Een aardverschuiving, zo kunnen we de verkiezingsuitslag van TK2023 beschouwen. De PVV, de eenmanspartij van Geert Wilders, die de grootste wordt met bijna een kwart van de uitgebrachte stemmen. Hoe moeten communisten dit analyseren?

In de eerste plaats moet duidelijk zijn dat de uitslag een crisis van het burgerlijke establishment weerspiegelt, met een duidelijke (en terechte) afstraffing van de kabinetspartijen van Rutte IV.

De traditionele burgerlijke partijen zijn in crisis. Het CDA, in het verleden een massapartij die de belangrijkste steunpilaar van de heersende klasse was, is gereduceerd tot 5 zetels (3,3%). D66, wat de laatste jaren groeide door zich neer te zetten als belangenbehartiger van ‘progressieve’ thema’s voor de stedelijke middenklasse, is teruggebracht tot 9 zetels (6,3%).

Enkel de VVD heeft nog enkele reserves, maar ook zij ontkwam er niet aan. De partij die tussen 2010 en 2023 de grootste was en trouw het Nederlands kapitaal diende onder leiding van Mark Rutte, is derde geworden met 24 zetels (15,2%).

Dit is niet simpelweg een ‘normale’ verschuiving. De instituties van de burgerlijke heerschappij zelf zijn in crisis. Onder Nederlanders van 15 jaar en ouder heeft volgens het CBS in het laatste kwartaal van 2022 slechts 25% vertrouwen in het parlement en 21% in politici: een historisch dieptepunt.

Wilders’ overwinning

Deze situatie van onvrede en wantrouwen onder de werkende klasse en middenklasse komt niet uit het niets. Onder Mark Rutte en zijn voorgangers zijn er decennia van afbraakbeleid gevoerd. De zorg en het onderwijs zijn uitgehold; er is een enorm probleem van woningnood. Hier kwamen ook nog eens alle problemen met prijsstijgingen wegens inflatie bovenop.

Zoals we voorspeld hadden, zijn het rechtse burgerlijke demagogen geweest die van deze onvrede gebruik hebben gemaakt. De BBB is gestegen naar 7 zetels (4,7%). Pieter Omtzigts NSC is de Kamer binnengetreden met 20 zetels (12,9%), wat op zichzelf het gesprek van de dag zou zijn geweest als de PVV niet de grootste was.

De verschuiving naar de PVV leek echter pas in de laatste twee weken plaats te vinden. Een belangrijke reden hiervoor is de ‘normalisering’ van de partij door Yesilgöz van de VVD, die de deur openzette voor een rechtse coalitie met Wilders (als de VVD die coalitie zou domineren). Wilders ging hierop in door zichzelf zogenaamd ‘gematigd’ en ‘realistisch’ op te stellen, met als boodschap dat hij zeker mee zou willen doen. Hierin werd hij geholpen door de burgerlijke media, die dit verhaal klakkeloos overnamen. Een kleine blik op zijn verkiezingsprogramma en het zou echter meteen duidelijk zijn dat hij dezelfde aartsreactionaire en racistische retoriek hanteerde als altijd. Niemand bespeelt het anti-migratiethema beter dan Wilders. Door als VVD hierop in te zetten, gaven ze juist Wilders de mogelijkheid om het debat te domineren en te groeien.

Yesilgöz, maar ook Rutte, hebben gefaald in hun plan om de VVD te redden door een rechtse anti-migratiekoers aan te houden. Rutte blies zelfs zijn laatste kabinet hiervoor op. Nu hebben ze de stabiliteit van kapitalistisch Nederland een flinke knauw gegeven. Hun mislukte gok vertoont in dat opzicht overeenkomsten met de Britse ex-premier Cameron, die het Brexit-referendum organiseerde als gok om zijn partij te stabiliseren, maar in plaats daarvan het hele land destabiliseerde.

Nu heeft Wilders’ PVV 37 zetels (23,6%). Hij wist als beste de onvrede te kanaliseren, door de onvrede tegen de uitgeklede zorg, het woningtekort en de prijsstijgingen, te combineren met een demagogische en racistische campagne om “de Nederlander op één te zetten”. Asielzoekers en migranten krijgen de schuld van het woningtekort. Het kapitalistische klimaatbeleid, wat door Rutte e.d. maar ook Timmermans en Klaver gesteund wordt, wordt neergezet als voorbeeld hoe ‘links’ het leven van de Nederlandse werkers duurder wil maken. Deze demagogische cocktail, met veel elementen cultuuroorlog erin verwerkt, wist een flink deel van de Nederlandse werkende klasse en kleinburgerij voor de PVV te winnen.

NSC en BBB

Zoals eerder gezegd had Omtzigt ook een grote overwinning geboekt. In een eerder stadium stond hij virtueel op de eerste plek in de peilingen, toen hij besloot mee te doen met de verkiezingen, zelfs voordat hij een programma had.

