiende sociale en economische crisis en de daaruit voortvloeiende ontevredenheid van brede lagen van de Amerikaanse bevolking, tracht de heersende klasse de ideologische en politieke controle te behouden door de bevolking te desoriënteren en hun protest in veilige kanalen te leiden. De 'oorlog tegen het terrorisme' is inderdaad een uitstekend middel om de recente reeks schandalen (Enron, Worldcom enzovoort) toe te dekken. Zeker nu blijkt dat vele politici, waaronder vice-president Cheney en George W. Bush himself, zelf betrokken zijn in talloze onfrisse praktijken, kan een oorlogsmedicijn wonderen verrichten.

Oorlog en de strijd voor het socialisme

Door de bemoeienissen van de imperialistische grootmachten bevindt het Midden-Oosten zich in een voortdurende staat van instabiliteit. Kapitalisme noch stalinisme kunnen een uitweg bieden in dit conflict. De situatie van de Koerden in Irak illustreert dit. Zonder socialistische revolutie in Turkije is het recht op zelfbeschikking voor de Koerden in Noord-Irak, Turkije en Iran een illusie. Deze staat zou door Turkije, dat nu samen met Israël Amerika’s belangrijkste bondgenoot in de regio is, op staande voet vernietigd worden. De reactionaire en onderdrukkende regimes van het Midden-Oosten, zowel van Irak, Jordanië, Israël, Saoedi-Arabië, Iran, enzovoort, moeten omvergeworpen worden door de bevolking zelf, waarvan de arbeiders, jongeren en vrouwen het voortouw zullen nemen.

Wij verzetten ons tegen het reactionaire buitenlandse beleid van de Verenigde Staten. In plaats daarvan ijveren wij voor een krachtige tegenbeweging, en dit op internationale schaal. Onze Amerikaanse kameraden van de Workers International League (zie www.socialistappeal.org) geven het goede voorbeeld door in ‘the belly of the beast’ zelf protestacties te organiseren, lezingen te geven en politiek materiaal te verspreiden onder jongeren en werkende mensen.

Het is belangrijk dat de beweging tegen de oorlog een duidelijk programma hanteert. Wij denken dat een socialistisch programma de enige echte oplossing is voor de huidige waanzin. Het is niet voldoende te stellen dat men "tegen de oorlog" is. Elke kapitalistische politicus zal deze leuze graag onderschrijven, te beginnen met George W. Bush zelf.

Imperialistische oorlogen zijn nu eenmaal een nevenproduct van de inherente tegenstellingen van het kapitalistische systeem. De algemene crisis van het huidige economische systeem leidt tot een verbeten strijd tussen de verschillende imperialistische machten, die de hele wereld opdelen in markten en invloedssferen. Oorlogen zullen blijven bestaan zolang dit verrotte systeem niet vervangen wordt door een harmonieuze democratisch geplande economie waarbij niet langer de winsten centraal staan, maar de mens en de natuur. Dit kan niet bekomen worden door vage morele oproepen om te 'onthaasten' of door pleidooien voor kleinschaligheid (wat zou neerkomen op het terugdraaien van de klok). Socialisten ontkennen zeker niet de historisch progressieve rol die het kapitalisme gespeeld heeft in het ontwikkelen van de productiekrachten. Deze rol van het kapitalisme is nu echter uitgespeeld. Meer dan ooit blijkt dat de 'markteconomie' in een reactionaire fase terechtgekomen is en een rem betekent op menselijke ontwikkeling. De enige manier om vrede tot stand te brengen is door de macht van de banken en grote bedrijven, die onze planeet om zeep helpen, te breken.

De nieuwe agressie van het machtigste land ter wereld tegen een verarmd land dat al jaren verlamd is door een verwoestend economisch embargo, is een krenking van elke menselijke waarde. Deze monsterlijke en gewelddadige ingreep kan niet gerechtvaardigd worden. De Amerikaanse imperialisten hopen dat ze zo alle volkeren kunnen terroriseren en intimideren. Dit staatsterrorisme is terrorisme van de ergste soort. Elke poging deze brutaliteit goed te praten in naam van de zogenaamde oorlog tegen het terrorisme is een lugubere grap. In plaats van hun doeleinden te verwezenlijken, zullen de imperialisten een massale golf van revolte veroorzaken die heel het Midden-Oosten op haar grondvesten zal doen daveren. Onvermijdelijk zullen nieuwe en verschrikkelijke terroristische aanslagen het gevolg zijn en zullen in het ene land na het andere de kiemen geplant worden voor nieuwe oorlogen, haat en geweld. Een systeem dat zulke monsterachtigheden voort kan brengen, staat veroordeeld voor de rechterstoel van de geschiedenis.

Richt samen met ons in elke school, aan elke universiteit, in elke werkplaats anti-oorlogscomités op en vecht met ons voor de volgende eisen:

* Stop het moordende embargo tegen Irak! Dit embargo treft de gewone bevolking en houdt de kliek rond Saddam in het zadel!

* België uit de NAVO, de NAVO uit België!

* Geen Amerikaanse wapentransporten via Belgische havens! Belgische havens wapenvrij! Voor een syndicale boycot (dokwerkers, havenkapiteindiensten en andere personeelscategorieën) van het militaire transport (lossen, laden, loodsen en gebruik van andere infrastructuur) in de Belgische havens.

Tijdschrift Vonk

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken