“Ik zou eerder voor iets stemmen dat ik wil en het niet krijgen, dan te stemmen voor iets wat ik niet wil, en het krijgen.”
Eugene Debs

De Amerikaanse presidentsverkiezingen 2004 wijzen op alweer een keerpunt in het snel veranderende bewustzijn van de Amerikaanse arbeidersklasse. De uitkomst, die geen verrassing zou mogen zijn voor onze lezers en die van Marxist.comMarxist.com, verbrijzelde de hoop van miljoenen mensen die oprecht dachten Bush kwijt te kunnen geraken door voor een ‘minder kwaad’ te stemmen.

De Democraten kregen ongelooflijk veel steun in grote bevolkingscentra met een sterke concentratie van vakbondsmilitanten, minderheden en armen in het algemeen. Deze kiezers zijn duidelijk op zoek naar een oplossing voor de economische en sociale crisis waarmee ze geconfronteerd worden. Steun aan de Democraten was voor miljoenen mensen een gezonde afwijzing van het beleid van Bush, en een verschuiving naar ‘links’ (volgens Amerikaanse standaarden tenminste). Bij gebrek aan een alternatief knepen vele kiezers hun neus dicht en stemden ze voor Kerry. Door hun hoop echter op de Democraten te stellen, kregen ze niet alleen niet het ‘minste kwaad’; ze kregen het ‘grotere kwaad’. John Kerry zei veel meer dan bedoeld toen hij in zijn concessietoespraak verklaarde: “We kunnen deze verkiezing niet winnen.” De belangrijkste les die we uit de verkiezingen van 2004 moeten trekken, is dat de arbeidersklasse niet op de vertegenwoordiging van een andere klasse kan rekenen om haar strijd te voeren. We kunnen enkel op onze eigen krachten en organisaties vertrouwen en moeten een massa-arbeiderspartij opbouwen die onze belangen echt kan verdedigen.

Nog voordat alle stemmen geteld waren, belde Kerry naar Bush om zijn verlies toe te geven en Bush te feliciteren met zijn overwinning. Het voornaamste onderwerp van hun conversatie was de nood aan ‘genezing’ en ‘nationale eenheid’. Volgens Kerry’s eigen woorden is er een ‘verschrikkelijke nood aan eenheid’. Bush belichtte dit punt ook in zijn aanvaardingstoespraak. Beide burgerlijke kandidaten beseffen dat ze in het vuur van de verkiezingsstrijd zowel de hoop als de woede van miljoenen mensen gewekt hebben, vooral bij aanhangers van de Democraten, wiens oprechte verzuchtingen naar een verbetering van hun situatie nogmaals verraden werden. Amerika is gepolariseerd zoals nooit tevoren. Aangezien de opgehoopte woede en frustratie, die zich onder het oppervlak opbouwt, geen uitdrukking gevonden heeft in de stembureaus, zal ze in de komende periode genoodzaakt zijn op een andere manier te exploderen. Daarom is het hun topprioriteit om op te roepen tot eenheid, vergeving, respect, wederzijds begrip enzovoort. Met andere woorden, nu de verkiezingen achter de rug zijn, moet iedereen die dacht dat stemmen echt een verschil zou maken, voor nog eens vier jaar gewoon naar huis gaan en de professionele politici-miljonairs de zaak laten afhandelen. Dit is nu net wat arbeiders niet moeten doen.

In een angstaanjagend maar niet verrassend resultaat dat ons herinnert aan de verkiezingen van 2000, was de Amerikaanse presidentsverkiezing in eerste instantie te gelijk opgaand om af te kondigen. Zoals verwacht won Bush de landelijke, traditioneel republikeinse bolwerken in het zuiden en een groot deel van het westen, terwijl Kerry erin slaagde het meer dichtbevolkte noordoosten, een groot deel van het middenwesten en de westkust voor zich te winnen. Florida ging gelijk op, maar uiteindelijk won Bush. Deze keer focuste de controverse zich op de sterk betwiste schommelende staat van Ohio.