Hij wordt gezien als een oprechte man, een klokkenluider die een groot schandaal bij de overheid aan het licht bracht. Tegelijk was hij zeer onduidelijk tijdens de campagne of hij premier wilde worden. Daarnaast werd het voor de meer progressieve aanhangers van hem duidelijk dat zijn partij en programma vol met CDA-elementen zitten. Zodanig raakte hij wat van zijn aanvankelijke winst kwijt.

Ondanks zijn softe imago, is Omtzigt een burgerlijke demagoog met conservatieve en anti-migratiestandpunten. Hij wil de burgerlijke instituties hervormen, om juist de status quo te behouden.

Bij de BBB was er aanvankelijk ook veel potentieel, maar dit raakten ze weer kwijt aan Omtzigt en Wilders. De boerenprotesten en stikstofkwestie zijn weer meer op de achtergrond verdwenen; de coalitiedeelname van de BBB in de provincies heeft ook de partij deels ontmaskerd als een vehikel voor voormalige CDA-politici.

Welke rol spelen BBB en NSC nu? Omtzigt had de PVV als coalitiepartner uitgesloten, maar de druk zal nu groot zijn om onder voorwaarden een akkoord aan te gaan. De BBB stelt zich wel direct nederig op als coalitiepartner voor de PVV. De partij is alsnog wel de grootste in de Senaat, dus heeft een belangrijke kaart in handen.

Het falen van ‘links’

De winst voor demagogisch rechtse partijen is volledig hand in hand gegaan met het falen van de ‘linkse’ partijen om een alternatief op klassenbasis te presenteren. Dit is de belangrijkste les uit deze verkiezingen.

De grootste partij op links is de nieuwe combinatie GroenLinks-PvdA geworden. Het plan was om de fusiepartij-in-oprichting de verkiezingen te laten winnen met de uit Brussel teruggebrachte Frans Timmermans aan het hoofd.

Dit plan heeft gefaald. Hoewel de partij tweede werd, met 25 zetels (15,7%), was dit niet het beoogde resultaat. Er is een gedeeltelijk herstel geweest ten opzichte van de GL- en PvdA-resultaten van de vorige verkiezingen, van ongeveer 5%. Dit zijn echter vooral gedesillusioneerde D66-stemmers en aanhangers van andere linkse partijen die ‘strategisch’ wilden stemmen omdat ze geen VVD en/of PVV wilden.

In 2012 haalde de PvdA nog 38 zetels op zichzelf, meer dan de PVV bij de huidige verkiezingen. Ondanks het lichte herstel, is de partij de nederlaag van 2017 nooit te boven gekomen. Zoals we eerder gezegd hebben, is het GL-PvdA-fusieproject dan ook geen teken van kracht, maar van zwakte.

Timmermans werd binnengehaald als ‘sterke leider’, maar deze man van de rechtervleugel van de PvdA had 5 jaar gediend als staatssecretaris en minister onder Balkenende en ook Rutte, in een kabinet waarbij de PvdA voor bezuinigingen op zorg en onderwijs stemde. Daarna werd hij voor de Europese Commissie verantwoordelijk voor kapitalistisch klimaatbeleid. Hij kon hoogstens enkele stedelijke liberalen en oudere stemmers uit PvdA-nesten terugwinnen, maar geen grote groepen arbeiders naar zich toe trekken.

Zijn reactie na de verkiezingen was typisch liberaal, over hoe de democratie en rechtsstaat onder druk staan en de partij zich gaat inzetten om die te verdedigen. Oftewel, hij wil de instituties verdedigen die in crisis zijn en juist de opkomst van de PVV mogelijk hebben gemaakt.

SP en BIJ1

Bij de SP en BIJ1 zien we ook nederlagen. Voor de SP zijn dit de 7e verkiezingen op rij die verloren zijn, onder leiding van Lilian Marijnissen. De partij behaalde 5 zetels (3,2%), wat haar terugbrengt tot het resultaat van 1998.

De partij is op economisch vlak iets linkser dan PvdA-GL (vooral qua zorgplannen), maar de verschillen zijn kleiner geworden. De PVV hanteert dezelfde retoriek over zorg als de SP, maar presenteert zich (op valse wijze) meer als ‘anti-establishment’. De SP probeert zichzelf af te beelden als een betrouwbare ‘waakhond’ van de zwakste groepen in de samenleving, die onderdeel kan zijn van een kabinet met PvdA-GL en zelfs NSC en BBB.

Daarnaast hanteert de SP, vooral sinds de uitzetting van de linkervleugel van de partij in 2021-22, een chauvinistische politiek tegenover arbeidsmigranten. Dit doet niets om de problemen voor noch de lokale noch de migrantenarbeiders op te lossen, maar verlaagt het klassenbewustzijn. Daarnaast trekt het ook geen stemmen, want de stemmers die dit punt als doorslaggevend zien gaan toch wel naar de PVV.

De nederlaag van de SP toont de crisis van de partij, met een programma dat vlees noch vis is. De neerwaartse spiraal is niet gestopt maar zet zich door.

Een andere nederlaag vond plaats bij BIJ1, waarbij het aantal stemmen halveerde en de partij haar zetel kwijtraakte. De recente crisis in de partij heeft zeker een rol gespeeld. Boegbeeld Sylvana Simons kon niet zomaar vervangen worden.

Verder was de focus zeer sterk op ‘kleur bekennen’, het opvolgen van de excuses voor de slavernij, e.d. De klasseneisen van het programma waren amper te horen tijdens de campagne. Met de radicale identiteitspolitiek kan men alleen zeer specifieke minderheden binnen de samenleving aanspreken, en zeker geen bredere lagen van de werkende klasse.

Net als bij de daling bij die andere ‘issuepartij’, de PvdD, zien we dat ‘strategisch stemmen’ een rol speelt, met een gedeeltelijke verschuiving van stemmen richting PvdA-GL.

Een instabiel tijdperk

Bij zijn overwinningsspeech maakte Wilders meteen overduidelijk dat hij wil regeren en bereid is ‘over zijn schaduw heen te stappen’ en zijn plannen ‘binnen de kaders van de Nederlandse democratie en grondwet’ uit te voeren.

Dit is een signaal aan de heersende klasse dat hij bereid is te regeren in haar belang en geen gevaarlijke avonturen belooft uit te voeren. Het afpakken van burgerrechten van moslims (verbieden Koran; sluiten moskeeën en islamitische scholen) zou leiden tot enorme binnenlandse onrust en daarnaast ook onrust in de Nederlandse handelsbetrekkingen in het buitenland. Hetzelfde is het geval met Wilders’ standpunten over Oekraïne (stopzetten alle steun) en over de EU. Een ‘Nexit’ zou funest zijn voor het Nederlands kapitalisme.

De heersende klasse heeft Wilders nooit geheel vertrouwd, vanwege zijn destabiliserende demagogische uitspraken, maar ook omdat de man alleenheerser is over de PVV en dus een kwart van de Kamerzetels.

Toch willen ze hem het liefste proberen in te kapselen. Een ‘anti-PVV-coalitie’ zou technisch gezien mogelijk zijn, maar zou de onvrede en woede in de samenleving alleen maar verder vergroten.

Er komen nu verkenningen voor een rechts kabinet, met o.a. NSC en BBB. De VVD heeft aangegeven alleen als gedoogpartner toe te willen treden en houdt nu afstand, tot irritatie van Wilders. Dit betekent niet dat de VVD geen steun gaat geven. In 2002 wilde de VVD aanvankelijk als verliezende partij ook niet toetreden tot het kabinet CDA-LPF, maar trad in een later stadium toch toe om zich als de redder des vaderlands af te schilderen. We kunnen nu iets soortgelijks verwachten.

Dat betekent niet dat Wilders ook premier wordt. Mogelijk wordt er een meer ‘zakelijke’ politicus gevonden die die rol kan spelen. Wat het wel sowieso betekent, is dat we een reactionair-rechts kabinet krijgen. Er zullen op sociaal-economisch gebied enkele concessies gedaan worden om niet direct volledig door de mand te vallen als rechts bezuinigingskabinet, maar we kunnen allerhande bezuinigingen verwachten.

De polarisatie in de samenleving zal verder toenemen. En er zal strijd komen. We zien nu al een golf van anti-racistische demonstraties, deels van troosteloze reformisten en liberalen die 'zich voor hun land schamen' en een geluid van ‘verbinding’ willen laten horen, maar ook deels van radicaal linkse jongeren die zich willen uitspreken tegen de PVV.

Op de iets langere termijn zal zo’n kabinet ook verzet tegen zich krijgen van de arbeidersbeweging. Op dat moment zal de PVV onder haar stemmers uit de arbeidersklasse (deels) ontmaskerd worden en ontstaan er mogelijkheden voor een politiek alternatief op klassenbasis.

Treur niet, maar organiseer je!

Als revolutionaire communisten analyseren we de situatie nuchter, om de wereld (waaronder Nederland) te begrijpen. We huilen niet mee met degenen die spreken over dat de Nederlandse werkende klasse inherent racistisch of dom is. En we weten ook dat er geen ‘fascisme’ om de hoek staat.

Een kwart van de kleine 80% stemgerechtigden die hun stem uitbrachten, stemde op Wilders. Dat is veel, maar betekent ook dat 80% van alle stemgerechtigden niet op Wilders stemde.

De ultrarechtse en fascistische elementen in de samenleving zullen mondiger en agressiever worden, dat is zeker. Anti-fascistische demo’s in Utrecht en Nijmegen zijn aangevallen door ultrarechtse hooligan-elementen. We moeten onszelf verdedigen en waakzaam zijn.

Tegelijk moeten we niet overdrijven. We gaan een tijdperk van verdere instabiliteit in. Wilders kan de problemen in de samenleving niet oplossen, dus zal ontmaskerd worden. De klassenstrijd zal toenemen. De werkende klasse zal zich verder organiseren.

Nu is de tijd, niet om in een hoekje te treuren, maar je te organiseren! Help mee aan het bouwen van een revolutionair-communistische organisatie in Nederland. Sluit je aan!