Treffend is dat Ohio de finale veldslag was voor ‘s werelds machtigste positie. Het is in vele opzichten een microkosmos van Amerika: een schril contrast tussen de conservatieve landelijke gebieden en de massale industriële steden, geplunderd door de economische crisis. Sinds 2000 is 1 op 23 jobs daar gesneuveld. Per capita zijn er in Ohio onder het bewind van Bush meer fabrieksbanen verloren gegaan dan in eender welke andere staat. Ondanks een reusachtige afname over de voorbije twintig jaar, heeft Ohio nog steeds een meer dan gemiddelde vakbondsconcentratie van 16,8 procent, vergeleken met 13,1 procent nationaal. In overeenstemming met een typische Amerikaanse tegenstelling zijn arbeiders in Ohio evengoed lid van de vakbond als van de Nationale Jagersassociatie. Het lijkt niettemin vruchtbare grond voor elke kandidaat die tegen Bush en zijn verwoestende economische beleid ingaat. Uiteindelijk slaagden de Democraten er niet in de mensen aan te zetten om naar buiten te komen en voor hen te stemmen, wat we in ons Amerikaans perspectievendocument 2004 als een zeer reële mogelijkheid opperden (lees deel 1deel 1, deel 2deel 2 en deel 3deel 3. Hierdoor kon de conservatieve restant van de Amerikaanse samenleving de stemmen binnenrijven.

Marx legde uit dat een burgerlijke democratie net dat is: een democratie voor de burgerij. Om de zoveel jaar krijgen we de kans te kiezen welke vertegenwoordiger van de bazen ons verkeerdelijk zal vertegenwoordigen in de regering en een bewind voeren dat enkel de heersende klasse ten goede komt. Dit jaar is daar geen uitzondering op. Arbeiders, minderheden, vrouwen en armen in het algemeen zijn de echte verliezers. Ongeacht de uiteindelijke uitslag was het van in het begin duidelijk dat de kapitalistische klasse aan de macht zou blijven, terwijl men de belangen van de arbeidersklasse zou blijven vertrappelen. Nog vier jaar Bush zal een voortzetting inhouden van de schaamteloze oorlog van de heersende klasse tegen arbeiders in het binnen- en buitenland. Indien Kerry erin geslaagd was op het kantje af een overwinning te halen, dan zou hij fundamenteel hetzelfde beleid als Bush voortzetten, zij het met een ‘vriendelijker, liever’ gezicht.

We zouden hoe dan ook nog steeds verveeld zitten met de bezetting van Irak, de ‘oorlog tegen terrorisme’, Taft-Hartley, een stijgend begrotingstekort, economische crisis, militarisering, de ‘Patriot Act’ en een desintegrerende sociale infrastructuur. Dit zijn allemaal onderdelen van het kapitalistische systeem – niet van het ene of het andere individu. Electorale beloftes behelzen zoveel lege woorden. Denk eraan dat Bush campagne voerde op basis van ‘Amerika eerst’, een platform dat buitenlandse interventies en natieopbouw verwierp. Uiteindelijk kwam de realiteit aankloppen en handelde hij ernaar; met als doel de verdediging van de Amerikaanse bedrijfsbelangen. Terwijl individuele karakteristieken duidelijk de details beïnvloeden, zijn de fundamentele belangen die door beide kandidaten verdedigd worden dezelfde. Beiden zijn schalkse verdedigers van de belangen van de heersende klasse – dat is de job waarvoor ze wedijverden.

Democratie?

Bush, Kerry en alle andere kapitalistische politici zijn er snel bij om andere landen de les te lezen over de noodzaak van democratie en vrije, eerlijke verkiezingen. Deze verkondigingen zijn het toppunt van cynisme. Het is algemeen geweten dat de Verenigde Staten, voor de rest van de wereld gepropageerd als het lichtend voorbeeld van democratie, er in werkelijkheid ver van af staat. Er is niet zoiets als een vrije en eerlijke verkiezing, en het dunne laagje democratie wordt enkel gehandhaafd om te verbergen dat slechts een handvol zeer rijke mensen het voor het zeggen hebben in alle belangrijke kwesties.

In een presidentiële campagne waarbij de winnaar alles neemt, krijgt hij volledige controle over de uitvoerende tak van de Amerikaanse regering. Er worden ontelbaar veel kabinetsmedewerkers en federale rechters aangesteld, niet verkozen, en ze worden bijna altijd overweldigend goedgekeurd door het Congres (de Democraten keurden vorige keer alle uiterst reactionaire benoemingen van Bush goed – mensen als Rumsfeld, Rice, Powell, Rove en Wolfowitz). Deze mensen voeren het dagelijkse bestuur van de regering en ze zijn op geen enkele manier verantwoording verschuldigd aan de kiezers.

En er is natuurlijk ook het Electoraal College, een opstelling waarin er geen algemene, directe verkiezing is, maar eerder een verkiezing van kiesmannen die door de politieke partijen zelf gekozen worden. Op slechts een handvol uitzonderingen na krijgt de winnaar van de algemene verkiezing van de staat ook alle stemmen van de kiesmannen. Deze electorale stemmen worden toegekend op basis van bevolking, maar aangezien elke staat een minimum van drie kiesmannen krijgt, hoe klein de bevolking ook is (twee voor elke senator, één voor elk lid van het Huis van Afgevaardigden), bevoordeelt dit de meer conservatieve rurale gebieden van het land. Een staat als Noord-Dakota bijvoorbeeld krijgt drie kiesmannen voor zijn schamele 650.000 inwoners (een kiesman per 217.000 inwoners). Vergelijk dit met New York en diens 31 kiesmannen en een populatie van 20.000.000 (een kiesman per 645.000 inwoners). Deze keer won Bush ook de algemene verkiezing, dus was er niet zo’n enorme controverse over het Electoraal College, maar het is niet ongewoon dat de winnaar van de algemene verkiezing het presidentschap verliest. Dit kunnen we maar moeilijk een schitterend voorbeeld van democratie noemen.

‘Onregelmatigheden’ in het kiesproces

De twee partijen van de big business losten de Ohio-kwestie snel op, om het electorale systeem te redden van nogmaals een beproeving die het vertrouwen aan het wankelen zou brengen, zoals we in 2000 zagen. Toch wil dit niet zeggen dat alles vlot verlopen is. In 2000 was alle aandacht op Florida gericht, maar in feite zijn fraude en misdrijf wijdverspreid over het land. Gedurende de recentste verkiezingen waren er talloze incidenten van fraude, geknoei met stemmen, bedrog, smerige trucjes en intimidatie. En dat is slechts het topje van de ijsberg.

Er waren goed gedocumenteerde dossiers van tien- zoniet honderdduizenden ontbrekende stembiljetten van afwezigen, ontelbare gevallen van frauduleuze registraties en kieslijsten, en flagrante fouten van de zogenaamd waterdichte ATM-machines, die naar schatting door 45 miljoen kiezers gebruikt worden. Zoals gerapporteerd door Yahoo! News, meldden kiezers bij een verkiezingsdag-hotline serieuze problemen met de machines, gaande van verkeerd aangeduide keuzes tot vastgelopen schermen die hun stemmen in onzekerheid lieten. Hoe komt het dat ATM-machines onfeilbaar zijn wat betreft de distributie van cash, maar dat ze niet geprogrammeerd kunnen worden om stemmen nauwkeurig te registreren? Zeker als we in overweging nemen dat ze vier jaar tijd hebben gehad om de problemen van 2000 te corrigeren?

In Daytona Beach, Florida, gingen 13.244 vroege stemmen verloren toen medewerkers van het stembureau de stroomtoevoer voor een stemmentellende machine afsloten. Ze beweren dat de stemmen manueel heringevoerd werden, maar in de commotie van de verkiezingsdag lijkt het onwaarschijnlijk dat alle gelijkaardige fouten gecorrigeerd zijn. Coördinators van stembureaus in Philadelphia meldden talrijke problemen, voornamelijk in zwarte buurten, waaronder kapotte stemmachines en pogingen om kiezers te intimideren. Kiezers in Maryland zeiden dat kandidaten van het Congres niet op de stembiljetten stonden, terwijl in Florida sommigen aan vrijwilligers van de hotline vertelden dat hun stembiljetten al ingevuld waren wanneer ze wilden stemmen. Anderen stonden voor de deur van een stembureau dat vroeger gesloten werd, of kregen in de dagen ervoor brieven met de melding dat, door de geplande kiezersopkomst, de Republikeinen op dinsdag zouden moeten stemmen en de Democraten op woensdag. Onderzoeksjournalist Greg Palast beweert dat ongeveer een miljoen gerechtigde kiezers, die grotendeels tot arme minderheden behoren, van de registratierollen geveegd werden voordat het stemmen zelfs begon.

In een volgende poging tot intimidatie van kiezers verordende het Hooggerechtshof dat partijkandidaten de legitimiteit van de registratie van kiezers in vraag kunnen stellen. Het registratieproces is vaak log en tijdrovend, wat velen ervan weerhoudt om er zich überhaupt zorgen over te maken. En nadat je je door die hoop gewerkt hebt, riskeer je nu dat je stemrecht ‘in twijfel getrokken wordt’ door een lid van een politieke partij op het stembureau zelf dat er op uit is je te diskwalificeren. Op een grote universiteit werd aan 6.000 studenten verteld dat ze niet konden stemmen omdat hun namen ‘verloren’ waren op de registratielijst. Om deze problemen aan te pakken voorzagen heel wat stembureaus voorlopige stembiljetten voor diegenen die niet konden bevestigen dat ze gelegitimeerde kiezers waren. In theorie zouden deze stemmen later geteld worden, indien ze konden bevestigen dat ze effectief stemgerechtigd waren. Maar in de praktijk zullen slechts enkele zoniet geen van deze stemmen geteld worden, aangezien de uitslag reeds afgerond is. Hetzelfde geldt voor de duizenden stembiljetten van afwezigen die ingevuld werden vóór de verkiezingsdag.

En wat was het antwoord van de Democraten op dat alles? Het uitzenden van advocatenteams om toezicht te houden op de verkiezingen. Elke partij die echt bezorgd zou zijn om de preventie van fraude, zou de mensen gemobiliseerd hebben om zelf een oogje in het zeil te houden bij de verkiezingen, in plaats van te vertrouwen op de diensten van een ‘vliegend piket’ van rijk betaalde advocaten en partijgangers. Ze hebben duidelijk een diepgewortelde angst en afkeer van de massa die ze beweren te vertegenwoordigen. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat kiezers, zelfs diegenen die een stem uitbrachten, een groot wantrouwen hadden tegenover het electorale proces. Peilingen voor de verkiezingen toonden aan dat nationaal slechts 51 procent het gevoel had dat de stemmen eerlijk geteld zouden worden, terwijl dit cijfer in Florida en Ohio terugvalt naar slechts 40 procent.

Zoals altijd in de Amerikaanse politiek deelde het grote kapitaal de lakens uit. De verkiezing van 2004 was de langste en duurste politieke campagne uit de Amerikaanse geschiedenis. Alles samen werd er 600 miljoen dollar uitgegeven aan televisie- en radioreclame alleen, wat tweemaal zoveel is als in 2000. Het vraagt niet veel verbeelding om te bedenken wat er anders met dat geld gedaan had kunnen worden. Een jonge kiezer, geïrriteerd door de eindeloze stroom van patriottische en negatieve aanvallende reclames, vatte haar houding tegenover de verkiezing als volgt samen: “Het is de enige manier om een einde te maken aan de reclame.”

Adverteerders geven niet voor niets elk jaar miljarden uit. Ze weten heel goed dat efficiënt adverteren mensen ertoe kan aanzetten nutteloze producten te kopen die ze niet nodig hebben. Hetzelfde geldt voor politici. Verslaggevers stelden openlijk dat die en die kandidaat een overweldigend ‘geldvoordeel’ hadden, en daarom heel waarschijnlijk zou winnen – en in bijna alle gevallen wonnen ze ook. Enkel de rijken kunnen zich een campagne veroorloven, ofwel door hun persoonlijke rijkdom aan te spreken, ofwel door grote giften op te halen van andere rijke individuen en bedrijven. Aan deze giften zijn heel zeker voorwaarden verbonden. Zoals we in Amerika zeggen: there’s no such thing as a free lunch.

We hebben de versnellende polarisatie van de Amerikaanse samenleving al veel beschreven op deze website en Marxist.comMarxist.com. De kloof tussen rijk en arm is groter dan ooit tevoren, en neemt met de dag toe. Dit heeft geleid tot diepgaande klassentegenstellingen in de samenleving die op een verwrongen manier uitgedrukt worden wegens het gebrek aan een levensvatbaar alternatief van de arbeidersklasse. Rijke, conservatieve kiezers steunden over het algemeen Bush, terwijl arme, meer ‘liberale’ kiezers meestal Kerry steunden [‘liberal’ heeft in de VS een andere connotatie dan bij ons, vrij vertaald betekent het een ‘progressieve’, n.v.d.r.]. Het is daarom niet verwonderlijk dat Bush won onder kiezers met gezinsinkomens boven 100.000 dollar en onder kerkgangers. Drie vierde van de blanke kiezers die zichzelf omschreven als herboren christenen of evangelisten, steunden Bush. Daartegenover staat dat ongeveer 90 procent van de zwarte kiezers op Kerry stemden, wat ook geen verrassing is. Maar de daling van steun voor de Democraten onder Latino’s was wel verbazingwekkend, met slechts 56 procent die voor Kerry stemden.

De conventionele wijsheid vertelde dat een grotere kiezersopkomst in het voordeel van de Democraten zou uitdraaien, en de Republikeinen deden hun best om de aantallen laag te houden. Uiteindelijk was de Republikeinse mobilisatie om te gaan stemmen gelijk aan die van de Democraten. Vooral in landelijke gebieden die bijna een weggevertje waren voor Bush, mobiliseerden ze kiezers, waardoor de algemene cijfers over de gehele staat omhoog geduwd werden en Bush belangrijke stemmen kreeg in staten zoals Florida en Ohio. Het is echter interessant dat, terwijl er een recordopkomst was in sommige gebieden, vooral in de schommelende staten geen enkele partij erin slaagde om haar harde kern meer te mobiliseren dan ze in 2000 deden. Bush vermeerderde zijn aanhang niet onder religieus rechts, en Kerry kon het aantal zwarte of vakbondsmilieus die hem steunden, niet verhogen. Zelfs wanneer geconfronteerd met de arrogantie en openlijk reactionaire politiek van Bush, bleven miljoenen thuis, zonder onder de indruk te zijn van de milde ‘oppositie’ van Kerry. Met Bush weten ze op zijn minst wat ze krijgen.

Bush zou zijn ‘historische’ overwinning graag promoten als een mandaat van de Amerikaanse bevolking, maar dit strookt helemaal niet met de waarheid. Wanneer we rekening houden met de miljoenen Amerikanen die geen stem konden uitbrengen omdat ze gevangen zitten, geen documenten hebben of van de kiezerslijst geschrapt werden om een waaier van redenen, dan zou het niet onredelijk zijn te stellen dat Bush waarschijnlijk slechts door 20 procent of zo van de Amerikanen verkozen werd. Vergelijk dit even met kiezersopkomsten bij recente verkiezingen in Venezuela, waar een volle 90 procent deelnam.

We zeggen het nogmaals: de Democraten bieden geen oplossing

Velen zullen zich de vraag stellen hoe het mogelijk is dat de meest incompetente, arrogante, onwetende en gehate president van vandaag op post bleef terwijl hij er om te beginnen nooit had moeten zitten. Velen zullen de Amerikanen in het algemeen afschilderen als een onwetende kudde, die zich vrijwillig naar de slager laten leiden. Dit zou een grondig verkeerde indruk zijn van de Amerikaanse arbeidersklasse.

De reden voor deze tegenstelling is niet zo moeilijk te verstaan wanneer we ze vanuit een klassenperspectief benaderen. De belangrijkste oorzaak van deze uitslag is te wijten aan het door de big business gedomineerde tweepartijenstelsel dat het Amerikaanse politieke leven momenteel in een wurggreep houdt. De staat Ohio was niet de beslissende factor in de verkiezingen, wel het feit dat de meeste Amerikanen geen alternatief zien in een van de partijen. Met hun “Iedereen behalve Bush” hebben veel te veel oprechte progressieven, die beter hadden moeten weten, een blinddoek opgezet voor John Kerry. Daarmee negeerden ze het feit dat hij een afgevaardigde is van de kapitalistische klasse en dus onmogelijk de arbeidersklasse kan vertegenwoordigen. Miljoenen Amerikaanse arbeiders begrijpen dit instinctief en lieten Kerry aan zijn lot over bij de verkiezingen.

De voornaamste kwesties die de Democratische kiezers dreven, waren Irak en de economie. De oorlog in Irak stond op de New Yorkse lijst van bezorgdheden hoger dan terrorisme, ondanks de afschuwelijke aanvallen van 11 september. De keuze van Kerry als presidentskandidaat toont een volslagen gebrek aan verbondenheid met de oprechte basis van de Democraten die hen als een alternatief zien. Ook al kwamen er velen naar buiten om voor dit ‘mindere kwaad’ stemden, toch is het geen verrassing dat miljoenen anderen onverschillig bleven voor een kandidaat die GW vrij spel gaf wat betreft Irak, die het idee steunt om er meer troepen en meer geld naartoe te sturen, zonder een echt plan om deze bezetting te beëindigen behalve dan het uitnodigen van anderen in deze modderpoel. Na deze bittere nederlaag zullen aanhangers van Kerry gedwongen worden om opnieuw na te denken over hun steun aan een partij die een kandidaat naar voren schuift die voor de oorlog is.

In een tweepartijenstelsel stemmen velen niet zozeer voor wat ze willen, maar tegen wat ze niet willen. De enige echte optie is om op ‘die andere’ te stemmen. Dit bracht miljoenen mensen ertoe om tegen Bush te stemmen ondanks hun bange vermoedens over Kerry. Het leidde ook tot de afwijzing van een aantal Democraten, inclusief de minderheidsleider in de Senaat, Tom Daschle, wiens laffe ‘oppositie’ tegenover de Republikeinen de voorbije jaren een klucht was.

Feit is dat een grote meerderheid van de Amerikanen ofwel tegen GW en zijn politiek stemden, ofwel helemaal niet stemden. Hoewel hij de algemene verkiezing won, zijn Bush en zijn beleid allesbehalve populair. De meerderheid is beslist niet voor wat hij doet. Miljoenen mensen konden echter niet verleid worden om naar de stembureaus te gaan voor iemand die op elk fundamenteel vlak een virtueel evenbeeld is van Bush. Waarom zou je per slot van rekening van paard veranderen tijdens de race? De schuld rust regelrecht op de schouders van de Democraten, die onmogelijk de belangen van de arbeidersklasse kunnen verdedigen. Hoe kunnen ze ook anders, wanneer ze even diep in de zakken van het grootkapitaal zitten als de Republikeinen?

Bush mag dan wel een ‘domme redneck’ zijn, maar bij veel mensen komt hij over als een ‘fatsoenlijke kerel’ en ‘down to earth’ – iemand met wie ze een pint zouden kunnen drinken terwijl ze maandagavond naar het voetbal kijken. De kracht van deze indrukken mag niet onderschat worden. Vergeleken met de gereserveerde, saaie Kerry, die de rijkste president in de Amerikaanse geschiedenis geweest was indien hij gewonnen had, is het niet verwonderlijk dat vele ‘gewone’ Amerikanen liever een ‘gewone’ president zouden hebben.

In sommige delen van Amerika braken de opkomstcijfers records en lagen ze dus veel hoger dan in 2000. Maar de opkomst was niet groter dan tijdens de Reagan-periode, het was zelfs minder dan in ’92, toen Bill Clinton Bush Sr. versloeg. Als Kerry er in geslaagd was om slechts 1 à 2 procent van de miljoenen thuisblijvers te inspireren om voor hem te stemmen, dan zou hij gemakkelijk in een groter aantal staten gewonnen hebben. Hij had met andere woorden het presidentschap kunnen winnen. Hij faalde hierin omdat dit impliceerde dat hij met overtuiging de belangen van de arbeidersklasse zou moeten verdedigen, en hiertoe is hij simpelweg niet in staat.

Bush is de eerste president sinds de Grote Depressie van de jaren ‘30 die electorale vooruitgang boekt ondanks een verlies aan banen – 1 miljoen banen! En toch was Kerry niet in staat om hier op in te spelen. Hij verkoos om zijn energie te steken in het bewijzen dat hij even sterk, of zelfs sterker was dan Bush op gebied van nationale veiligheid. Ondanks zijn beloftes had Kerry, net zoals Bush, geen concrete plannen om gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting voor iedereen beschikbaar te maken. Kerry’s voornaamste plan om het verlies aan banen te stoppen, was om de achterpoortjes te sluiten die het bedrijven mogelijk maken om werk uit te besteden overzee. Er was geen sprake van een programma van openbare werken om de infrastructuur terug op te bouwen en om kwalitatieve banen voor iedereen te voorzien. In plaats daarvan deed hij zijn best om George W. te overtreffen qua aandacht voor het terrorisme en de oorlog in Irak. Hierbij blijft hij dus ook steun geven aan de voortzetting van de antidemocratische Patriot Act (met hier en daar een ‘kleine aanpassing’) en wil hij de oorlog in Irak ‘efficiënter’ voortzetten. Hoe zou het dan mogelijk geweest zijn om de miljoenen gemarginaliseerde Amerikanen te mobiliseren om voor hem te stemmen?

Zelfs na het erkennen van zijn nederlaag, beloofde vice-presidentskandidaat John Edwards er voor te vechten dat elke stem zeker zou tellen. Zijn demagogische belofte kwam veel te laat. Het moment om te vechten voor de zaken die de werkende klasse aanbelangen, was vóór de maanden in de aanloop van de verkiezingen, niet nadat de resultaten al bekend waren. Met nog enkele maanden te gaan om de strijd te voeren tegen de meest gehate, incompetente en onwetende president van de recente geschiedenis, hebben de Democraten niks anders gedaan dan valse hoop opwekken bij miljoenen Amerikanen. Dit bevestigt nog meer wat we al die tijd al geduldig uitleggen: de Democraten zijn niet in staat om de werkende klasse vooruitgang te bieden. Zij kunnen geen twee meesters dienen: big business en de werkende klasse.

We hebben een grote arbeiderspartij nodig om de Republikeinen te verslaan

De komende jaren zullen vele plotse en snelle veranderingen brengen die gepaard zullen gaan met frappante veranderingen in het bewustzijn en een massale deelname aan het politieke leven. Vele mensen zijn momenteel in shocktoestand door het resultaat. Wat nodig is, is een heldere en nuchtere analyse gebaseerd op de ideeën van het marxisme. Zonder deze analyse zal alles in een puinhoop eindigen. De overwinning van George W. betekent absoluut niet het einde van de wereld. Integendeel, de politieke situatie in de Verenigde Staten begint nog maar net verhit te geraken.

Al diegenen die hysterisch schreeuwden voor “Iedereen behalve Bush” – met andere woorden voor Kerry te stemmen – om de zittende president te verslaan, hebben heel wat stof tot nadenken in de komende weken en maanden. Voor hen was het steunen van de Democraten een ‘praktische’ oplossing, want aan een echt alternatief werken – een grote arbeiderspartij – was ‘onrealistisch’ of ‘te veel werk’. Ondanks hun oprechtheid in het promoten van deze strategie heeft hun aanpak tot bittere ontgoocheling en desillusies geleid. Al het geld, al de tijd en energie die door honderdduizenden oprechte tegenstanders van Bush gespendeerd werden, zijn verspild.

Vakbondsmilitanten in het bijzonder zouden eens diep moeten nadenken over het beleid van hun leiders om de Democraten te steunen. Ontelbare miljoenen aan vakbondsschulden en uren vrijwilligerswerk werden verkwist. Als men al deze inspanningen had aangewend voor het opbouwen van een alternatief voor de arbeidersklasse, zouden de fundamenten voor toekomstige electorale strijd al gelegd zijn. De strijd tegen de aanvallen van de bazen moet krachtig en militant uitgevoerd worden op de werkvloer, maar dat alleen is niet genoeg. Politieke vertegenwoordiging voor Amerikaanse arbeiders is de eerste vereiste om de uitvaardiging van antisyndicale en asociale wetten van de partijen van de bazen ongedaan te maken. Enkel wanneer er een grote arbeiderspartij aan de macht komt, kunnen we het voorzien van basisrechten zoals kwalitatieve banen, algemene gezondheidszorg, onbeperkt onderwijs en veilige, betaalbare huisvesting voor iedereen nastreven. De vakbonden moeten onmiddellijk breken met de Democraten, die hen keer op keer verraden. Als de huidige leiding weigert om dit te doen, moet ze vervangen worden door eerlijke arbeiders uit de basis die wel willen vechten voor de rechten van hun leden.

Ja, we willen de Republikeinen verslaan. Ja, we verwerpen het asociale beleid van Bush. Ja, we moeten fel terugvechten tegen deze aanvallen. Maar we kunnen ons politiek lot niet langer in handen geven van een partij die organisch niet in staat is om onze belangen te verdedigen. Nader, de groenen en de diverse kleine partijen die kandidaten naar voren schoven, hadden geen effect op de verkiezingen en zullen nooit op massale steun kunnen rekenen. De oprichting van een omvangrijke arbeiderspartij met een basis in de vakbonden is de dringende taak van de Amerikaanse arbeidersbeweging.

De burgerrechten, met hoofdzakelijk het stemrecht van alle minderheden en vooral van alle Afro-Amerikanen worden voortdurend geschonden door het tweepartijenstelsel. De woede en frustratie die zich opbouwt bij zwarte arbeiders en bij jongeren moet gekanaliseerd worden in échte verandering. Zoals een zwarte activist over Kerry becommentarieerde: “We wilden wel warm lopen voor Kerry, maar we konden het gewoonweg niet.” Alleen een grote arbeiderspartij kan deze beslissende laag van de werkende klasse een werkelijk alternatief bieden. Een dergelijk partij zou de beste syndicalisten, jongeren, vrouwen, minderheden en alle andere Amerikanen die niet gehoord worden door de traditionele partijen tot zich aantrekken.

De volgende presidentsverkiezing is over vier jaar. In ruime historische termen is dat maar een peulschil. Nochtans is dat zeker genoeg tijd voor de Amerikaanse arbeiders om te beginnen bouwen aan een alternatief dat gegarandeerd de overwinning zal halen op de Republikeinen en de Democraten. Indien niet in 2008, dan in 2012 en de daaropvolgende jaren. Het belangrijkste is dat we nu starten met het opbouwen van dat alternatief. We moeten op tijd beginnen want er moet veel inertie overwonnen worden. Zodra alles in gang schiet, zal een dergelijke partij echter spectaculair groeien. En dat zou voor een politieke aardbeving zorgen.

Het is van levensbelang dat we begrijpen dat een tweepartijenstelsel zoals het vandaag bestaat niet altijd bestaan heeft, en niet altijd zal bestaan. In het ene land na het andere, de VS zelf meegerekend, zijn nieuwe partijen ontstaan terwijl de oude partijen vergaan. De enige zekerheid in het leven is dat alles altijd in verandering is. Laten we niet vergeten dat de Democraten ooit de partij waren van de zuiderse slavenhouders en hun noordelijke aanhang, terwijl de Republikeinen begonnen zijn als een zeer kleine abolitionistische partij wiens eerste president, Lincoln, de leiding had over de meest revolutionaire transformatie van dit land sinds haar oprichting. Beide partijen zijn nu onherkenbaar veel veranderd.

Het is volkomen voorspelbaar dat de Democraten, ondanks zo’n vernederende nederlaag, hun aanhangers oproepen om hen te blijven volgen en vertrouwen. Ze willen hun volgelingen wanhopig onder hun tanende invloed houden. De Democraten zijn momenteel in slechte staat. De komende weken en maanden zullen ze elkaar de schuld geven van het debacle. En toch zal de heersende klasse zich in de toekomst opnieuw op hen beroepen om de creatie van een massale arbeiderspartij te voorkomen. Arbeiders, minderheden, vrouwen, jongeren en armen kunnen zich niet meer laten benadelen door deze pathetische figuren. De polarisatie van het land is zeer reëel. Aangezien de verkiezing van een president niets verandert, staan er ons enorme uitbarstingen te wachten. We hebben nood aan een eigen politieke vertegenwoordiging om die energie naar een echte en blijvende verandering te kanaliseren.

We leren uit het leven: Amerikaanse arbeiders gaan nu door de genadeloze school van ‘harde klappen’. Traag maar zeker realiseren ze zich dat het systeem waarin ze gedwongen worden te leven, niet in orde is. Ze ontwaken in het besef dat de Democraten nutteloos zijn en, net zoals kapot gereedschap, weggegooid moeten worden. Ze beginnen te beseffen dat de enige manier om hun lot in eigen handen te nemen, bestaat in het smeden van nieuw gereedschap, een nieuwe partij die hun belangen kan vertegenwoordigen. Het resultaat van de verkiezingen wijst alweer op een belangwekkend keerpunt in dit proces van ontwakend bewustzijn. De kapitalisten willen nu het liefst dat alles opnieuw ‘normaal’ wordt, maar de zaken zijn dat punt voorbij. Er is niets opgelost; de schrille opdelingen blijven bestaan. De verkiezing heeft de nu al diepe tegenstellingen alleen maar versterkt en heeft zo de weg bereid voor krachtige uitbarstingen van de klassenstrijd in de komende periode.

De arbeidersklasse aanvallen is voor de bazen de enige uitweg uit de economische crisis. Bush zal denken dat hij met de verkiezingen het mandaat heeft gekregen voor zo’n beleid. Deze aanvallen zullen de Amerikaanse arbeiders naar een breekpunt leiden. We zullen gedwongen worden terug te vechten, maar hiervoor hebben we onze eigen instrumenten nodig, niet die van een andere klasse. Arbeiders kunnen voor hun verdediging niet vertrouwen op de Democraten. We mogen enkel op onze eigen krachten en organisaties vertrouwen om de aanvallen van de bazen te stoppen. We zeggen het nogmaals: om de partijen van de bazen te verslaan, hebben we nood aan een massale arbeiderspartij met een socialistische politiek. Het is nu het moment om die partij te beginnen bouwen.

Tijdschrift Vonk

Vonk 292

Activiteiten

Onze boeken

Onze boeken